Ruusbroecvereniging vzw

Veertigdagentijd 2025, bij de heiligen in de leer

Geduldige hoop


"Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen" (Lc 21,19), zegt ons het Evangelie. Hoop bezit al, maar geniet nog niet van wat zij bezit: "al, maar nog niet", dat is de ongemakkelijke situatie van een christen in de wereld. Geduld is de deugd die ons evenwicht in deze situatie verzekert.

Wij zijn gewend alles te willen en wel onmiddellijk In een wereld waar haast een constante is geworden. ... In het tijdperk van internet, waarin ruimte en tijd worden verdrongen door het "hier" en het "nu", is bovendien het geduld niet thuis. Als wij nog in staat zouden zijn met verwondering naar de schepping te kijken, zouden wij kunnen begrijpen hoe het geduld doorslaggevend is. Wachten op de afwisseling van de seizoenen met hun vruchten; het leven van de dieren en de cyclus van hun ontwikkeling waarnemen; met de heldere blik van Sint Franciscus die in zijn Cantico delle creature (Hooglied van de schepselen), precies 800 jaar geleden geschreven, de schepping waarnam als een grote familie en de zon "broeder" en de maan "zuster" noemde. Het geduld opnieuw ontdekken doet zichzelf en de ander zeer goed. De heilige Paulus neemt vaak zijn toevlucht tot het geduld om het belang te onderstrepen van de volharding en het vertrouwen in wat door God is beloofd, maar hij getuigt er vooral van dat God geduld heeft met ons. Hij is "de God, die de volharding en de vertroosting schenkt" (Rom 15,5). Het geduld, ook een vrucht van de Heilige Geest, houdt de hoop levend en versterkt haar als deugd en levensstijl. Laten wij daarom leren vaak te vragen om de genade van het geduld, dat de dochter is van de hoop en haar tegelijkertijd ondersteunt.

Spes non confundit, 4


Het beeld van het anker is illustratief om de stabiliteit en de zekerheid te begrijpen die wij te midden van de roerige wateren van het leven bezitten, als wij ons toevertrouwen aan de Heer Jezus. De stormen zullen nooit de overhand kunnen krijgen, omdat wij verankerd zijn in de hoop van de genade, die in staat is ons in Christus te doen leven en zonde, angst en dood te overwinnen. Deze hoop, die veel groter is dan alle bevredigingen van iedere dag en de verbeteringen van levensomstandigheden, doet ons uitstijgen boven de beproevingen en spoort ons aan door te gaan zonder de grootheid van het doel uit het oog te verliezen waartoe wij geroepen zijn: de hemel.

Wat zal er dus van ons worden na de dood? Met Jezus is er aan de andere kant van deze drempel het eeuwig leven, dat bestaat in de volle gemeenschap met God, in het aanschouwen van en de deelname aan Zijn oneindige liefde. Wat wij nu beleven in de hoop, zullen wij dan in werkelijkheid zien. De heilige Augustinus schreef wat dit betreft: "Wanneer ik mij met U verenigd zal hebben, zal er voor mij nergens smart en moeite zijn en zal mijn leven, geheel vervuld van U, een waar leven zijn". Wat zal dan die volheid in gemeenschap kenmerken? Het gelukkig zijn.

Spes non confundit, 25,21



Zondag 6 april 2025

VIJFDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD


Hoop neemt haar tijd


"Ik vergeet wat achter me ligt, ... ik storm af op het doel", zegt de heilige Paulus ons in de tweede lezing van vandaag; "daar onze hoop gericht is op het onzichtbare, moet onze verwachting gepaard gaan met standvastigheid", zegt hij ook (Rom 8,25).

Men is ervan overtuigd te willen maar eigenlijk wil men niet. Het zijn verlangens, slappe pogingen, wensen; maar het is geen sterke en vastberaden wil. Men wil vroom zijn, maar op zijn manier, tot op een zeker punt, op voorwaarde dat het niet te veel kost. Men wil en men begrenst zijn wil. Men gaat helemaal niet over tot de praktijk; men is ontmoedigd van zodra men de hand aan de ploeg moet slaan, hindernissen moet wegnemen of overwinnen, zijn gebreken bestrijden, vechten tegen de natuur en zijn verkeerde neigingen. Vandaag wil men, men begint vurig, maar geeft het vlug op. Men onderneemt iets en laat het vallen. Men wil niet zien dat alles gelegen is in volharding.

