Wat is een spiritueel of geestelijk leven? - Aflevering 3
Zevenenzestigste editie
Mystieke lectuur voor Radio Maria België
Je kan de uitzending via deze webpagina van Radio Maria herbeluisteren.
Je zal een keuze moeten maken voor een van de uitzendingen.
Op de pagina van je keuze vind je na een korte omschrijving onderaan op die pagina
de mogelijkheid om deze bijdrage via een podcast te herbeluisteren.
Welkom beste luisteraars.
Programma "Mystieke Lectuur" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.
In de vorige editie van Mystieke Lectuur hebben we verder de realiteit van ons geestelijk leven meer van nabij geanaliseerd. Het is trouwens het doel van al de bijdragen van Mystieke Lectuur, en het zal verder in het centrum van onze belangstelling blijven.
We hebben vorige keer aan Romano Guardini, een groot spiritueel theoloog, gevraagd om ons uit te leggen wat er gebeurd is met Lucie Christine en met Jeanne Schmitz-Rouli toen hen die mystieke ervaringen zijn overkomen. Guardini werd geboren in Verona, Noord-Italië, in 1885 en overleed te München in Duitsland in 1968. Hij is een mooi voorbeeld van een contemplatieve theoloog.
Daarna zijn we bij Sint-Bernardus te rade gegaan, met een stukje waarin hij getuigt hoe hij God in zijn leven heeft ontdekt. Aan het einde van de vorige editie stonden we stil bij de concrete, aanwijsbare dingen die in ons leven veranderen wanneer we bewust worden van Gods aanwezigheid. Sint-Bernardus bracht ze ter sprake toen hij zich afvroeg langs waar God dan wel is binnengekomen, en hoe hij geweten heeft dat Hij daar was. Luisteren we nog even naar die zin van Sint Bernardus:
| Het Woord is levend en doeltreffend (waarachtig); van zodra Hij binnengekomen is heeft Hij mijn slaperige ziel gewekt. Hij heeft mijn hart dat hard was als steen en ziekelijk, door elkaar geschud, verzacht en gewond. Hij is ook begonnen met het uittrekken, vernietigen, op te bouwen en te planten (Jer. 1,10), de verdroogde grond te irrigeren, de duistere streken te verlichten, de schuilplaatsen open te breken, de bevroren delen in vuur en vlam te gezet; Hij heeft de kronkelpaden rechtgetrokken en de weggezakte (hobbelige) paden geëffend, zo goed dat mijn ziel de Heer heeft gezegend, en dat alles in mij Zijn Heilige Naam heeft gezongen (Ps. 102, 1). Jawel, het is aan de beweging van mijn hart dat ik begrepen heb dat het Woord daar was. |
Dus die concrete dingen, het uittrekken, vernietigen, (op)bouwen, planten, irrigeren, ... dat zijn allemaal de vruchten van de Heilige Geest in ons, die maakt dat de aanwezigheid van God in ons zal aanzetten tot onze bekering. Jawel, zelfs daar is de bekering zowel een vrije acte van onzentwege en tegelijkertijd iets dat God zelf in ons bewerkstelligt.
Laten we nog even luisteren naar die woorden van Sint-Bernardus:
| Ik beken dat het Woord zich ook aan mij heeft laten kennen, en wel verschillende keren. Regelmatig is Hij binnengekomen in mij, en nochtans heb ik nooit gevoeld dat Hij binnenkwam. Ik heb gevoeld dat Hij daar was, ik herinner het mij. Ik heb zelfs af en toe een voorgevoel kunnen hebben van zijn komst, maar ik heb deze komst nooit gevoeld; niet meer dan zijn vertrek. Vanwaar kwam Hij, of waar ging Hij naartoe terwijl Hij mijn ziel verliet? Langs waar is hij gekomen om binnen te komen of weg te gaan? Ik beken dat ik het nog altijd niet weet. En zoals er geschreven staat: de Heilige Geest, je weet niet vanwaar Hij komt, noch waar Hij naartoe gaat. |
Geestelijke leiding geven is een pastorale dienst. Ze bestaat erin om na te gaan of de vruchten van de Geest aanwezig zijn. Ze is er niet om de gemoedstoestanden van de ziel te analiseren. Een geestelijk directeur, doet niets anders dan wat elke pastor moet doen. Sint-Jan-van-het-Kruis formuleert dat aspect van ons menselijk zijn heel duidelijk. Hij zegt dat het: "u steeds terug plaatst in de wet van God en van de Kerk."
