Lucie Christine, of het spirituele leven van een huismoeder
Zeventigste editie
Mystieke lectuur voor Radio Maria België
Je kan de uitzending via deze webpagina van Radio Maria herbeluisteren.
Je zal een keuze moeten maken voor een van de uitzendingen.
Op de pagina van je keuze vind je na een korte omschrijving onderaan op die pagina
de mogelijkheid om deze bijdrage via een podcast te herbeluisteren.
Welkom beste luisteraars.
Programma "Mystieke Lectuur" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan christelijke spirituele traditie.
In de vorige editie van Mystieke Lectuur hebben we verder geprobeerd om de realiteit van ons geestelijk leven meer van nabij te bekijken. Het is uiteraard wel wat we in al de bijdragen van Mystieke Lectuur als doel hebben, maar we pakten het ietwat theoretischer aan dan van gewoonte.
We hebben een paar edities geleden aan Romano Guardini gevraagd om ons uit te leggen wat er gebeurd is met Lucie Christine en Jeanne Schmitz-Rouli. Guardini was een groot spiritueel theoloog, geboren in 1885 te Verona, Noord-Italië, en overleden in 1968 te München in Duitsland. Hij is een mooi voorbeeld van een contemplatieve theoloog.
Daarna zijn we bij Sint-Bernardus te rade gegaan, met een stukje waarop hij getuigt hoe hij God in zijn leven heeft ontdekt. Aan het einde stonden we stil bij de concrete, aanwijsbare dingen die in ons leven veranderen. Sint-Bernardus bracht ze ter sprake toen hij zich afvroeg langs waar God dan wel bij hem is binnengekomen, en hoe hij geweten heeft dat Hij daar was.
Daarna zijn we blijven stilstaan bij Moeder Theresa met haar spiritueel testament. Daar hebben we gezien dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is als we Gods wil volgen in ons leven. En toch zien we daar, dat zelfs die diepste nacht op onze spirituele levensweg, nog niet donker en eenzaam genoeg is om ons van onze diepe vreugde en geluk te beroven. Want precies daarin ontwaren we een zuivere overgave om in alles Gods wil te vervullen.
We zijn eveneens even blijven stilstaan bij het beeld van een venster dat Sint-Jan van het Kruis ter hand neemt. Hij gebruikt dat beeld om ons het proces van omvorming in ons geestelijk leven te helpen helder te begrijpen. Hij zegt dat degene die het Evangelie doorgeeft, het doorgeeft niet door reflectie, maar door transparantie. Met het voorbeeld van een venster, zegt hij dat we het licht slecht doorgeven wanneer we het venster kunnen zien. M.a.w. als we willen evangeliseren, mogen wij niet in de weg gaan staan, maar moeten we omgevormd worden in het licht van God. Daarvoor moeten we uiteraard zuiver zijn. Want als het onzuiver is en er bijvoorbeeld plekken op zijn, dan valt het raam op. Een venster evenmin een spiegel, want we kunnen of mogen het Woord van God niet weerkaatsen. Maar wanneer we omgevormd worden door het licht van God, dan is het God die (door ons) evangeliseert. Het zijn dus niet wij die evangeliseren, maar God.
Lees het vervolg van de uitzending of Luister naar deze bijdrage
Over dit initiatief
De bijdragen van Mystieke Lectuur worden gebracht door priester Paul Van der Stuyft, moderator van de Vereniging zalige Jan van Ruusbroec. Het is een vzw die werd opgericht met het oog mensen te helpen leven zoals God het voorzien of gepland heeft.
Ze wil uiteraard heel in het bijzonder haar leden ondersteunen in hun innerlijk leven en apostolaat.
Dat doen we aan de hand van inzichten en raadgevingen die vele heiligen en mystiekers ons hebben nagelaten.
Zoals de naam van onze vereniging doet vermoeden, doen we dat onder andere met de zeer diepe en rijke teksten van de zalige Jan van Ruusbroec.