Vragen wij deze goede wil aan God; vragen wij er alle dagen om en mogen wij hem door de trouw van vandaag, de volgende dag verkrijgen.

Jean-Nicolas Grou, Handboek voor innerlijke zielen


Ontmoediging is de grote bekoring aan het einde van de veertigdagentijd; de echte overwinning van de bekoorder zou zijn dat wij eraan toegeven: de valstrik is minder zichtbaar en daarom gevaarlijker dan de ondeugd. Aan de andere kant,

Echt spirituele mensen, sterk doordrongen van hun nietigheid, miserie en zwakheid, zijn noch ontmoedigd noch terneergeslagen, zelfs niet verwonderd over hun mislukkingen. Zij leren zich daardoor beter kennen, zich altijd dieper vernederen, zich zodanig wantrouwen dat zij aan zichzelf wanhopen, ten einde hun vertrouwen alleen op God te stellen, en van niets anders iets verwachten dan van Zijn goedheid.

Doch deze bewustwording dient slechts om een nieuwe aanloop te nemen:

Laten wij na onze mislukkingen onmiddellijk onze moed en hoop terug oprichten bij het zien van een God die machtig en barmhartig genoeg is om ons zelfs te midden van onze mislukkingen de kostbare schat te laten vinden van ware nederigheid, fundament en behoeder van alle deugden, met een volledig wantrouwen tegenover onszelf en een volmaakt vertrouwen op God - als het ware de twee polen van het spirituele leven. Wanneer een ziel zo ver gekomen is, vervult God haar met Zijn gaven en gunsten. Waarom? Omdat Hij het niet meer riskeert dat men iets zou afnemen van Zijn glorie door zich iets toe te eigenen; zo begrijpt men uit eigen ervaring die mooie spreuk van een groot dienaar Gods, "miserie die men goed kent, is meer waard dan een engelachtige deugd die men zich uit ijdel genoegen toe-eigent."

Jean-Pierre de Caussade, Verhandeling over het gebed van het hart



Maandag 7 april 2025


De heiligheid van de zondaars


Heiligen worden aangeworven onder zondaars: de hemel wordt niet door onschuldigen bevolkt maar door vergeven zondaars. Het vraagt tijd om opnieuw in gemeenschap te leren leven met onze Vader; doch omdat het zeker is, is onze hoop geduldig:

Laten wij ons door onze onvolmaaktheden helemaal niet in de war brengen, want onze volmaaktheid bestaat erin ze te bestrijden en wij zouden ze niet kunnen bestrijden als we ze niet zouden zien, en we zouden ze niet kunnen overwinnen als we ze niet zouden tegenkomen. Onze overwinning is geen kwestie van ze niet te voelen maar van er niet aan toe te geven; en het is door er niet aan toe te geven dat we erdoor gestoord worden. Om nederig te leren zijn, moeten wij in die spirituele strijd soms gekwetst worden. Wij worden alleen overwonnen als wij het leven of de moed verloren hebben. Zolang wij willen vechten is deze strijd dus een goede zaak voor ons.

Heilige Franciscus van Sales, Inleiding op het devote leven


In deze strijd is ontmoediging een ander woord voor ongeduld:

U zou willen dat ik u een pasklare weg van volmaaktheid leer, alsof u die maar op het hoofd moet zetten zoals u dat met uw sluier doet en u zich op die manier zonder moeite volmaakt bevindt; een pasklare volmaaktheid dus. Inderdaad, wat ik u zeg is niet aangenaam voor de natuur; het is niet wat wij zouden willen! O zeker, moest het in mijn macht liggen, dan zou ik de volmaaktste onder de mensen zijn! Want indien ik aan anderen volmaaktheid zou kunnen geven zonder dat men er iets voor moet doen, zou ik ze zeker eerst voor mijzelf nemen! Het lijkt u dat volmaaktheid een recept is en dat men ze zonder moeite heeft indien men er het geheim van zou kennen. Dan vergissen wij ons zeker, want er bestaat geen groter geheim om ons met de Veelgeliefde te verenigen dan de goddelijke liefde trouw te beoefenen en eraan te werken.