Lees het vervolg van de uitzending of Luister naar deze bijdrage
Over dit initiatief
De bijdragen van Mystieke Lectuur worden gebracht door priester Paul Van der Stuyft, moderator van de Vereniging zalige Jan van Ruusbroec. Het is een vzw die werd opgericht met het oog mensen te helpen leven zoals God het voorzien of gepland heeft.
Ze wil uiteraard heel in het bijzonder haar leden ondersteunen in hun innerlijk leven en apostolaat.
Dat doen we aan de hand van inzichten en raadgevingen die vele heiligen en mystiekers ons hebben nagelaten.
Zoals de naam van onze vereniging doet vermoeden, doen we dat onder andere met de zeer diepe en rijke teksten van de zalige Jan van Ruusbroec.
We willen geen grote theorieën rond de oren slaan, maar stellen ons met een ontvankelijk hart open voor het Woord van God. Dat Woord heeft gedurende meer dan 20 eeuwen zoekende mensen aangesproken en geraakt. Velen hebben zich er spiritueel aan gevoed, en hebben er met hun leven van getuigd.
De literatuur die we lezend proberen te begrijpen en te duiden, heeft generaties mensen geholpen om dichter te komen bij het mysterie van ons christelijk geloof.
De vereniging wil haar steentje bijdragen bij het bekendmaken van deze christelijke spirituele schat door sessies, retraites, recollecties, lezingen, enz.
Het Centrum zalige Jan van Ruusbroec is de zetel van onze vereniging, en is eveneens de plaats waar een deel van onze activiteiten doorgaan.
Vervolg van deze bijdrage van Mystieke Lectuur
Trouwens, zelfs als je nu visioenen hebt, leviteert, extases hebt, gestigmatiseerd bent of wat dan ook, niets daarvan is in feite echt relevant. Maar het is wel belangrijk na te gaan of God aan het werk is. Is Hij aan het uittrekken, aan het vernietigen, aan het bouwen, aan het planten? Verwarmt hij wat verkild is, richt hij op wat is gevallen? Is de grond die droog was nu geïrigeerd? Is wat duister was nu verlicht? ... Dit, en nog zoveel meer, dat vertelt allemaal iets over de beweging van mijn hart.
Aldus ziet u de continuïteit tussen ... wat uiteindelijk elke Christen zoekt als hij een echte Christen is, namelijk om waarachtig te leven. De meer spectaculaire ervaringen waarover we reeds hebben gesproken, en de continuïteit ervan, ook als deze het resultaat zijn van wat God in ons tot stand brengt om ons in staat te stellen eenvoudigweg het Evangelie te beleven, ze zijn niet de motor noch het doel van ons Christelijk leven. Dat wil m.a.w. zeggen: dat het in feite te doen is om het leven in eenheid met God. Deze eenheid vormt zich door het hechten van onze wil aan de wil van God. Dat is het dan ook dat de hele (spirituele) traditie thematiseert rond 1 Cor. 6, 17: "wie zich met de Heer verenigt wordt met hem één geest."
Hierbij is het goed te weten dat de 1e Cor. 6,17 de sleutel is van alle commentaren van Sint-Bernardus, Willem van Saint-Thierry en Ruusbroec de wonderbare inbegrepen.