We willen geen grote theorieën rond de oren slaan, maar stellen ons met een ontvankelijk hart open voor het Woord van God. Dat Woord heeft gedurende meer dan 20 eeuwen zoekende mensen aangesproken en geraakt. Velen hebben zich er spiritueel aan gevoed, en hebben er met hun leven van getuigd.
De literatuur die we lezend proberen te begrijpen en te duiden, heeft generaties mensen geholpen om dichter te komen bij het mysterie van ons christelijk geloof.
De vereniging wil haar steentje bijdragen bij het bekendmaken van deze christelijke spirituele schat door sessies, retraites, recollecties, lezingen, enz.
Het Centrum zalige Jan van Ruusbroec is de zetel van onze vereniging, en is eveneens de plaats waar een deel van onze activiteiten doorgaan.
Vervolg van deze bijdrage van Mystieke Lectuur
In onze vorige editie stonden we stil bij het 6e hoofdstuk van het Evangelie van Sint-Jan, met de vraag die gesteld werd aan Jezus: "Wat moeten we doen om de werken van God te verrichten?" En daarop antwoordt Jezus het volgende: "Dat jullie geloven in Hem die Mij gezonden heeft." Méér is het niet.
Daarbij verwezen we naar de veel gemaakte fout die erin bestaat dat we het vocabularium van de moraal met deze van de het christelijk geloof verwarren. Het is een totaal vergeten christelijk mysterie, dat het niet de mens is die opklimt (naar God), maar het is God die neerkomt (tot de mens). Dat noemt de menswording of incarnatie. God komt tot ons in Christus om ons in Hem en bezield met de Heilige Geest, te voeren tot de Vader.
We zagen eveneens dat als de geestelijke meesters van opstijgen of opgaan spreken, dan spreken ze niet van fysiek klimmen, maar over het opstijgen zoals dat van een luchtballon. Het niet opstijgen zou in dat geval een serieuze inspanning vragen dan wel het zich laten opstijgen. De overgave is het wat ons op verantwoorde wijze doet stijgen onder Gods genade. En dus behoren we niet door middelen van grote krachtpatserijen de hemel te beklimmen. Hoe meer men stijgt door die ware overgave, hoe meer men ziet en beseft dat men er niet toe is gekomen uit eigen krachten.
Ruusbroec spreekt ook over dat opklimmen/uitstijgen boven onszelf. Dat is iets dat wijzelf niet kunnen bewerken, wij kunnen niet opklimmen boven onszelf want God alleen kan ons optrekken boven onszelf.
De hele leerschool van het gebed bestaat er dus in om in niets deze werking van God te belemmeren. Wij kunnen niets bewerkstelligen of produceren in het christelijk leven, wij hebben enkel de draden, koorden,... door te knippen die ons vast houden en belemmeren om op te stijgen, om spiritueel of vergoddelijkt te worden. En dit - versta het "vergoddelijkt worden" - als het worden van een waar kind van God, en uiteraard niet om God van de troon te stoten en zijn plaats in te nemen.
We stonden dus stil bij Sint-Jan van het Kruis die het beeld van een koordje gebruikt dat volstaat om een vogel te beletten te vliegen. Meer dan het koordje doorknippen is niet nodig opdat de vogel weer zonder moeite kan vliegen.
We brachten eveneens onder de aandacht dat wanneer we de geboden bekijken die God ons heeft gegeven, dan zien we dat de positieve geboden, m.a.w. deze die ons zeggen wat we moeten doen, enkel bestaan uit: gij zult de Heer uw God beminnen met heel uw hart..., en dat al de rest negatieve geboden zijn; dat wat we niet moeten doen: niet stelen, ... niet doden, ..., niet liegen, ... Het is dus niet vermoeiend iets niet te doen... Het zijn enkel de positieve geboden die men zelf moet verlangen en met een positieve actie verrichten: het is nl. God liefhebben, loven, prijzen, aanbidden, dienen, enz. Maar vervolgens zegt hij heel eenvoudig wat we niet moeten doen als we tot het ware leven willen komen. Het is zelfs zo dat wat er moet gedaan worden, dat God dat in ons zal verrichten wanneer we waarlijke instrumenten zijn in Zijn hand, of anders gezegd, zodra we in zekere zin met Hem zijn verbonden; op Hem zijn geënt.
