Wat is een spiritueel of geestelijk leven? - Aflevering 1
Zesenzestigste editie
Mystieke lectuur voor Radio Maria België
Je kan de uitzending via deze webpagina van Radio Maria herbeluisteren.
Je zal een keuze moeten maken voor een van de uitzendingen.
Op de pagina van je keuze vind je na een korte omschrijving onderaan op die pagina
de mogelijkheid om deze bijdrage via een podcast te herbeluisteren.
Programma "Mystieke Lectuur" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.
Welkom beste luisteraars.
In de vorige editie van Mystieke Lectuur, hoorden we Johannes Evangelista in zijn vijfde hoofdstuk van het werk "Het Rijk van God in onze zielen". Het handelde over De moeilijkheden die de ziel ondervindt om God te vinden. Deze komen in feite allemaal voort, door en van haarzelf. Die eenvoudige maar diepzinnige Capucijn uit de 16e-17e eeuw, en wiens boodschap ons nog steeds kan helpen op onze christelijke levensweg.
Johannes Evangelista wordt soms ook de Sint-Jan-van-het-Kruis van de Nederlanden genoemd. Dat lijkt misschien wat overtrokken, zeker wat betreft de stijl die soms nogal veel verwijzingen bevat van dingen die reeds gezegd werden of nog zullen behandeld worden. Maar toch weet hij wel heel toegankelijke, verhelderende en zelfs sterke beelden aan te wenden om duidelijk te maken waarover hij ons precies wil onderrichten.
In deze editie gaan we Johannes Evangelista even laten liggen en een poging ondernemen om de realiteit van ons geestelijk leven van naderbij te bekijken. Het is het wel al het onderwerp geweest van al de bijdragen van Mystieke Lectuur tot nu toe, en zal dat nog wel een tijdje blijven, maar we hebben het wellicht nooit zo expliciet benoemd.
Makkelijk maken we de fout om deze dimensie van het leven te verwarren met onze psychologie. Als we spreken over de realiteit van ons geestelijk leven moeten we begrijpen dat het spirituele leven niet enkel het bewuste leven is, wat het studieobject is van de psychologen. Maar dat de spiritualiteit volledig transparant is, zoals de lucht die wij ademen. We kunnen haar dus nooit aantonen door onze onmiddellijke observatie, want ze is veel fundamenteler dan dat wat ons doet denken, willen en handelen.
Laten we beginnen met een klein verhaal. Een priester wandelde door de velden en zag plots twee huizen staan. In een van die huizen was er iemand met een grote hond. De hond kwam al blaffend op de priester toegespurt, en bedreigde hem langs alle kanten. De hond was vuil en onverkwikkelijk door de plassen en de modder van de landweg waarlangs die huizen staan. De baas is door het blaffen van zijn hond uit het huis gekomen om te zien wat er aan de hand was en zei tegen de priester: "De hond is niet gevaarlijk hoor, het is gewoon om te spelen."
De priester stelde zich daarna voor aan die man die hij van haar noch pluim kende. Waarop die man die een priesterhater was nors en kwaad zei: "Ik geloof helemaal niet in die dingen, en dat interesseert me ook langs geen kanten." Waarop de priester anwoordde: "Dat kan eigenlijk geen kwaad, onze Lieve Heer ziet u in ieder geval toch graag." De priester ziet vervolgens een glimlach verschijnen op het gezicht van die man: "Hij ziet me toch graag?" zegt hij... Waarop de priester antwoordde: "Ja!"
Als je je afvraagt hoe hij van die negatieve, afwijzende blik gekomen is tot die blije glimlach met de vraag: "zou dat echt waar zijn..." Dan bevinden we ons in het domein van het geestelijk leven.
Lees het vervolg van de uitzending of Luister naar deze bijdrage
Over dit initiatief
De bijdragen van Mystieke Lectuur worden gebracht door priester Paul Van der Stuyft, moderator van de Vereniging zalige Jan van Ruusbroec. Het is een vzw die werd opgericht met het oog mensen te helpen leven zoals God het voorzien of gepland heeft.