Met een makkelijkere tekst van Moeder Theresa van Calcuta, willen we het voorbije stuk op een andere manier verduidelijken. Wie kent er Moeder Theresa van Calcuta wel niet. Velen onder ons hebben haar zeker op televisie of zelfs persoonlijk gezien. Haar geestelijke gevoelens waren quasi nihil. Ze zei dat ze in een permanente nacht leefde voor wat de religieuze gevoelens betreft, en dat God voor haar als dood was. Eigenlijk zeer herkenbaar met wat we lazen bij Sint-Bernardus, maar nog een beetje scherper gesteld. Moeder Theresa wist eveneens dat het Woord Gods in haar was door de vruchten die ze voortbracht. Daardoor maakte ze over deze spirituele nacht geen zorgen.
De cosmonauten in de ruimte zeggen bijvoorbeeld ook dat alles donker is in de ruimte, en wij, wij zien ze alsof ze baden in het licht. Het is goed om dit te onderlijnen. Want de mensen die Moeder Theresa lezen, of teksten van de mystiekers, zijn altijd geneigd om bang te zijn van dergelijke spirituele of mystieke donkere nachten.
Net zoals de kinderen die als het helemaal donker is schrik hebben, al weten ze eigenlijk wel dat dit niet nodig is wanneer hun ouders zeggen dat alles in orde is.
Waarom zijn er nachten, en wat moeten we dus doen als het nacht is? Wel, als het echt pikdonker is en we geen licht kunnen aanstken kunnen we niets beter doen dan te slapen. En dat is het dat Sint-Jan van het kruis u aanbeveelt en uitlegt in al zijn bladzijden over de nachten van de ziel. Daar waar we zeggen: "het is donker, ik wil dat niet", daar zegt hij: "Het is goed, je gaat dus best slapen."
Hij zegt ons ook dat de geestelijke directeur doet wat ik jullie daarnet zei, hij zet je steeds weer in de wet van God en van de Kerk, en hij moet ook steeds geruststellen: "Weest niet bezorgd, wees niet bang".
Je riskeert te reageren, en ook aan Sint-Jan-van-het-Kruis te zeggen: lopen we dan toch niet het risiko om ons te vergissen. Het antwoord daarop is het volgende: nl. wanneer je je zou vergissen, dan zou je niet de nood gehad hebben om geestelijke leiding te komen vragen.
En wanneer men de stiel van geestelijk directeur beoefent, dan ziet men meteen wanneer iemand ontrouw is. Die komt het u dan ook niet zeggen. Maar degene die schrik heeft om ontrouw te zijn, die komt het u zeggen, wanneer die dus niet ontrouw is.
Zelfs als je de biecht hoort, in de biechtstoel kan je dat merken. Dan zeggen mensen, het is verschrikkelijk, ik ben zondaar. De juiste reactie dan is om te zeggen: "Dus ben je gered!" "Neen," is de reactie veelal: "ik ben zondaar!" En als biechtvader om te antwoorden: "Dus, ben je gered!"
Waarom lijkt ons dat zo onlogisch? Omdat we denken dat enkel iemand die een deugdvol leven leidt gered is, en niet de zondaar. Maar Jezus is gekomen om de zondaars te redden. We zijn allemaal zondaars, en nieumand staat recht in zijn schoenen voor God. Jezus had het meeste moeite met de farizeërs en de mensen die dachten dat ze rechtvaardig waren, maar blind waren voor hun zonden. Hij was zeer scherp tegen hen met zijn woorden in de hoop hen tot inkeer te brengen, en dus hen in het besef van hun zonden te kunnen redden. Om gered te kunnen zijn moet men erkennen dat men zondaar is. Het is niet in de eerste plaats deugdelijk zijn dat van belang is. Het deugdelijk leven is een gevolg van zich verlost te weten, vergeven door iemand die u oprecht en zuiver liefheeft.
Het drama van de zondaars bestaat er namelijk in dat ze het niet weten dat ze zondaars zijn. We kunnen het vergelijken met een vis, die ziet ook niet dat die in het water is.