Op het einde van deze veertigdagentijd,

vraagt u mij wat u zal kunnen doen om uw besluiten kracht bij te zetten en ervoor te zorgen dat ze werkelijk slagen. Er is geen beter middel, mijn dochter, dan ze in praktijk te brengen! Maar u zegt dat u altijd zo zwak blijft, al neemt u dikwijls het vast besluit om niet te vallen; van zodra de gelegenheid zich voordoet, laat de volmaaktheid die u verlangt, u met de neus op de grond vallen. Wij moeten twee besluiten nemen die aan elkaar gelijk zijn: het ene is het onkruid in onze tuin te zien en het andere, de moed hebben het te zien uittrekken en het zelf uit te trekken. Want onze eigenliefde die dit impertinente onkruid voortbrengt, zal geenszins sterven zolang wij leven. Voor het overige, is het geen zwakheid af en toe een dagelijkse zonden te doen, vooropgesteld dat wij onmiddellijk weer opstaan door onze ziel bij God te brengen en ons zachtjes te vernederen.

Heilige Franciscus van Sales, Entretien sur la modestie (Gesprek over bescheidenheid)



Dinsdag 8 april 2025


Over het goed gebruik van onze zwakheden


Het is normaal dat de veertigdagentijd ons heeft bewust gemaakt van heel wat schade van de zonde in ons. Dat betekent niet dat wij gevaarlijke criminelen zijn, maar dat de zonde, door ons of door anderen begaan, om te beginnen door Adam en Eva, ons allemaal heeft ondergedompeld in //"het duister en de schaduw van de dood" //(Lc 1, 79). Maar laat ons blij zijn! Deze scherpzinnigheid getuigt dat Gods licht in ons hart terugkeert:

Die miserie heeft haar nut, niet om u te ontmoedigen, maar veeleer om u nederig te maken. Vergeet nooit dit grote principe van volmaaktheid: dat onze zwakheden ons nooit mogen onderdompelen in ontmoediging, maar moeten dienen om ons te vernederen, een lage dunk van onszelf te hebben en onze toevlucht te nemen tot God, de enige die daar een remedie voor heeft.

Jean-Baptiste Saint-Jure, Over de kennis van de Zoon van God


Het gevaar zou nu zijn wat de heilige Franciscus van Sales ons gisteren voor ogen bracht: een pasklare heiligheid willen! Doch er is geen andere heiligheid dan die van de trouw om dagelijks de belofte van ons doopsel te vernieuwen: Jezus onvoorwaardelijk volgen, wankelend, vallend, opstaand, maar altijd onvoorwaardelijk.

Wees er nooit mee begaan of u al of niet vooruitgang maakt. Wees ermee tevreden in de grond van uw hart op weg te gaan naar God en te doen al wat u doet en te ondergaan al wat u overkomt, met een eenvoudige en liefdevolle blik op God, vooral wanneer uw vrees en twijfel over uw eeuwigheid zich aandienen: leg ze onmiddellijk van u af en geef u over aan de barmhartigheid en gerechtigheid van God en houd des te meer van Hem naarmate u bij voorbaat ontmoedigd lijkt te worden. Het gaat u nooit beter dan wanneer u zwak bent, revolteert tegen de leiding van God, afkerig bent, in duisternis vertoeft, wanhopig bent, want dan zuivert God uw ziel, beproeft Hij uw trouw en laat Hij u duidelijk uw nietigheid zien en ervaren, wat het best is om de genaden en het grote ingrijpen van God te ontvangen.

Al heeft u op die momenten de indruk dat u God heel onvolmaakt dient, troost u door te zien dat u Hem dient met wat u heeft. Verdraag u dan en overtuig u dat God misschien niets anders van u vraagt, tenzij dat u trouw bent in het verdragen van uw zonden en miserie zonder ontmoedigd te raken.

Vertrouw u toe aan Gods barmhartigheid die u met Zijn hand ondersteunt, en wees zeker dat zij u niet zal laten vallen zolang u een beetje goede wil heeft. Voelt u in uw binnenste de geest niet van Onze Heer die u bezielt, sterkt, tegenhoudt, leidt en in uw ziel al het goede bewerkt dat u doet?

Pierre Champion, Brief aan een ursuline



Woensdag 9 april 2025


Echte en verkeerde vrijheid


"Alwie zonde doet is slaaf van de zonde", zegt Jezus vandaag in het Evangelie. Een breuk vraagt 40 dagen om te herstellen, zegt men; de 40 dagen van de veertigdagentijd zijn een geduldige herscholing in vrijheid: hoop is geduldig, zoals een gewonde tijdens de revalidatie! Eerst en vooral moeten wij ons ontdoen van een verkeerd en algemeen idee over vrijheid:

Wereldse mensen die zich laten leiden door hun verlangens, die zich voor niets generen, lijken vrij en zijn het niet. Zij worden spoedig slaaf van hun hartstochten, die hen tiranniseren met het grootste geweld.