Een groot specialist (Mgr. Combes) van de kleine Theresia van het Kind Jezus, gaf ons haar geheim mee. Namelijk: dat het deel van de mens in de actie, de contemplatie is. En als we hier spreken over de actie waarvan het menselijke deel de contemplatie is, dan is dat inderdaad de bovennatuurlijke actie.
Dit zeggen of schrijven schijnt voor velen als ontoelaatbaar over te komen. Want als we louter vanuit een menselijk perspectief naar het Evangelie kijken, dan zullen we moeilijk kunnen toegeven dat dit werk van eenheid met God alles te boven gaat. Wij zijn namelijk geneigd om de vrijgevigheid met de caritas of naastenliefde te verwarren. We denken dat het Evangelie een product is dat we moeten exporteren, daar waar het een boodschap is, (goed) nieuws, een openbaring. Er is geen andere manier om iets aan te kondigen of te openbaren dan door ervan te leven.
Op die manier waarover Jezus sprak met de Samaritaanse vrouw bij de waterput van Jakob: "Iedereen die van dit water drinkt, krijgt weer dorst, maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven." (Joh. 4, 13-14) En verder in het Johannesevangelie hoofdstuk 7, verzen 37-39 lezen we het volgende: "Op de laatste en grootste dag van het feest stond Jezus daar en riep met luider stem: "Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: "Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien." Hiermee doelde Hij op de Geest, die zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen, ..."
Om dit alles nog wat dieper in overweging te nemen, zullen we nogmaals Lucie Christine ter sprake brengen, en wat langer stilstaan bij haar Spiritueel Dagboek. Daarbij willen we vooral kijken naar wat er gebeurt wanneer God zich opdringt in een leven...
Wanneer God zich opdringt in een leven...
En voordat we Lucie Christine aan het woord laten over haar innerlijke ervaring, is het goed even stil te staan bij het boek waarin zij bidt en mediteert: de Navolging van Christus van Thomas à Kempis. Dat werk ontstond in de vijftiende eeuw en kende een bijna ongeëvenaarde verspreiding. Manuscripten in het Latijn bleven in heel West-Europa bewaard, en de vele vertalingen en gedrukte edities getuigen van een uitzonderlijke populariteit. Een klassieke samenvatting zegt zelfs dat, met uitzondering van de Bijbel, nauwelijks een christelijk geschrift zo wijd en zo langdurig gelezen is. Je zou het, in moderne taal, gerust een bestseller avant la lettre kunnen noemen.
Maar die populariteit is niet het hele verhaal. De Navolging is ook echt een boek van meditatie, van stilte en innerlijke oefening. Thomas à Kempis nodigt de lezer uit om een geschikte tijd voor meditatie te zoeken, zich terug te trekken uit leeg geklets en rondzwerven zonder doel, de wereldse drukte buiten te sluiten, en in stilte de verborgen dingen van de Schrift te leren kennen. Dat past precies bij de geest van de devotio moderna, waarin het boek een bijzondere uitdrukking werd van een innerlijk, sober en christocentrisch gebedsleven. Lucie Christine leest dus niet zomaar een spiritueel boek; zij staat in een lange traditie van gelovigen die dit werk gebruikten als gids voor de ziel.
Thomas à Kempis zelf sluit daar prachtig bij aan wanneer hij schrijft dat meditatie een zoeken is naar wat de mens dichter bij God brengt. De Catechismus zegt hetzelfde in nuchtere taal: meditatie is een zoektocht van de geest, geholpen door de Heilige Schrift, de liturgie, de geschriften van de geestelijke vaders en andere boeken van geestelijke auteurs. Paus Franciscus heeft dat later nog eens helder samengevat: mediteren is voor een christen betekenis zoeken in Gods openbaring, om uiteindelijk Christus te ontmoeten. Dat is precies de sfeer waarin dit fragment van Lucie Christine gelezen moet worden.
