Vereniging
zalige Jan van Ruusbroec

vzw



Ook Ruusbroecvereniging genoemd

Ontdek de weg om thuis te komen
in de christelijke spirituele en mystieke traditie

Wat is een spiritueel leven?

Thomas van Kempen en "De Navolging van Christus"

Enenzeventigste editie

Mystieke lectuur voor Radio Maria België

Je kan de uitzending via deze webpagina van Radio Maria herbeluisteren.
Je zal een keuze moeten maken voor een van de uitzendingen.
Op de pagina van je keuze vind je na een korte omschrijving onderaan op die pagina
de mogelijkheid om deze bijdrage via een podcast te herbeluisteren.


Welkom, beste luisteraars.

Het programma "Mystieke Lectuur" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs, voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God: pareltjes uit onze rijke schat aan christelijke spirituele traditie.

In de vorige reeks edities van Mystieke Lectuur hebben we verder geprobeerd om de realiteit van ons geestelijk leven van nabij te bekijken. Daarbij eindigden we met het Spirituele dagboek van Lucie Christine, waarin we gezien hebben dat ze zich bij haar gebed en meditatie liet helpen door het boekje De Navolging van Christus van Thomas à Kempis.

In heel deze tocht hebben we gezien dat de hele leerschool van het gebed erin bestaat om in niets de werking van God in ons te belemmeren. Wij kunnen zelf niets bewerkstelligen of produceren in het christelijk leven; wij hebben enkel de draden of koorden door te knippen die ons vasthouden en ons belemmeren om op te stijgen, om een waar kind van God te worden, in eenvoud en nederigheid van hart.

We stonden dus stil bij Sint-Jan van het Kruis, die het beeld van een koordje gebruikt dat volstaat om een vogel te beletten te vliegen. Meer dan het koordje doorknippen is niet nodig opdat de vogel weer zonder moeite kan vliegen.

Wanneer we de geboden bekijken die God ons heeft gegeven, dan zien we dat de positieve geboden – die ons zeggen wat we moeten doen – enkel bestaan uit: gij zult de Heer, uw God, beminnen met heel uw hart... Al de rest zijn negatieve geboden: dat wat we niet moeten doen. Het zijn enkel de positieve geboden die men zelf moet verlangen en met een positieve actie verrichten: het is namelijk God liefhebben, loven, prijzen, aanbidden, dienen, enzovoort.

We stonden eveneens stil bij het geheim van de kleine Theresia van het Kind Jezus: "Dat het deel van de mens in de actie de contemplatie is." Want als we hier spreken over de actie waarvan het menselijke deel de contemplatie is, dan is dat inderdaad de bovennatuurlijke actie.

Om dat bovennatuurlijke deel van de mens verder te doorgronden, gaan we nu een hele reeks teksten van Thomas van Kempen lezen en bespreken.

Lees het vervolg van de uitzending of Luister naar deze bijdrage

Het Ryck Godts inder Zielen< oft binnen u-lieden

Over dit initiatief

De bijdragen van Mystieke Lectuur worden gebracht door priester Paul Van der Stuyft, moderator van de Vereniging zalige Jan van Ruusbroec. Het is een vzw die werd opgericht met het oog mensen te helpen leven zoals God het voorzien of gepland heeft.

Ze wil uiteraard heel in het bijzonder haar leden ondersteunen in hun innerlijk leven en apostolaat.

Dat doen we aan de hand van inzichten en raadgevingen die vele heiligen en mystiekers ons hebben nagelaten.

Zoals de naam van onze vereniging doet vermoeden, doen we dat onder andere met de zeer diepe en rijke teksten van de zalige Jan van Ruusbroec.

We willen geen grote theorieën rond de oren slaan, maar stellen ons met een ontvankelijk hart open voor het Woord van God.
Dat Woord heeft gedurende meer dan 20 eeuwen zoekende mensen aangesproken en geraakt. Velen hebben zich er spiritueel aan gevoed, en hebben er met hun leven van getuigd.

De literatuur die we lezend proberen te begrijpen en te duiden, heeft generaties mensen geholpen om dichter te komen bij het mysterie van ons christelijk geloof.