Ze wil uiteraard heel in het bijzonder haar leden ondersteunen in hun innerlijk leven en apostolaat.
Dat doen we aan de hand van inzichten en raadgevingen die vele heiligen en mystiekers ons hebben nagelaten.
Zoals de naam van onze vereniging doet vermoeden, doen we dat onder andere met de zeer diepe en rijke teksten van de zalige Jan van Ruusbroec.
We willen geen grote theorieën rond de oren slaan, maar stellen ons met een ontvankelijk hart open voor het Woord van God. Dat Woord heeft gedurende meer dan 20 eeuwen zoekende mensen aangesproken en geraakt. Velen hebben zich er spiritueel aan gevoed, en hebben er met hun leven van getuigd.
De literatuur die we lezend proberen te begrijpen en te duiden, heeft generaties mensen geholpen om dichter te komen bij het mysterie van ons christelijk geloof.
De vereniging wil haar steentje bijdragen bij het bekendmaken van deze christelijke spirituele schat door sessies, retraites, recollecties, lezingen, enz.
Het Centrum zalige Jan van Ruusbroec is de zetel van onze vereniging, en is eveneens de plaats waar een deel van onze activiteiten doorgaan.
Vervolg van deze bijdrage van Mystieke Lectuur
Maar vooralleer we hierop zullen verder gaan, staan we nog even stil bij een stukje dat we in de vorige editie hebben gehoord. We beluisteren het eerst in het Nederlands van de mystieke auteur Johannes Evangelista van 's Hertogenbosch, en vervolgens in het hedendaags Nederlands:
| Ende oft iemant by avontueren noch den moet niet sterck ghenoech en hadde om hem over te geven in altoos te volherden in dat geduerich waernemen zijns selfs / naer de geheelheyt die wy gheseyt hebben dat daer vereyscht wort om Godt te vinden / dat hy ten minsten dit voor hem neme te doen voor eenen sekeren tijt / lanck oft kort / liever als te blijven soo ten halven hangen / soeckende nu Godt / en<de> dan sijn selven / nu klimmende / dan daelende / nu voorwaerts gae<n>de / ende terstont achterwaerts / heden maeckende / ende morgen wederom 't selve brekende. |
| En als iemand dan toch niet moedig genoeg is om zich over te geven en steeds te volharden in het gedurig waarnemen van zichzelf naar de volheid die daartoe vereist is om God te vinden - zoals we reeds hebben gezegd - dat hij zich dan ten minste voorneemt om dit voor een zekere tijd te doen; hetzij lang of kort, veel liever dan halfweg te blijven hangen, nu God zoekend, en dan weer zichzelf, nu weer klimmend en dan dalend, eens voorwaarts gaand en terstond achterwaarts, heden opbouwend en morgen weerom hetzelfde afbrekend. |
Het geestelijk leven, is dat wat tegengesteld gaat, niet omgekeert, maar wat tegengesteld is aan de natuur, en waar de logica de eenheid is, daar waar de logica van de natuur de scheiding bewerkt.
Het is datgene dat we bijvoorbeeld zien op Witte Donderdag wanneer Jezus zegt aan zijn Apostelen: "Ik die uw Heer en Meester ben (volgens de natuur is hij God Almachtig, Heer en Meester), ik ben jullie dienaar geworden. Meester en Heer, stoot af, en dienaar is in ondergeschiktheid, in afhankelijkheid, en het trekt aan.
En als we de beweging van onze aardse natuur beschouwen, zien we precies hetzelfde. De natuur heeft de neiging om weg te duwen, en het is goed dat dit zo is, maar het is de beweging van de schepping. Natuur komt van het woordje "nachere", geboren worden, en de schepping blijft bestaan in dit evenwicht van krachten die elkaar wegduwen, het is de wet van de schepping. God heeft het zo gemaakt, en Hij zag dat het goed was.
Als je het Evangelie wilt samenvatten tot het meest essentiële, zien we dat Jezus slechts één ding vraagt aan de Vader, dat we één zouden zijn, zoals Hij één is met de Vader. Gij in Mij en Ik in u. Zie dat is de eenheid. Deze kracht die ons trekt of stuwt naar die eenheid, is de motor van elk bewust handelen van de mens.