Wij moeten vervolgens de gewrichtsverstijving te boven komen van een wil die afgekeerd is van het goede, want "ik doe niet het goede dat ik wil, maar het kwade dat ik niet wil" (Rom 7,19).

De meesten van hen die oprecht christen zijn, maar zwak en nalatig in de beoefening van hun plicht, zijn evenmin vrij. De gelegenheden slepen hen mee; zij geven toe aan de geringste bekoring; menselijk opzicht onderwerpt hen; zij willen het goede en duizenden hindernissen leiden hen af; zij verwensen de zonde en hebben de kracht niet zich ervan te ontdoen. Doch, het is geen vrijheid wanneer men het goede dat men wil, niet doet en het kwade dat men niet wil, wel doet.

Wij moeten ontdekken en aanvaarden dat er alleen vrijheid is in de waarheid; "de waarheid zal u vrijmaken" (Joh 8,32):

Vrome mensen die zich door hun eigen inzicht laten leiden, zijn evenmin vrij. Zij denken het te zijn omdat zij een vroom leven voor zich gepland hebben op hun manier en een bepaalde routine volgen waarvan zij geen afstand doen. Maar in de grond zijn zij onderworpen aan hun verbeelding, onstandvastigheid, onrust, met eigenaardigheden, grillen, op zoek naar gevoelsmatige devotie en als ze die niet vinden, wat dikwijls gebeurt, zijn zij ontevreden over God en over zichzelf.

Het dient dus gezegd dat vrijheid het deel is van hen die zich met heel hun hart aan God geven en zich onderwerpen aan alle bewegingen van de genade.

En hoe daarmee beginnen?

Wat moet een mens dan doen, voor zover het voor hem mogelijk is, om te naderen tot de vrijheid van God? Hij moet God vragen hem te leiden in de keuze van zijn daden, hij moet naar de stem van de genade in hem luisteren; hij moet haar volgen en zich eraan overgeven. Zo wil hij wat God wil; doet hij wat God hem ingeeft; verzekert hij zich tegen ieder verkeerd gebruik van zijn vrijheid; verheft hij zich - voor zover dat van hem afhangt - tot de volmaaktheid van de goddelijke vrijheid. De vrijheid van God wordt enigszins die van hem aangezien hij niet meer handelt uit eigen beweging maar door de wil van God in hem. Hij is dus door zijn onderwerping aan God, zo volmaakt vrij als het maar kan.

Jean-Nicolas Grou, Handboek van innerlijke zielen



Donderdag 10 april 2025


Het geduld van God


Het werk van God gaat over eeuwen. Al wat wij zullen gedaan hebben zonder dat Hij het ons gevraagd heeft, zal verspild zijn:

Om tot volmaaktheid te komen, moet men weinig willen en niets vragen. Inderdaad, men is heel arm als men dit onderhoudt! Maar ik verzeker u dat het een groot geheim is om de volmaaktheid te verwerven en ook zo verborgen dat weinig mensen het kennen, en als zij het kennen, dat zij er hun voordeel mee doen.

Heiligheid is geen kwestie van spieren maar van het hart:

Er zijn er die kruisen vragen, en het lijkt hun dat Onze Heer hun er nooit genoeg zal geven om aan hun vurigheid te voldoen. Wat mij betreft, ik vraag er helemaal geen. Ik verlang alleen bereid te zijn om de kruisen die Zijn Goedheid mij zal willen overzenden, zo geduldig en nederig te dragen als ik kan. Nee, mijn dierbare dochter, ik zou helemaal geen verstervingen vragen. Ik zou mij klaar houden om degene te ontvangen die Hij mij zou geven, maar ik zou er helemaal niet om vragen. Ik zou er mij op toeleggen gewoon altijd mijn weg te gaan, zonder mijn tijd te verdoen met iets anders te verlangen.