De vereniging wil haar steentje bijdragen bij het bekendmaken van deze christelijke spirituele schat door sessies, retraites, recollecties, lezingen, enz.

Het Centrum zalige Jan van Ruusbroec is de zetel van onze vereniging, en is eveneens de plaats waar een deel van onze activiteiten doorgaan.

Zicht vanuit de tuin op de pastorie en de kerk

Vervolg van deze bijdrage van Mystieke Lectuur

Thomas werd geboren te Kempen, ten noorden van Keulen (1379?–1471). Hij bracht zijn adolescentie door in Deventer, bij de Broeders van het Gemene Leven, rond Gérard Groote en Florens Radewijns. Dat was een kerncentrum van de Moderne Devotie. In de lijn van Ruusbroec de Wonderbare († 1381) cultiveerden de Broeders daar de innerlijkheid die later verder tot bloei zou komen bij de Spaanse mystiekers. Ze gingen zich vooral toeleggen op de studie van de grote auteurs van de Traditie. Later zou dit bijvoorbeeld – via Erasmus en Ignatius van Loyola – verder ontpoppen tot een manier om het opkomende protestantisme het hoofd te bieden.

Rond 1400 trad Thomas binnen bij de reguliere kanunniken van de Sint-Agnietenberg, nabij Zwolle, een van de huizen van de zeer belangrijke Windesheim-congregatie. Ook deze realiteit situeert zich in de geestelijke afstamming van Ruusbroec binnen de Moderne Devotie.

Daar schreef Thomas, als novicemeester, duizenden bladzijden met meditaties voor de novicen die hij in opleiding had. Deze bladzijden munten uit door een sterke innerlijke pedagogie.

Het werk De Navolging van Christus is jarenlang een echte bestseller geweest, niettegenstaande het enkel bedoeld was voor de novicen die Thomas onder zijn hoede had. Dat bevestigt dan ook dat hij door zijn werk heel veel mensen heeft geïnspireerd en geholpen om hun spirituele avontuur op het spoor te komen, verder te ontdekken en het goed te beleven.

Dezer dagen wijzen velen zijn teksten af als te zeer gedateerd en niet meer de moeite om zich erin te verdiepen. De vier pastorale domeinen waarrond men dezer dagen vooral aandacht heeft, zijn: catechese, liturgie, diaconie en evangelisatie.

De catechese, of geloofsverdieping en onderricht voor alle leeftijden, is veelal zeer beperkt en raakt onze innerlijke en intieme relatie met God amper of helemaal niet, laat staan dat die besproken wordt.

De liturgie, het samen vieren van het geloof – eucharistievieringen en gebedsmomenten binnen de geloofsgemeenschap – poogt in vele gevallen met beelden uiterlijke emoties en gevoelens te bespelen. Het mysterie van deze liefdevolle God, die zichzelf heeft overgegeven aan ons en ons oproept om onszelf volledig aan Hem over te geven, is veelal ver te zoeken. De vieringen lijken soms meer op opvoeringen die de showbusiness proberen na te bootsen, maar waar weinig of geen vruchten uit voortkomen.

Met de diaconie, of de zorg voor de medemens, de naastenliefde en de solidariteit met kwetsbaren en armen, wordt geprobeerd om het Evangelie in praktijk te brengen in de samenleving. Dat is een edel doel en iets wat zeker moet worden verricht, maar het verwordt al te gemakkelijk tot iets waarbij we goede punten proberen te krijgen van de mensen en laten zien hoeveel goeds we wel doen. Dit omdat we ons hart niet hebben verankerd in het voorbeeld van de zelfvergetende gave van onze Heer Jezus Christus en van allen die in Zijn spoor willen treden.

Met de evangelisatie willen we uiteraard de Blijde Boodschap uitdragen en missionair werk verrichten. Daarbij proberen we zo zichtbaar mogelijk te zijn voor de bredere omgeving en mensen mee te trekken in het geloofsverhaal. Maar Jezus heeft zich eigenlijk zoveel mogelijk proberen terug te trekken en heeft radicaal de weg van de nederigheid bewandeld. Wanneer Hij ons vraagt om Hem te volgen, dan is dat niet door zijn materiële voetsporen te betreden, maar door die weg van radicale nederigheid te bewandelen. Wie de eerste wil zijn, moet de laatste (of de dienaar/slaaf) van allen zijn (Mt. 20:26-27 en Mc. 10:44).