Het kleine kind dat tot het leven geboren wordt, strekt zijn handen uit (verlangend, zoekend) naar zijn moeder. En diens moeder wordt eveneens naar hem toe bewogen.
Deze beweging ziet ge langs alle kanten, zelfs als je het niet altijd opmerkt.
Nog twee tot drie zeer eenvoudige dingen. Onlangs nam wederom een priester de metro van Parijs. Er komt een oudere man naar hem toe, die hij niet kende. Als de priester uitstapt komt die man naar hem toe en zegt: "Dank u Eerwaarde." Waarom zegt hij dat?
Vervolgens op weg met de trein, in het station is er een dame die uitstapt, ze laat een briefje achter zodat de priester het kan bekijken. Ze weet dat ze elkaar nooit meer zouden terugzien, dus gebeurt het in volledige discretie. En op het papiertje stond een gebed. En dergelijke dingen gebeuren regelmatig, maar zoals de lucht die we ademen, merken we het niet meer op, en staan we er niet makkelijk bij stil.
We kunnen denken dat deze realiteit enkel bestaat tussen twee personen of menselijke wezens. Echter het woord persoon zoals we het nu begrijpen, is uitgevonden in een christelijke context, daarbuiten vindt men het niet. Geïnspireerd op de Griekse toneelspelers is het woord binnen Christelijke context gebruikt om te spreken over de goddelijke personen.
En in realiteit zijn we maar iemand, een persoon doordat we deel hebben aan het goddelijk leven (aan de relatie met God). Maar dat kunnen we vandaag niet verder uitdiepen.
We gaan nu toch ook een tekst lezen, in dewelke we zullen zien dat God, zoals de lucht die wij ademen, hij is geest; en het geestelijk leven is volledig transparant. Op een zeker ogenblik, zoals het licht dat op de tafel tegengehouden wordt, de kleur ervan laat zien. Ik zie echter niet het licht, ik zie enkel wat het licht me toelaat te zien.
Op zekere momenten is God ook gestopt door mijn psychisme (laat ons zeggen), en, Hij is niet enkel daar, maar ik zie de weerglans van God. Ik zie God niet, ik zie wat God me toelaat te zien, zoals ik niet het licht zie, maar ik zie de tafel doordat het licht me toelaat het te zien.
Dit is waar voor elke mens, maar het is nog meer waar, of beter gezegd het wordt beter gevoeld of sommigen zijn er zich meer van bewust dan anderen. Zij die een grotere capaciteit hebben, of God heeft hen zo geschapen dat ze betere verklikkers (of ontvangers) zijn van dit Goddelijk licht.
Deze mensen noemt men contemplatieven, maar zij die zeer contemplatief zijn zal men meestal mystiekers gaan noemen.
| Als je het Evangelie wilt samenvatten tot het meest essentiële, zien we dat Jezus slechts één ding vraagt aan de Vader, dat we één zouden zijn, zoals Hij één is met de Vader. Gij in Mij en Ik in u. Zie dat is de eenheid. Deze kracht die ons trekt of stuwt naar die eenheid, is de motor van elk bewust handelen van de mens. |
Een voorbeeld van contemplatie: Je bent op straat met een vriend, en gaat waarheen jullie besloten hebben te gaan, en plots stopt je vriend, en zegt: kijk. Hij heeft iets gezien dat jij niet gezien hebt. Ziehier het verschil tussen iemand die kijkt, en iemand die gewoonweg ziet. Gewoon kijken is anders dan beseffen dat je iets ziet.
Maar degene die stopt en kijkt, is niet speciaal omdat hij besloten heeft te stoppen, maar omdat hij iets heeft opgemerkt dat de meeste andere mensen niet opmerken (en dus niet bij stilstaan of er gewoon geen aandacht aan schenken).