Moeder Theresa beleefde deze nacht in volle berusting, waarvan alle mystiekers u zeggen dat dit de normale gang van een volwassen en rijp Christelijk leven is. Laten we dat nog echt onderlijnen dat dit leefbaar is, want anders lopen we nog het risiko om schrik te hebben. In het bijzonder denkend aan het geestelijk testament van Moeder Theresa, een twintigtal jaar geleden gepubliceerd, schijnt veel mensen schrik aangejagd te hebben... daar waar dat helemaal niet nodig is, en evenmin de bedoeling ervan is.
Laten we nog even de tekst van Sint-Bernardus hernemen om het dieper in ons hart te laten binnendringen:
| Het Woord is levend en waarachtig; van zodra Hij binnengekomen is heeft Hij mijn slaperige ziel gewekt. Hij heeft mijn hart dat hard was als steen en ziekelijk, door elkaar geschud, verzacht en gewond. Hij is ook begonnen met het uittrekken, vernietigen, op te bouwen en te planten (Jer. 1,10), de verdroogde grond te irrigeren, de duistere streken te verlichten, de schuilplaatsen open te breken, de bevroren delen in vuur en vlam te gezet; Hij heeft de kronkelpaden rechtgetrokken en de weggezakte paden geëffend, zo goed dat mijn ziel de Heer heeft gezegend, en dat alles in mij Zijn Heilige Naam heeft gezongen (Ps. 102, 1). Jawel, het is aan de beweging van mijn hart dat ik begrepen heb dat het Woord (van God) daar was. |
Veel mensen vinden het verschrikkelijk wat die arme Moeder Theresa van Calcuta heeft doorgemaakt, en denken dat ze door God werd gemarteld. Ze was toch in die duistere nacht, dat moet toch verschrikkelijk zijn geweest. En dat is dan nog niet alles, er is nog veel meer... Maar als we zo denken zitten we er helemaal naast, het was helemaal niet zo erg voor haar, ze sliep in zekere zin! Maar als we dat zeggen, dan wordt dat als onmogelijk bestempeld. Wat de meeste mensen willen horen, dat is dat Moeder Theresa... die beul van een God heeft verdragen... Wij zijn als mensen zo makelijk op zoek naar sensatie, en denken die daar te vinden, maar Moeder Theresa leefde zeer rustig aan, in groot vertrouwen ja zelfs in het donker.
Het goede nieuws interesseert ons niet, en dus de journalisten evenmin... want ze kunnen er daardoor geen geld mee verdienen.
We gaan hier nu een tekst lezen waar Moeder Theresa ons gaat zeggen dat God onze duisternis komt verlichten, enz. Niet de duisternis van de cosmonauten, maar deze van de valse lichten.
| Ziehier dat Ik aan de deur sta en Ik klop. Het is waar, Ik sta aan de deur van uw hart, dag en nacht. Zelfs als je niet luistert naar mij, zelfs als je twijfelt dat Ik het kan zijn, het ben Ik, Ik ben daar. Ik wacht op het kleinste teken van antwoord van uw kant, het lichtste gemurmel van uitnodiging, die me zal toestaan om binnen te komen bij u. Ik wil dat je weet dat elke keer dat je me zult uitnodigen, Ik echt zal komen. Ik zal altijd daar zijn, zonder fout. Stil, onzichtbaar, Ik kom. Maar met de oneindige kracht van mijn liefde. |
| Ik kom alle gaven van de Heilige Geest brengen. Ik kom met mijn barmhartigheid, met mijn verlangen om je te vergeven, om u te genezen, met alle liefde die Ik heb voor u. Een liefde boven alle begrip. Een liefde waar elke hartslag deze is die Ik van de Vader zelf heb gekregen. Zoals de Vader mij heeft liefgehad, zo heb Ik u liefgehad. Ik kom, dorstig om u te troosten, om u mijn kracht te geven, om u weer op te richten, om u te verenigen met mij, in al uw wonden. |
Als we de gaven van de Heilige Geest vragen in het "Veni sancte Spiritus", het "Veni creator", dan is het dat wat we vragen. Het is niet iets dat ons een geheel andere gemoedstoestand zal geven, maar Hij zal alles in ons versterken dat liefde, waarheid, licht, warmte, ... en zoveel meer verlangt. Dat zijn de gaven van de Heilige Geest.