Onze aandacht gaat dus vooral naar de buitenkant, daar waar die aandacht gefundeerd moet zijn op onze innerlijkheid, onze relatie met Diegene die in het diepste van ons menszijn, in het hart van onze ziel, aanwezig is. In het boek van de Openbaring van Johannes, hoofdstuk 3, vers 20, horen we de Heer zeggen: "Zie, Ik sta voor de deur en klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij." Dat is aan de deur van ons hart! Van het maaltijd met ons houden krijgen we reeds een prachtig voorproefje in de Eucharistie. Maar wanneer we in de Eucharistie de communie ontvangen hebben, worden we snel daarna gezegend en gezonden om als nieuwe mensen, zoals Jezus – of beter gezegd: omgevormd in Jezus – Zijn menswording in deze wereld verder te zetten.

Thomas van Kempen spitst zich toe op deze binnenkant, niet om van ons wereldvreemde mensen te maken, maar om ons juist op een echtere, menselijkere, spirituelere of godgelijke manier in de wereld te laten staan. In zekere zin kunnen we dit proces vergelijken met het bouwen van een goede fundering, een fundering op de Rots, om van daaruit een stevig huis te kunnen bouwen, een huis dat standhoudt bij storm en noodweer...

De tekst komt dus uit dat samengestelde werk en is grotendeels afkomstig uit Thomas' jeugd en doordrongen van een bijbelse en traditionele cultuur. De Navolging van Christus is een verzameling kernachtige, gemakkelijk te onthouden spreuken, bedoeld om het voortdurende "herkauwingswerk" van de geestelijke of goedzoekende mens te voeden.

Het is volledig representatief voor de *Devotio Moderna* en het werk belicht haar belangrijkste thema's: Jezus als de trouwe Vriend; de liefde voor eenzaamheid en stilte tegenover een wereld in diepe crisis; de noodzaak van de ervaring van de ouden – meer dan uiterlijke praktijken – opdat het innerlijk leven tot bloei zou komen; de matigheid op alle gebieden, enzovoort.

We mogen ronduit zeggen dat het, als een van de meest gedrukte boeken uit de geschiedenis van het boek, een beslissende invloed heeft gehad op de verdere ontwikkeling van de christelijke spiritualiteit.

Laten we dan toch even door die tekst gaan. We lezen in kleinere stukjes die we dan ook telkens wat gaan toelichten.

Thomas à Kempis, *Imitatie van Jezus Christus*, Boek III, 7

Als titel van dat stukje distilleren we: "De genade is bescheiden!"

We moeten ons in dit stukje voorstellen dat het de Heer is die tot ons spreekt, en gezien het opgemaakt is voor novicen van reguliere kanunniken, zegt het: mijn zoon... Maar Lucie Christine en vele anderen met haar hebben dat zonder problemen weliswaar als mijn dochter gelezen. Luister maar:

1. Mijn zoon, het is nuttiger en veiliger voor jou om de genade van de devotie verborgen te houden, om je hoofd niet (hoogmoedig) op te steken voor haar, en om er niet te veel over te praten of er te veel belang aan te hechten; maar in plaats daarvan jezelf te verachten en te vrezen onwaardig te zijn om het te ontvangen. Je mag niet te sterk gehecht zijn aan deze affectie, die zich te snel kan omdraaien in het tegenovergestelde.

Par. 1. Laten we in dat eerste stukje van de tekst even stilstaan bij twee belangrijke elementen die we vandaag misschien eerder anders zouden begrijpen dan bedoeld werd.