De contemplatief is degene die verder ziet, hij is niet intelligenter. Ze hebben geen andere ogen dan de uwe. Meestal hebben ze zelfs slechtere ogen dan de uwe. Het is dus iets dat gegeven is. Het is een genade. Een kunstenaar is eveneens iemand die verder ziet, en meer dingen ziet dan de doorsnee mens.
Dit wil ook zeggen dat een contemplatief een onthuller is. En dit wil ook zeggen dat als je God wil openbaren, wat evangeliseren genoemd wordt, dan hangt dat niet van u af. Het is een gave, en als dit niet zo is, dan riskeer je jezelf te verkondigen (of brengen) in plaats van God.
Een slechte schilder, een slechte kunstenaar, een slechte muzikant, is degene die zichzelf wil doen opmerken. Een goede... is degene die niet opmerkt dat hij goed is. Dat wil in zekere zin zeggen dat elk "menselijk" pastoraal project gedoemd is om te mislukken. Alleen God kan het geven omdat het boven onze natuur is. Bij Hem moeten we dus te rade en vragen dat Hij ons als zijn instrument gebruikt om zich te openbaren aan onze naaste.
We gaan nu een eerste tekst nemen van een mystica, huismoeder van een familie, die geen grote spirituele opvoeding heeft gehad.
Wij hebben haar geestelijk dagboek, omdat God zich op een bijzonder sterke manier aan haar liet kennen (haar diepweg aanraakte), en dat ze terecht bezorgd was of dit wel van God kwam.
In het Frankrijk van de 19e eeuw gaat men in dat geval de pastoor opzoeken. En de pastoor, met veel takt heeft gezegd dat hij geen specialist was van de contemplatieve roerselen (of toestanden). Schrijf me dat op, vroeg hij haar, en ik zal het advies vragen van een specialist.
En die specialist was een pater jezuïet, Pater Poulaing, die na het overlijden van Lucie Christine (een pseudoniem om de familie geen problemen te bezorgen), het "geestelijk dagboek" van haar heeft uitgegeven, dat heel sprekend (rijk of veelzeggend) is.
Luister maar wat ze daarin heeft opgetekend:
Ik was bijna het hele jaar ziek, en was regelmatig niet in de mogelijkheid om deel te nemen aan de Eucharistie en kon dus niet te communie gaan, en zo gebeurde het dat ik zes weken niet naar buiten mocht gaan. Ik was droevig om verscheidene redenen, en ik maakte mijn beklag bij de Heer dat Hij me ver van Hem liet. Terwijl ik deze dingen overwoog, en alleen thuis werkte aan een paar naaiwerkjes, was mijn ziel plotseling ingenomen en als overstroomd door een gevoel van de goddelijke aanwezigheid, en ik ervoer het als een gevoel van de realiteit. God wàs daar, dicht bij mij; ik kon hem niet zien, maar ik voelde de zekerheid van zijn aanwezigheid, zoals een blinde zeker is van de aanwezigheid van iemand die hij aanraakt en die hij hoort spreken; en in mijn hart was het een zalving, een vrede, een goddelijke vreugde... Dat duurde denk ik ongeveer een uur, en mijn ziel bleef enorm gesterkt en getroost door deze hemelse gunst, en zo, dat wat het teweeg bracht me toelieten om het niet voor een illusie te nemen, niettegenstaande ik van die goddelijke dingen op dat moment zeer onwetend was.
Laten we daarvan toch een stukje herbeluisteren om die woorden dieper in ons hart te laten doordringen:
| Terwijl ik deze dingen overwoog, en alleen thuis werkte aan een paar naaiwerkjes, was mijn ziel plotseling ingenomen en als overstroomd door een gevoel van de goddelijke aanwezigheid, en ik ervoer het als een gevoel van de realiteit. God wàs daar, dicht bij mij; ik kon hem niet zien, maar ik voelde de zekerheid van zijn aanwezigheid, zoals een blinde zeker is van de aanwezigheid van iemand die hij aanraakt en die hij hoort spreken; en in mijn hart was het een zalving, een vrede, een goddelijke vreugde... |
Ziezo, als we die tekst samenvatten, is er een eerste niveau van Gods aanwezigheid die niet zeer bewust is. "Ik maakte mijn beklag bij de Heer dat Hij me ver van Hem liet".