Kortom, ik zou liever een klein kruis van stro dragen dat men mij op de schouders zou leggen en dat ik niet gekozen heb, dan er met veel inspanning een heel groot in een bos uit te kappen en het daarna met veel moeite te dragen. Ik denk dat het kruis van stro waarachtiger is en veel aangenamer voor God dan het kruis dat ikzelf gemaakt heb met meer inspanning en zweet omdat ik het met meer voldoening voor mijn eigenliefde zou dragen die zo’n behagen stelt in haar bedenksels en zich zo weinig in eenvoud laat leiden en besturen, wat ik voor u het meest verlang.

Heilige Franciscus van Sales, Ware spirituele gesprekken


De tijd kent althans in onze streken, het bloedige martelaarschap niet meer, maar wel het geduldige martelaarschap: wij doen onze kruisweg met kleine stappen.

Onze Heer zegt dat men zijn kruis moet dragen. Wil u in één woord weten wat dit betekent? Het komt erop neer te zeggen: neem en ontvang van ganser harte alle kommer, tegenspraak, smart en vernedering die u in dit leven overkomen. Wanneer wij onszelf verloochenen, doen wij iets dat ons tevreden stelt omdat wij het zijn die handelen, maar hier dient men het kruis te nemen zoals het ons opgelegd wordt; en daarin is onze keuze al minder aanwezig: daarom is deze volmaaktheid veel groter dan de vorige. Onze Heer en zeer dierbare Meester heeft ons heel goed getoond dat wij het kruis niet moeten kiezen, maar dat wij het moeten nemen en dragen zoals het ons aangeboden wordt. Toen Hij is willen sterven om ons vrij te kopen en te voldoen aan de wil van Zijn Vader, heeft Hij Zijn kruis hoegenaamd niet gekozen maar ontving Hij het nederig zoals Zijn vijanden het voor Hem bereid hadden.

Heilige Franciscus van Sales, Sermoen van 8 februari 1614



Vrijdag 11 april 2025

vlees derven (*)


Geduld met zichzelf


Aangezien God ons geduldig verdraagt, waarom onszelf dan niet met hetzelfde geduld verdragen?

Twee bittere gedachten dompelen mij in de dodelijkste angsten: de eerste is die lange opeenvolging van zonden die ik niet opgehouden heb te begaan, mijn hele leven lang; de tweede is de verschrikkelijke verantwoording die mij daarvan zal gevraagd worden.

Terwijl ik aan deze dodelijke angsten ten prooi was, voelde ik in mijn hart plots een gedachte opkomen die mijn verslagen moed terug tot leven bracht. Ja, ik zag het berouw als uit een diepe schuilplaats te voorschijn komen, die tedere troosteres van de wanhopige mens die mijn stappen met haar goedheid vóór was, die tot bij mijn oor kwam en mij de gelukkigste beloften influisterde: "Luister, zei zij, ik zal je in enkele woorden leren hoe je je verdriet en je tranen ten volle kan benutten. Vooreerst, hoed je voor die wanhoop, die ontmoediging waarin het schouwspel van je zonden je werpt en die je de zorg voor je heil doet verwaarlozen. De Heer is goed: moge de adem van Zijn barmhartigheid over jou komen, al is het maar enkele ogenblikken, en deze zee die door de zonde in hevige beroering werd gebracht, zal weldra rustig worden; alle misdaden van de wereld zouden de golven van goedheid niet kunnen bedaren die Hij zonder ophouden wil verspreiden. Maar als je tot nu naast het pad van de deugd gelopen bent, bewandel het dan nu en zondig niet meer; klop onbevreesd aan de deur van deze God vol goedheid en Hij zal voor je opendoen. Geloof niet dat hoe meer fouten je begaan hebt, Hij je met des te minder inschikkelijkheid zal ontvangen. Wees op je hoede, zeg ik je, zodat je uit wanhoop door de enorme omvang van je zonden, de zorg voor je heil niet gaat verwaarlozen; want terwijl de Heer je hart zuivert kan Hij je gemakkelijk je eerste schittering en eerste onschuld teruggeven."

Heilige Efrem, Wee ons zondaars


Al te dikwijls zijn wij meer boos omdat we niet in overeenstemming waren met ons positieve zelfbeeld dan omdat we God beledigd hebben. Wat een hoogmoed ligt achter die valse nederigheid!

Moge een geestelijk mens zijn beledigingen goed beseffen, zeker, maar dat hij toch niet wanhoopt. Moge een val hem nederiger en voorzichtiger maken, maar dat hij hem niet louter als een kwaad beschouwt. Moge hij na een val niet te angstvallig onderzoeken hoe dat gekomen is, en evenmin meer tijd dan nodig doorbrengen met zijn falen voor zichzelf te herhalen, alsof hij voor God wegvlucht.