Bij "de genade van de devotie": vat het woord devotie het evenwichtspunt samen van de spiritualiteit die zich in Noord-Europa ontwikkelt en die zal leiden tot het devotionele leven van een heilige Franciscus van Sales bijvoorbeeld. Het beschrijft de innerlijke waarneming van degene die zich zonder voorbehoud aan Christus geeft en die, eenmaal de spirituele volwassenheid bereikt, een diepe en kalme samenhang vindt, namelijk die van een ziel die zichzelf beheerst, terwijl zij volledig in overeenstemming is met Gods wil, en dat in een wereld die dat niet is.

Het woord affectie behoudt hier nog zijn oude monastieke betekenis van een gevoelde gehechtheid van de wil aan wat zij wil. Het is juist als gevoelde gehechtheid – en niet als devotie zelf – dat Thomas ons hier waarschuwt tegen de gehechtheid aan de genade van de devotie.

Want deze heeft slechts waarde voor zover zij onze wil in overeenstemming brengt met die van God, en niet noodzakelijk onze gevoelens bespeelt.

We lezen nog een stukje verder uit dat hoofdstukje van de Navolging:

2. Wanneer de genade aanwezig is, denk er dan aan hoe ellendig en arm je bent zonder de genade. De vooruitgang in het geestelijk leven bestaat er niet alleen in dat je de genade van de vertroosting ontvangt, maar ook daarin dat je haar ontbering nederig verdraagt, met zelfverloochening en geduld, zodat je dan niet verzwakt in de beoefening van het gebed en jezelf geen enkele verslapping toestaat in de rest van je gewone praktijken. Doe integendeel van harte alles wat van jou afhangt, zo goed als je kunt en begrijpt, en laat je niet volledig meeslepen door de dorheid of de innerlijke onrust die je ervaart. Velen namelijk vallen, wanneer de dingen hun niet lukken, meteen ten prooi aan ongeduld en luiheid. Maar de weg van de mens ligt niet altijd in zijn eigen macht! Het is aan God om te geven en te troosten, wanneer Hij wil, zoveel Hij wil, en aan wie Hij wil, zoals het Hem behaagt – en niet meer dan dat.

Par. 2. In dit tweede deeltje zien we dat het noodzakelijk is om voorzichtig te zijn. Vooral in de beginfase: de waarheid van een spiritueel leven ligt in deze overeenstemming, die hoe dan ook verloopt via onze trouw aan het gebed en aan de plichten van onze levensstaat; al het overige behoort tot de soevereine vrijheid van God.

We lezen nog twee paragraafjes verder uit dat hoofdstukje van de Navolging:

3. Sommige onvoorzichtigen zijn door de genade van de devotie ten val gekomen, omdat zij meer wilden doen dan zij konden; zij hielden geen rekening met hun kleinheid, maar volgden veeleer de aandrift van het hart dan het oordeel van de rede. In hun vermetelheid streefden zij hoger dan het God behaagde, en meteen verloren zij de genade. Zij hadden hun woonplaats in de hemel gevestigd en vonden zich terug in ellende en verachting, om door vernedering en ontlediging te leren niet op hun eigen vleugels te vliegen, maar te hopen onder de mijne...
4. Vaak is een dergelijke beproeving voor jou nuttiger dan een voortdurende voorspoed overeenkomstig je eigen wil; want de verdiensten van iemand worden niet afgemeten aan het aantal visioenen of vertroostingen, noch aan zijn kennis van de Schrift, noch aan het aanzien van zijn positie, maar daaraan dat hij geworteld is in ware nederigheid en vervuld van goddelijke liefde; dat hij altijd, zuiver en volledig, de eer van God zoekt; dat hij zichzelf als niets beschouwt en zich waarachtig veracht; en dat hij zich er meer over verheugt door anderen miskend en vernederd te worden dan door hen geëerd.

Par. 3-4. In deze twee laatste paragraafjes zien we dat de beste spirituele levens niet de meest schitterende zijn, maar wel diegene die het meest aandachtig zijn voor de actuele wil van God.

En toch: wanneer wij door vermetelheid ten val komen, moeten wij niet wanhopen, maar deze val begrijpen als een uitnodiging om de weg van het vertrouwen in God – en in God alleen – opnieuw te vinden.