Duiken we nu dan in haar Spiritueel Dagboek – op 25 april 1873 schrijft ze –:
| Op de ochtend van die dag deed ik mijn meditatie in het boek van de Navolging van Christus, zoals ik dat sinds dertien jaar gewoon was. En toen gebeurde het. Plotseling zag ik voor mijn innerlijke ogen deze woorden: "God alleen." |
| Het is vreemd om te zeggen dat men woorden ziet. En toch is het zeker dat ik ze zag en hoorde in mijn innerlijk, maar niet op de gewone wijze van zien en horen. |
| En ook voel ik hoe gebrekkig mijn woorden zijn om uit te drukken wat ik toen ervoer, al is de herinnering eraan mij zeer levendig bijgebleven. |
| Het was tegelijk een licht, een aantrekking en een kracht. Een licht dat mij deed zien hoe ik in de wereld volledig aan God alleen kon toebehoren, en ik zag dat ik dat tot dan toe niet goed had begrepen. Een aantrekking waardoor mijn hart werd overwonnen en meegevoerd. Een kracht die mij een edelmoedig besluit ingaf en mij als het ware de middelen in handen gaf om het uit te voeren. |
| Want het eigene van deze goddelijke woorden is dat zij bewerken wat zij zeggen. Dit waren de eerste woorden die God behaagde mijn ziel te laten horen, en in zijn barmhartigheid maakte Hij daarvan het vertrekpunt van een nieuw leven [ voor mij ]. |
We nemen nu nog een andere passage die we in voorbije edities gedeeltelijk hebben gehoord, maar die we nu toch ook graag naast de vorige passage plaatsen. We luisteren nu naar wat ze op 16 juli 1874. schrijft in haar Spiritueel Dagboek:
| Ik beklaagde mij bij mijn Heer dat Hij mij ver van Hem liet blijven. Terwijl ik met deze gedachten bezig was en alleen thuis aan wat naaiwerk werkte, werd mijn ziel plotseling overvallen en als overstroomd door het gevoel van de goddelijke aanwezigheid, en ik ervoer dit als een gevoel van de werkelijkheid. |
| God was daar, dicht bij mij. Ik kon Hem niet zien, maar ik voelde de zekerheid van zijn aanwezigheid, zoals een blinde er zeker van is dat iemand bij hem is die hij aanraakt en hoort spreken. En in mijn hart was het een goddelijke zalving, vrede en vreugde... |
| Dit duurde, denk ik, ongeveer een uur, en mijn ziel bleef sterk gesterkt en getroost door deze hemelse gunst, zodat de uitwerking ervan mij niet toeliet dit voor een illusie te houden, hoewel ik toen nog een grote onwetendheid had omtrent deze goddelijke zaken. |
De auteur
Laten we nu even stilstaan bij de auteur zelf: Mathilde Bertrand-Boutlé (1844–1908), ze was echtgenote en moeder, en leefde van kindsbeen af in een vereniging met God van uitzonderlijke intensiteit, zonder dat haar naasten daarvan wisten en onder de uiterlijke schijn van een heel gewoon provinciaal en burgerlijk bestaan. Op verzoek van haar pastoor en geestelijke leidsman schreef zij verslagen van haar innerlijk leven, die uiteindelijk terechtkwamen bij pater A. Poulain (1836–1919). Hij was het die er in 1910 uittreksels van publiceerde onder de titel en het pseudoniem: Spiritueel Dagboek van Lucie Christine.
Het grote belang van deze teksten ligt in hun helderheid en spontaniteit. Lucie Christine was geen speculatief auteur, niet iemand die zich opwierp als specialist in mystiek, maar een evenwichtige en intelligente vrouw, die zelf nauwelijks mystieke literatuur had gelezen en toch in concrete, voor iedereen herkenbare taal de hoogste ervaring van God weet te beschrijven. Juist daarom spreken haar woorden zo sterk: ze zijn eenvoudig, maar nooit oppervlakkig; direct, maar nooit banaal.