Men maakt zijn beklag niet bij een afwezige. Hij was op het meest verwijderde niveau van het bewustzijn, maar Hij was daar. En op een totaal onverwachte manier, want de bedoeling die ze had was om te naaien, haar intentie was dus om te werken. Hij die op het laatste plan van haar bewustzijn was komt plots op het voorplan: "plotseling ingenomen en als overstroomd door een gevoel van de goddelijke aanwezigheid"
Het woord "gevoel" is gevaarlijk, maar er is geen ander woord dat onze gevoelsmatige ervaring kan uitdrukken en als we van een dergelijk iets willen spreken. Maar als iedereen die over dit type van ervaring wil spreken telkens moet gaan zeggen: ik moet spreken over voelen, zien, horen, maar niet zoals ik deze tafel zie, of... dan haakt ieder die luistert af...
Even verder zegt ze dat dit "het gevoel is van de werkelijkheid". De mystiekers zullen altijd zeggen (daar waar wij geloven dat zij met hun hoofd in de wolken zitten): dat wij het zijn die met ons hoofd in de wolken zitten, dat wij met andere woorden ver van de realiteit af zijn; de realiteit die zij helderder ontwaren.
Het is daarom dat er altijd een radicaal onbegrip zal blijven bestaan (tussen die twee).
Men zal u zeggen dat Sint-Jan-van-het-Kruis, de Heilige Theresia van Avila, Sint Franciscus van Sales, de zalige Jan van Ruusbroec en vele anderen... allemaal dromers zijn. Doch als je kijkt wie het Spanje van de 16e eeuw of het Frankrijk van de 17e eeuw gemaakt hebben, dan zijn het de mystiekers. Het zijn zij die de doeltreffende beslissingen genomen hebben. Dus wie zijn de dromers dan?
Als je bij Plato gaat kijken in zijn 7e boek van de Republiek, zien we eveneens dat allen die anderen als dromers behandelden nu allen vergeten zijn, en dat de dromers het zijn waarover men (nu) zegt: "Ah Plato, ah Socrates, het zijn zij die (het aanschijn van) de wereld hebben veranderd. Ziehier het geestelijke leven.
Wat er gebeurt zonder het te hebben voorzien of zonder het te hebben gepland of gezocht, en dat zich aan bepaalde personen openbaart die gekozen zijn voor zo een totaal onverwachte ervaring, die hen ook volledig anders doet kijken naar de wereld. Een ervaring die ze trouwens absoluut niet meester zijn.
De grote uitdaging voor hen zal erin bestaan om die ervaring van dé realiteit te verwoorden, met woorden die daar niet voor zijn bedoeld, of er niet voor gemaakt zijn...
We kijken nog even verder in de tekst die we hebben gelezen: "mijn ziel bleef enorm gesterkt en getroost door deze hemelse gunst, en zo, dat wat het (in mij) teweeg bracht me toeliet om het niet voor een illusie te nemen."
Ik herneem hier een stukje van wat we van Sint-Bernardus reeds hebben geciteerd: het enige criterium dat ons doet beseffen dat het ontegensprekelijk wel degelijk God is en geen illusie, ... en dat er vervolgens constateerbare effecten bewerkstelligd worden, er is iets dat verandert (of meerdere dingen die veranderen door die ervaring), en die we in de realiteit van ons leven effectief kunnen waarnemen.
Hetgene zeer betekenisvol is, dat is dat ze op het einde zegt dat ze nergens eerder over dergelijke dingen gelezen had, of erover onderricht is geweest. Het is dus allemaal volledig nieuw en onbekend voor haar. Het is dus niet iets waarvan ze wist dat dit allemaal zou kunnen gebeuren. Ze heeft het dus niet gezocht op een of andere manier.
De grote uitdaging bestaat er dus in de moeilijkheid om deze ervaring achteraf te verwoorden of te beschrijven, omdat die ervaring geheel anders is dan de (materiële) gevoelsmatige ervaring, datgene namelijk dat zich volledig buiten onze normale ervaringswereld situeert.