De nadruk op nederigheid, zelfverachting en het vluchten van zelfs religieuze schijn is weliswaar gericht tot novicen, maar zij bepaalt eveneens de fundamentele toon van elk christelijk leven dat zich in een ernstige institutionele crisis bevindt en dat zich voortaan in vele opzichten alleen zal moeten opbouwen. In die zin blijft de Navolging van Christus hét referentiewerk van de moderne spiritualiteit.

Laten we nog eens alles op een rijtje zetten wat deze passage ons op het hart drukt:

De tekst raadt dus een houding van terughoudendheid en nederigheid aan tegenover geestelijke vertroostingen:

• Bij de terughoudendheid wordt men afgeraden zich door de ontvangen genade te laten opwinden of er te veel over te spreken, om te voorkomen dat men er zich overdreven aan hecht.

• En wat de nederigheid betreft, moet de gelovige zichzelf beschouwen als iemand die een dergelijke gunst in feite niet verdient.

• Ten slotte moeten we waakzaam zijn en ervoor oppassen de genade niet als een blijvend bezit te beschouwen dat we voor altijd hebben, want zij kan snel in haar tegendeel veranderen.

De schrijver benadrukt tevens dat geestelijke vooruitgang niet alleen blijkt uit het ontvangen van genade, maar ook uit de manier waarop men de afwezigheid ervan doorstaat:

• De gelovige moet zijn gewone praktijken – gebed en dagelijkse plichten – met volharding voortzetten, geduldig zichzelf verloochenend, ook in tijden van dorheid of angst.

• Omdat de weg van de mens niet geheel in diens eigen macht ligt, moet hij zich aan Gods wil overgeven. De tekst benadrukt dat God alleen volgens zijn welbehagen geestelijke vertroosting geeft, onthoudt of wegneemt.

• Daarbij waarschuwt hij voor het gevaar van ongeduld. Velen vervallen namelijk in luiheid of ongeduld wanneer het hun niet lukt, en tonen daarmee dat zij hun eigen kleinheid niet inzien.

In de tweede helft van de tekst waarschuwt Thomas tegen geestelijke hoogmoed:

• Wie op eigen kracht wil handelen of zich eerder laat leiden door de emotionele gevoelens van het hart dan door het verstand, is onvoorzichtig en vervalt in ellende, omdat hij uit aanmatiging heeft gehandeld.

• De ware maatstaf van verdienste wordt ons hier ook voorgehouden. De verdienste wordt niet afgemeten aan visioenen, kennis van de Schrift of aanzien, maar aan werkelijke nederigheid, goddelijke liefde en het verlangen Gods eer te zoeken.

• Zelfverachting en vernedering door anderen worden voorgesteld als heilzamer voor de gelovige dan succes of eerbewijzen. Beproevingen zijn echter niet altijd makkelijk te dragen, maar ze zijn toch wel nuttig om ons een juiste houding te helpen aannemen.

En laten we nog even vermelden dat we Thomas à Kempis moeten situeren in het centrum van de *Devotio Moderna*, die ontstond rond Geert Grote en Florens Radewijns, die zich geïnspireerd hebben op het voorbeeld en de geschriften van de zalige Jan van Ruusbroec. Deze beweging legde sterk de nadruk op innerlijkheid.

De Navolging van Christus is een belangrijke bron geworden voor de moderne spiritualiteit. Het biedt een structuur voor een christelijk leven dat is opgebouwd rond innerlijkheid en vertrouwen op God, vooral in een tijd van institutionele crisis.

Misschien moeten we toch nog een paar van deze elementen herzien vanuit onze hedendaagse leefwereld. Sommige dingen die Thomas ons aanreikt, kunnen we vreemd vinden of ongepast.

Aan het begin van deze bijdrage stonden we reeds stil bij de manier waarop we doorgaans in onze pastorale bezigheden de kern van onze christelijke roeping voorbijlopen en – uiteraard met de beste bedoelingen van de wereld – verzanden in uitwendige betrachtingen, onszelf zoeken te profileren en in de schijnwerper te zetten. Als we onszelf niet wegcijferen, dan staan we God in de weg in plaats van Hem door ons te laten werken. Hij wil steeds werken met en door ons, maar daarvoor moet ons hart zuiver zijn en aan niets anders gehecht dan aan Hem die ons het leven gegeven heeft en ons elk moment in leven houdt.