Wat deze meditatie zo bijzonder maakt
Wat in haar meditatie meteen opvalt en zo bijzonder maakt, is dat de ervaring van Lucie Christine niet losstaat van haar gebedsleven. Ze begint in een boek (de Navolging van Christus) dat zelf uitnodigt tot stilte, tot terugkeer naar binnen en eenvoud van hart. Dat maakt haar ervaring zo klassiek en tegelijk zo menselijk. Er is niets geforceerds aan. Eerst merken we de trouw op, waarbij ze dertien jaar lang uit hetzelfde boek mediteert, dezelfde oefening verricht, in dezelfde stille omgang met God. En juist daar, in die regelmaat, kan iets onverwachts gebeuren. Het plotselinge breekt in op het gewone, zonder het gewone te vernietigen. Het verdiept het slechts.
Dat is namelijk typisch voor christelijke meditatie. De ziel zoekt niet een vlucht uit de werkelijkheid, maar een dieper zien van de werkelijkheid waarin men staat. De Catechismus noemt meditatie een zoektocht naar de betekenis van het christelijk leven, geholpen door het Woord en door de geestelijke traditie. Paus Franciscus legt daar nog een sterk accent op: mediteren is niet in de eerste plaats jezelf observeren, maar de ontmoeting met de Ander, met Christus, binnenstappen. Daarom kunnen boeken als de Navolging van Christus zulke krachtige instrumenten zijn: ze leiden niet naar zichzelf, maar naar God.
En precies dat gebeurt hier. De woorden "God alleen" zijn niet zomaar een gedachte of een devotionele formule. Ze zijn tegelijk licht, aantrekking en kracht. Dat is een zeer diepe beschrijving van contemplatie. Het licht raakt het verstand: Lucie ziet iets dat zij voordien niet echt had begrepen. De aantrekking raakt het hart: haar innerlijk wordt gewonnen. De kracht raakt de wil: zij krijgt niet alleen een inzicht, maar ook de middelen om ernaar te handelen. Met andere woorden: ware contemplatie maakt niet passief, maar doet kiezen. Ze maakt niet vaag, maar beslist. Ze schept niet afstand tot God, maar overgave aan zijn wil.
Dat is ook de reden waarom de tekst van de Navolging hier zo mooi op aansluit. Thomas à Kempis blijft erop hameren dat de ziel zich moet richten op Christus, dat grote woorden weinig baten zonder nederigheid, en dat de ware weg die van zijn eigen kruis dragen is. Hij zegt het heel direct: laat het onze meest ernstige bezigheid zijn om te blijven bij het leven van Jezus Christus. En elders zet hij de lezer aan om de wereldse drukte te verlaten, zich terug te trekken in stilte en in afzondering de verborgen dingen van de Schrift te leren kennen. De stijl is sober, maar de richting is duidelijk: weg van verstrooiing, naar innerlijke eenheid; weg van ijdelheid, naar God.
De tweede ervaring: aanwezigheid als werkelijkheid
De tweede passage is minstens even mooi, maar op een andere manier. Hier gaat het niet om een bepaald woord dat als vuur binnenvalt, maar om een ervaring van Gods nabijheid na een periode van droogte. Lucie Christine klaagt haar Heer dat Hij haar ver van Zich laat blijven. En juist terwijl zij in die gedachte leeft, overvalt haar plotseling het gevoel van de goddelijke aanwezigheid.
De vergelijking met de blinde is heel treffend. Een blinde ziet de ander niet, maar weet toch dat iemand nabij is, doordat hij de aanraking voelt en de stem hoort. Zo beschrijft Lucie de aanwezigheid van God: niet als een visueel bewijs, maar als de zekerheid van nabijheid. En die nabijheid is geen abstract idee; zij wordt ervaren als zalving, vrede en vreugde. Dat zijn geen toevallige gevoelens, maar de vruchten van een echte genade. De ziel wordt gesterkt, getroost en bevestigd.