Moge hij zich niet in de war laten brengen door zijn gebreken die hij op geen enkele manier kan klaren; maar dat hij zich overgeeft aan God en ze als mest beschouwt die eens dat hij verspreid is over het veld van zijn ziel, een grotere oogst zal geven.

Moge een geestelijk mens zich dus tot Christus keren opdat Hij elke onvolmaaktheid zou aanvullen; en volhardt hij, dan zal hij verdienen te horen dat Christus hem in zijn innerlijk zegt: "Ik dank u, mijn zoon, want door uw gebreken geduldig ten einde toe te dragen, draagt ge Mijn kruis met Mij."

Louis de Blois, Geestelijke onderrichtingen



Zaterdag 12 april 2025


Geduld neemt zijn tijd



Als we ongeduldig worden om heilig te zijn of naar de hemel te gaan, is het omdat de tijd zijn werk nog niet gedaan heeft, en wij dus geduldig moeten wachten om geduldig te worden!

Oh! Gelukkig degenen die in afwachting leven en het wachten niet moe worden! Wij moeten het gewoon worden de voltooiing van onze volmaaktheid te zoeken op de gewone wegen, rustig van hart, alles doen wat we kunnen om de deugden te verwerven door ze trouw te beoefenen, een na een volgens onze conditie en roeping; en laten wij in afwachting blijven of wij het voorgenomen doel vroeg of laat zullen bereiken en dat aan de goddelijke Voorzienigheid overlaten.

Heilige Franciscus van Sales, Sermoen van 2 februari 1620


In afwachting,

Waren wij aandachtiger, keerden wij ons meer in ons hart, dan zouden wij bemerken dat Hij elk ogenblik aanklopt en dat wij het niet horen omdat wij ons niet in staat stellen het te horen. Hij klopt aan zonder het moe te worden, vele jaren achter elkaar, of beter gezegd, heel ons leven lang. Zijn geduld om op ons te wachten, is onvoorstelbaar; Hij lijdt onder onze minachting, onze weerstand, onze koppigheid, met een goedheid, een volharding die alle woorden overtreft.

Jean-Nicolas Grou, Handboek van innerlijke zielen


Patiëntie en passie: deze twee woorden gelijken op elkaar omdat patiëntie (geduld) in de grond het mysterie is van de passie (het lijden), dag na dag, en daarin heel het christenleven samenvat:

Weet dat de deugd van geduld degene is die ons het meest van de volmaaktheid verzekert, en als men geduldig moet zijn met de anderen, moet men het ook zijn met zichzelf. Men moet onder zijn eigen onvolmaaktheid lijden om volmaakt te worden; ik zeg geduldig lijden, en niet het lijden beminnen of er teder mee omgaan: nederigheid wordt in dit lijden gevoed. Ik zeg niet dat men zich niet op weg moet begeven met de volmaaktheid, maar men moet niet verlangen er op één dag te geraken, dat wil zeggen op één dag in dit sterfelijk leven, want dat verlangen zou ons kwellen en voor niets. Om goed op weg te gaan moeten wij ons erop toeleggen de weg die het dichtst bij ons ligt, goed te bewandelen en vanaf de eerste dag, en zijn tijd niet te verdoen door naar de laatste stap te verlangen terwijl de eerste nog moet gezet worden. Onthoud goed wat ik zeg: wij verdoen onze tijd soms door de goede engel te zijn, terwijl wij het achterwege laten goede mannen en goede vrouwen te zijn. Onze onvolmaaktheid zal ons vergezellen tot in de kist. Wij kunnen er niet naartoe gaan zonder de grond te raken; we moeten er niet op slapen en er ons niet in wentelen, maar we moeten evenmin denken te vliegen; want wij zijn kuikens die nog geen vleugels hebben. Wij sterven beetje bij beetje; wij moeten ook onze onvolmaaktheden dag na dag met ons laten sterven.

Heilige Franciscus van Sales, Brief van 22 juli 1603



Gebruiksaanwijzing

De veertigdagentijd in de leerschool van de heiligen! Dat belooft triestig te worden! Maar vergis u niet, "de wet van God is een wet vol liefde en heel zachtmoedig" zegt ons de heilige Franciscus van Sales! Zodanig dat onze veertigdagentijd een verjongingskuur zal zijn met de geschriften van de heiligen, om de geesteskracht van ons doopsel als een nieuwe lente terug te vinden.