Met andere woorden bestaat de hele moeilijkheid erin om toe te laten dat het Woord vlees wordt. Het Woord van God met een hoofdletter, namelijk de Logos, het onuitspreekbare.
Het Evangelie is dus de menselijke verwoording van God, het is de incarnatie en de Christen is degene die doordat hij het Evangelie heeft, kan binnentreden in de logica van het reële.
De hele moeilijkheid bestaat erin om deze ervaring van menswording te verwoorden. Dit wil zeggen dat het Evangelie de taal is van de menswording.
Dit wil dus ook zeggen dat de rol van de Kerk, die het Evangelie ontvangen heeft - met een uitdrukking van Sint-Jan-van-het-Kruis dat ik hiervoor wil overnemen - en dan is de rol van de Kerk nl.: "De taal van God onderrichten."
| Zoals we met Sint-Bernardus zien; het enige criterium dat ons doet beseffen dat het ontegensprekelijk wel degelijk God is en geen illusie, ... en dat er vervolgens constateerbare effecten bewerkstelligd worden, er is iets dat verandert (of meerdere dingen die veranderen door die ervaring), en die we in de realiteit van ons leven effectief kunnen waarnemen. |
Ziehier de schat van de Kerk, en ziehier dan eveneens de missie van de Kerk. Alle andere missies van de Kerk staan in relatie met deze hier.
Ik vestig uw aandacht op het feit dat in onze oud Christelijk landen, de pastorale projecten in het algemeen de viering zoeken te redden (of te bestendigen). Omdat het datgene is dat men het beste ziet als er niets meer over schiet. De hervormingen, die de meeste bisdommen de laatste tijd doorvoeren, worden bestuurd door de vraag: hoe zorgen we ervoor dat er toch nog een beetje overal de Eucharistie kan gevierd worden?
Daar waar de Eucharistie pas op het einde van Jezus' publiek leven werd ingesteld, dat is op witte donderdag, en dat is de laatste dag van zijn aardse leven met zijn apostelen. Na drie jaar op school, waar ze de taal hebben geleerd die God spreekt. En ik denk dat we geen 5% van de energie besteden aan het aanleren van de taal die God spreekt wanneer we op welke manier dan ook 95% van onze energie steken in het redden van de viering... maar als we de taal die God spreekt niet begrijpen, is er dan nog iets om te vieren?
Sint-Augustinus zei reeds dat het pastoraal probleem (nummer 1) niet de sacristie is of het kerkgebouw, maar de school. In het Matteüsevangelie horen we Jezus zeggen: "Gaat over de hele wereld, en maakt leerlingen van mij, ..." (Matteüs 28:16-20) Dit aanleren is van kapitaal belang om die taal van God te leren kennen, om binnen te kunnen treden in wat mystiekers en contemplatieven scherper waarnemen dan de meeste mensen. Dit maar om u te zeggen in welke mate men van de buitenkant (zonder de juiste lees-sleutel) daar niets van opmerkt. Niet meer dan dat men de aanwezigheid van het licht kan opmerken. Niemand heeft God ooit gezien zegt ons de Evangelist Sint-Jan, we merken evenmin die mensen op; van de buitenkant althans, merken we niets op van die mensen.
Niet meer dan dat de meeste mensen Jezus Christus hebben opgemerkt. Hij viel niet op, ze hebben hem zelfs niet eens herkend. Nu, 20 eeuwen later echter, zien we het resultaat van Jezus, de effecten van wat hij verwezenlijkt heeft, maar zoals Sint-Paulus ons zegt in de Korinthiërsbrief: "hadden ze het opgemerkt (geweten) wie hij was, ze zouden hem niet hebben vermoord, ze waren niet idioot, ze hebben het niet opgemerkt (wie hij was)".
Wij hebben de illusie om te geloven dat we Jezus zouden hebben opgemerkt indien we geleefd hadden in zijn tijd. Maar we zijn mis... de hele dag kruisigen we hem, maar we zeggen, neen, neen, ik kruisig Jezus niet! ... En Jezus zal ons zeggen: Ik had honger en jullie hebben me niet te eten gegeven, ik had dorst en jullie hebben me niet te drinken gegeven... Maar we wisten het niet, ... dat was reeds zo in de tijd van Jezus.