Hier wordt ook duidelijk hoe belangrijk de woorden van de Navolging zijn. Het boek leert de ziel om het lawaai buiten te sluiten, in stilte te blijven, en zo de echte innerlijke werkelijkheid te leren kennen. Lucie Christine lijkt precies in die lijn te bewegen: geen spektakel, geen drukte, geen geestelijke nieuwsgierigheid, maar een stille, sterke overtuiging dat God werkelijk nabij is. Die ervaring zelf maakt haar niet zelfbewuster in wereldse zin, maar rustiger, eenvoudiger en zekerder. Dat is misschien een van de mooiste kenmerken van authentieke christelijke mystiek: ze maakt de mens niet groter in eigen ogen, maar kleiner, nederiger en ontvankelijker voor God.
Naar de Navolging zelf
En daarmee zijn we zo stilaan weer gekomen aan het einde van deze bijdrage van Mystieke Lectuur. Met deze fragmenten van het Spiritueel Dagboek van Lucie Christine staan we eigenlijk al op de drempel naar wat volgt. Het is een mooie voorbereiding om in volgende bijdragen het werk van Thomas Van Kempen meer aan bod te laten komen. De Navolging van Christus fungeert hier niet alleen als achtergrond, maar als een levende bron.
Na deze uitzending zal het boek zelf verder spreken – kort, sober en recht op het doel af. Thomas à Kempis begint immers meteen met Christus te volgen door het afleggen van wereldse ijdelheid, door nederigheid, waarheid en het dragen van ons kruis. Het is precies die weg waarop Lucie Christine zich al heeft laten leiden, lang vóór de woorden van de mystieke ervaring zelf onweerlegbaar bij haar zijn binnen gekomen, laat staan dat ze volledig zijn uitgelegd.
De fragmenten van haar Spiritueel Dagboek kunnen nu rustig overgaan in het stilstaan bij het boek van de Navolging. De stem die zegt dat wie Christus volgt, niet in de duisternis zal wandelen, en dat de ware wijsheid begint waar de ziel zich losmaakt van de leegte van de wereld. Dat alles nodigt ons uit om ons te verdiepen in dat werk dat geruime tijd na de Bijbel het meest gegeerde boek was.
Daarmee is dan ook de toon gezet voor wat zal volgen: niet eerst een theorie theologie, maar meditatie; niet in eerste instantie een uitleg, maar stilte; niet eerst het observeren op een afstand, maar de eenvoudige en dringende uitnodiging en ja zelfs roeping: God alleen; Hem in het centrum van ons leven te plaatsen. Daardoor wordt de orde hersteld die God heeft tot stand gebracht, en die opbouwt en leven geeft. Het ene dat echt werkelijkheid is en blijft: onze relatie en eenheid met God. God die alleen bron van leven is en die ons - wanneer we met Hem verbonden zijn - ons in relatie stelt met alles wat in Hem en door Hem en voor Hem bestaat.
Ziezo, met al deze teksten en bedenkingen is onze editie van Mystieke Lectuur weer aan haar einde gekomen. Hopelijk hebben deze stapjes op de ontdekkingstocht van ons spiritueel leven jullie geholpen om die realiteit van jullie leven te situeren op een manier dat jullie er iets mee kunnen doen.
In de volgende edities gaan dus rechtstreeks stukken lezen van een van de grote spirituele auteurs vanuit de Devotio Moderna, namelijk uit het werk "De navolging van Christus" van a Kempis (of Thomas van Kempen). Dat werk is namelijk een echte bestseller geweest gedurende heel lange tijd. We zullen er af en toe ook bij stilstaan dat hij heel veel mensen heeft geïnspireerd, en geholpen om hun spiritueel avontuur verder te ontdekken en goed te beleven.
| U luisterde naar het programma Mystieke Lectuur, waar we deze keer hebben gehandeld over ons spiritueel leven, met enkele sterke teksten uit onze rijke schat van de Christelijke Spirituele Literatuur. |
Digitale bijdragen
Via YouTube worden regelmatig filmpjes beschikbaar gesteld. Daardoor wil de vereniging ook mensen te hulp komen met middelen die de moderne media tegenwoordig mogelijk maken.
Momenteel kunnen ze enkel via deze website gevonden worden, en worden ze niet voorgesteld aan mensen die op YouTube surfen of opzoekingen doen.