In dit jubeljaar is de christen een pelgrim onderweg en zoals men een kerk bezoekt als men door een dorp trekt, zo zullen wij opgaan naar Pasen en daarbij de schoonheden van onze spirituele Traditie ontdekken en de liturgie van de dag overwegen: veertig dagen om twintig eeuwen te doorlopen en ons bewust te worden van onze christelijke hoop.

Wijden wij minstens een kwartier per dag aan het lezen en overwegen van die teksten: een kwartier aan eeuwigheid, dat ons de blijde boodschap van ons heil in heel zijn frisheid laat herontdekken!


Vasten- en onthoudingswet voor de Belgische bisdommen

Voor het jaar 1950 hebben de bisschoppen van België de volgende bepalingen afgekondigd:

I. Voortaan verplicht de wet op het vlees-derven op iedere Vrijdag gedurende gans het jaar, alsook op iedere Woensdag gedurende de vasten.

De wet op het vlees-derven verbiedt het gebruik van vlees en van vleesnat. Vis, eieren en alle andere eetwaren, zelfs met vet voorbereid, worden toegelaten.

II. Krachtens de machten ons door de Heilige Stoel verleend, ontslaan wij van de wet op het vlees-derven op alle andere onthoudingsdagen van het jaar, uitgenomen de vigilie van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming.

Wij ontslaan van de wet op het vasten op alle vastendagen van het jaar, met uitzondering van Aswoensdag, Goede Vrijdag en de vigilie van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming.

III. Eenieder blijft verplicht de algemene wet van de christelijke versterving, die nooit wordt opgeheven, naar best vermogen te onderhouden Men zal zich van deze verplichting kwijten door de ontberingen die de huidige omstandigheden nog opleggen, in geest van boetvaardigheid aan God op te dragen.

IV. Wij verlenen vrijstelling van de wet op het vlees-derven op alle Vrijdagen van het jaar, uitgenomen op Goede Vrijdag.

  1. aan de militairen in werkelijke dienst, aan hun echtgenoten, kinderen en dienstboden die met hen inwonen, en insgelijks aan de andere personen die wezenlijk aan de militaire dienst zijn verbonden, alsook aan de families die troepen huisvesten;
  2. om wille van de zware arbeid waartoe zij gehouden zijn, aan de zeelieden en aan de schippers, aan de werklieden der havens, der hoogovens, der staalfabrieken, der zinkovens, der pletmolens, der scheikundige fabrieken, der glasblazerijen, der mijnen en der steengroeven, alsook aan degenen die op het veld zwaar landbouwwerk verrichten: de families van deze personen mogen eveneens van leze vrijstelling gebruik maken;
  3. om wille van hun oponthoud buiten het huishouden, aan de ambtenaren, agenten, bedienden, werklieden, reizigers, scholieren, die van huis hun eten meedragen; evenals aan degenen die, op reis zijnde of om wille van hun bezigheden, hun eetmaal nemen in een hotel, een spijshuis of een herberg. De vreemdelingen op doortocht mogen dezelfde vrijstellingen genieten.

V. De pastoors hebben de macht, in afzonderlijke gevallen en om billijke redenen, de personen en de families aan hun gezag onderworpen,

alsook de vreemdelingen op doortocht in hun parochie, van het vasten en van het vlees-derven te ontslaan.

Wij verlenen dezelfde macht aan de biechtvaders; zij mogen er evenwel slechts gebruik van maken ter gelegenheid van de biecht en ten opzichte van elke biechteling afzonderlijk.

De zieken en personen met zwakke gezondheid zullen zich schikken naar de raad van een gewetensvol geneesheer.

VI. De gelovigen worden verzocht drie Onze Vaders en drie Weesgegroeten en eenmaal de akten van geloof, hoop, liefde en berouw te bidden, iedere dag van de Vasten waarop zij zullen gebruik maken van een gehele of van een gedeeltelijke vrijstelling van de wet op het vasten en op het vlees-derven.

Groot gebedenboek ten gebruike
van katholieke christenen voor
alle dagen en tijden van het jaar
en alle omstandigheden des levens

(1951–Cornelis Adrianus Bouman), p.93-94.