Een vraag die zich wellicht aan ons opdringt als we dit horen: "Indien ze Jezus wel hadden herkend als Zoon van God, en Hem niet hadden gekruisigd, zouden we dan toch gered geweest zijn?"
Jezus bidt niet opdat we zouden worden gered, maar wel dat we één zouden zijn in Hem. Het is door één te zijn met Jezus, die één is met de Vader en de Heilige Geest, dat we leven. We moeten dus niet meer gered worden. We "zijn" dan, met Hem die "is".
Maar nu nog even dit. Een dame die zeer vergelijkbare dingen ervaren en beschreven heeft als Lucie Christine, is Jeanne Schmitz-Rouly. Ze was de moeder van een priester van het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Ze was een eenvoudige huismoeder. Je moet niet denken dat het geleerde mensen en geschoolde hoogvliegers zijn zoals Sint-Jan-van-het-Kruis. Maar wat is er dan wel gebeurd met Lucie Christine?
Toen Charles Schmitz, de zoon van Jeanne om toestemming gevraagd werd om het dagboek van zijn moeder te mogen publiceren, kon hij niet geloven dat die schriftjes die hem getoond werden (van haar waren). Het was iemand die die schriftjes had gevonden in de archieven van de Jezuïeten van Antwerpen. Want ook daar had de pastoor gezegd: daar ik weet niet genoeg van, en hij heeft raad gevraagd bij een expert, een pater Jezuïet die wel op de hoogte was van deze ervaringen, en die kopies van die schriftjes had gehouden in zijn bureau... Na zijn dood waren die schriftjes in de handen gevallen van een specialist van mystieke literatuur.
En toen de priester Charles Schmitz met die schriftjes werd geconfronteerd was hij zeer verwonderd, en toch moest hij toegeven dat het wel het geschrift van mijn moeder was. Hij herinnerde zich wel vaag dat bij een verhuis, soortgelijke schriftjes zoek waren geraakt, en dat zijn moeder daar zeer bezorgd om was geweest. Toch kon hij moeilijk begrijpen dat zijn moeder zo een diepe godservaringen heeft gehad. Hij heeft toen eveneens gezegd: "ze was toch niet zo mijn Mama. Ze maakte taarten, en deed vele dingen..." We denken altijd dat het maken van taarten, en het zorgen voor vele materiële dingen niet compatibel is met dat leven in nauwe eenheid en verbondenheid met God ... Maar we mogen vrij zeker zijn dat de Heilige Maagd eveneens taarten moet hebben gebakken voor haar zoon, zeker op de 25e december, en veel aandacht had ook voor de materiële noden en zorgen van haar Zoon ... en toch was ze de Heilige Maagd Maria.
Ziezo, we zijn weerom aan het einde gekomen van deze editie van Mystieke Lectuur. Volgende keer gaan we aan Romano Guardini, een groot spiritueel theoloog van nog niet zo heel lang geleden vragen om ons uit te leggen wat er gebeurd is met Lucie Christine en Jeanne Schmitz-Rouli.
Beste luisteraars, hopelijk hebben deze woorden over "ons geestelijk leven" jullie hart nogmaals kunnen raken, en mogen we jullie volgende keer opnieuw rekenen onder onze trouwe toehoorders.
U luisterde naar het programma Mystieke Lectuur, waar we deze keer hebben gehandeld over ons spiritueel leven, met enkele sterke teksten uit de rijke schat van de Christelijke Spirituele Literatuur.
Tot de volgende keer.
Digitale bijdragen
Via YouTube worden regelmatig filmpjes beschikbaar gesteld. Daardoor wil de vereniging ook mensen te hulp komen met middelen die de moderne media tegenwoordig mogelijk maken.
Momenteel kunnen ze enkel via deze website gevonden worden, en worden ze niet voorgesteld aan mensen die op YouTube surfen of opzoekingen doen.