Bij het lezen van de teksten van Thomas van Kempen worden we met een eerder klassieke taal geconfronteerd, waar veel mensen vandaag niet altijd goed weten hoe ermee om te gaan.

Vandaar dat de bestseller van vroeger nu niet meer een even grote bestseller gebleven is. Wat betekent dat voor ons? Hoe kunnen we helpen dat mensen er weer de rijkdom van in kunnen zien? De geestelijke ervaring erachter moeten we proberen te vertalen naar herkenbare situaties. We mogen zeker niet denken dat de mens zichzelf moet kleineren of zijn geloofservaringen moet verbergen, maar dat hij leert te leven uit genade, nederigheid, met onderscheiding en volharding, ook en vooral wanneer hij weinig voelt of geen erkenning ontvangt.

Thomas spreekt over de "genade van de devotie" of godsvrucht. Daarmee wordt niet alleen een religieuze gewoonte bedoeld, maar een innerlijke gerichtheid op God: het hart wordt ontvankelijk, het gebed wordt levendiger en men verlangt ernaar Christus te volgen.

We kunnen dit verbinden met ervaringen zoals: een onverwachte vrede tijdens het gebed; ontroering bij de Eucharistie; een diep geraakt worden door een Bijbeltekst; het verlangen om opnieuw te beginnen; de ervaring van vergeving; een sterkere bereidheid om te dienen; het bewust worden van Gods aanwezigheid in een moeilijke situatie. Het is belangrijk deze ervaringen niet te bagatelliseren. Zij kunnen werkelijk een genadevolle beweging van God zijn.

Tegelijk waarschuwt Thomas voor een andere valkuil: dat we deze genade die God ons geeft niet als een geestelijk eigendom mogen beschouwen. De mens kan bijvoorbeeld denken: "Nu heb ik het geloof eindelijk begrepen", "Ik sta verder dan anderen" of "Mijn gebedservaring bewijst dat ik een bijzondere roeping heb." En dan vervallen we weer, zonder het goed te beseffen, in een hoogmoedige houding. Het initiatief ligt bij God en de genade komt van Hem, maar het menselijke antwoord blijft uiteraard nodig. Gebed is gave én opgave: het vraagt om aanvaarding, oefening en volharding.

Thomas waarschuwt niet noodzakelijk tegen ieder getuigenis. Het probleem ontstaat wanneer de verkondiging van Gods werk, zonder dat we het goed beseffen, onszelf in het centrum van de belangstelling zet. Dan wordt een geestelijke ervaring gebruikt om erkenning te krijgen of een bepaalde identiteit op te bouwen en dan vallen we in de hoogmoed. In plaats van God te dienen en de eer en glorie te geven die Hem toekomen, dienen en verafgoden we onszelf.

Een getuigenis richt de aandacht op God, is eenvoudig en dankbaar, laat ruimte voor het geheim van Gods handelen, dient de bemoediging van anderen en erkent ook onze kwetsbaarheid en afhankelijkheid van God.

De zelfverheffing richt de aandacht uiteindelijk op zichzelf, wil bewonderd of bevestigd worden, doet alsof alles duidelijk en beheersbaar is, schept een beeld van geestelijke superioriteit en verbergt zwakheid achter religieuze taal.

De sociale media die meer en meer onze maatschappij en ons leven binnendringen, worden voor velen een leefomgeving waarin waarden, overtuigingen en het verlangen naar erkenning worden gevormd. Daarom is ook onze digitale aanwezigheid een geestelijke kwestie. De Kerk spreekt over een gewetensonderzoek met betrekking tot drie relaties: onze relatie met God, met de naaste en met de wereld om ons heen.

De nederigheid moeten we niet begrijpen als een zelfverachting of een manier om jezelf als niets te beschouwen. De klassieke katholieke traditie verbindt nederigheid daarom met waarheid: men moet noch groter noch kleiner over zichzelf denken dan overeenkomt met de werkelijkheid.

Nederigheid betekent niet: "Ik ben waardeloos", maar het betekent veeleer: "Mijn waarde is mij geschonken door God; ik hoef haar niet voortdurend te bewijzen." De eer die ik door die genade ontvang, komt God toe, en het is mij een eer hiertoe bij te dragen.

Thomas herinnert er ons aan dat God genade schenkt "wanneer Hij wil, zoals Hij wil en aan wie Hij wil". Dit betekent niet dat God willekeurig of wispelturig is, maar dat genade nooit een menselijke prestatie of een recht op geestelijke troost wordt. Zij blijft een vrije gave, een geschenk.

Je kunt Gods genade dus niet afdwingen, maar je kunt wel de deur openhouden: door gebed, trouw, waarheid, sacramenteel leven, liefde en beschikbaarheid.

Een belangrijk aspect van de geestelijke groei bestaat niet alleen uit het ontvangen van troost, maar evenzeer uit het verdragen van het ontbreken ervan. Veel mensen beoordelen hun geloof aan de hand van hun innerlijke ervaring: "Ik voel niets meer bij het gebed", "De Mis raakt mij niet meer zoals vroeger", "Ik kan niet meer bidden", "God lijkt afwezig", enzovoort... Thomas nodigt uit tot een onderscheid tussen geloof en gevoel, tussen Gods aanwezigheid en de ervaring van die aanwezigheid, of tussen trouw en enthousiasme, het gebed en de onmiddellijke beloning die we soms van het gebed verwachten.

De geestelijke dorheid bestaat en wordt ervaren als een moeilijkheid waarin het hart geen smaak of troost in het gebed meer ervaart. De gelovige wordt dan uitgenodigd – in plaats van het allemaal maar te verlaten – zich juist in diep geloof aan Christus vast te houden, zich speciaal daarin te verenigen met Zijn lijden, verlatenheid en graf.

Een droog gebed is niet noodzakelijk een mislukt gebed. Het drukt precies een eerlijke vorm van vertrouwen uit, omdat je volhardt zonder dat je iets ontvangt wat je onmiddellijk prettig vindt.

Moeder Teresa van Calcutta is hiervan een heel sterk voorbeeld geweest, maar veel meer dan zij alleen hebben deze strijd doorgemaakt en hebben zij willen en kunnen volharden.

De tekst van Thomas blijft daarbij aanmoedigend: laat de afwezigheid van troost niet automatisch leiden tot het verlaten van iedere vorm van goedheid, gebed of geloof.

De blijvende actualiteit van Thomas' teksten ligt voornamelijk hierin dat het geloof niet wordt bewezen door de intensiteit van onze ervaringen, maar door de liefdevolle trouw waarmee wij, gedragen door Gods genade, blijven antwoorden en antwoorden aan Zijn roeping.

Hij roept namelijk ieder van ons op tot heiligheid.

Ziezo, het wordt weer tijd dat we deze bijdrage afsluiten. We moeten dit alles zo goed mogelijk proberen te begrijpen en te beleven. Moge de Heer ons daarin bijstaan.

Volgende keer gaan we verder met andere teksten van deze inspirerende auteur, die zoveel mensen in het diepst van hun hart en ziel geraakt hebben en geholpen hebben om die universele roeping van God te beantwoorden.

U luisterde naar het programma *Mystieke Lectuur*, waar we deze keer hebben gehandeld over ons spiritueel leven, met enkele sterke teksten uit onze rijke schat van de Christelijke Spirituele Literatuur.

Heb je vragen?
Neem contact met ons op

Link naar de pagina op de website van Radio Maria waarop je de audio kan herbeluisteren

Digitale bijdragen

Via YouTube worden regelmatig filmpjes beschikbaar gesteld. Daardoor wil de vereniging ook mensen te hulp komen met middelen die de moderne media tegenwoordig mogelijk maken.

Momenteel kunnen ze enkel via deze website gevonden worden, en worden ze niet voorgesteld aan mensen die op YouTube surfen of opzoekingen doen.

Benieuwd? Ga een kijkje nemen

Link naar de pagina op de website van Radio Maria waarop je de audio kan herbeluisteren

Agenda

Contact