Een belangrijk iets dat we in die tekst van Moeder Theresa ook tegengekomen zijn willen we nog even herhalen, waar Jezus aan het woord is en zegt: "Een liefde waar elke hartslag deze is die Ik van de Vader zelf heb gekregen". Dat wil niets anders gezegd dan dat onze eenheid met de Vader tot stand komt door Jezus!
Het is goed dat we verstaan: "Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, heb Ik ook u liefgehad." En Jezus vervolgt, maar op een andere plaats: "Heb elkaar lief zoals Ik u heb liefgehad." Wat wil zeggen dat de gemeenschap der heiligen bestaat uit: de Vader, de Zoon, en al degenen die door hun eenheid met de Zoon verenigd zijn met de Vader en met elkaar. Het geheel daarvan is de gemeenschap van de Heiligen. Dat is helemaal wat Ruusbroec onder het "gemeine leven" verstaat.
Laten we nog even verder lezen uit die tekst die Moeder Theresa ons nalaat:
| Ik ga je mijn licht brengen. Ik kom uw duisternissen verlichten en alle twijfels van je hart. Ik kom met mijn kracht die bekwaam is uzelf te dragen en eveneens al uw lasten (te dragen). Ik kom met mijn genade om uw hart te raken en uw leven te transformeren (om te vormen). Ik kom met mijn vrede, die vrede en sereniteit gaat brengen aan uw ziel. Ik ken u van binnen en van buiten. Ik ken alles van u. Zelfs de haren op je hoofd, Ik heb ze allen geteld. Niets van uw leven is zonder belang in mijn ogen. Ik heb u doorheen al die jaren gevolgd en Ik heb je altijd bemind, zelfs toen je op dwaalwegen waart. Ik ken elk van uw problemen. Ik ken al uw noden en zorgen. |
Met andere woorden Moeder Theresa is ons in haar spiritueel testament aan het zeggen, dat het geestelijk leven het menselijk leven is in al zijn dimenties. En zodanig dat het eigene van de mens God is. Het natuurlijke en het bovennatuurlijke zijn volledig te onderscheiden, maar ze zijn altijd samen. Het is niet hetzelfde, maar... Het is zoals twee verdiepen van een zelfde huis. Wat maakt dat het niet volstaat om te zeggen dat het bovennatuurlijke het natuurlijke vermeerdert. Maar het is zeggen dat de natuur gewild is door God in het zicht van de genade.
Exact hetzefde zoals bij het gelijkvloers van een huis, wordt gebouwd in het zicht van het tweede verdiep. Maar er is geen enkele continuïteit tussen het gelijkvloers en de eerst verdieping.
Als meditatie hernemen we nog een stukje van de tekst van Moeder Theresa:
| Ziehier dat ik aan de deur sta en ik klop. Het is waar, ik sta aan de deur van uw hart, dag en nacht. Zelfs als je niet luistert naar mij, zelfs als je twijfelt dat Ik het kan zijn, het ben Ik, Ik ben daar. Ik wacht op het kleinste teken van antwoord van uw kant, het lichtste gemurmel van uitnodiging, die me zal toestaan om binnen te komen bij u. Ik wil dat je weet dat elke keer je me zult uitnodigen, ik echt zal komen. Ik zal altijd daar zijn, zonder fout. Stil, onzichtbaar, ik kom. Maar met de oneindige kracht van mijn liefde. |
Het gebed gaan we nu stilaan aan bod moeten laten komen want het spiritueel leven is een leven van relatie, en die relatie voltrekt zich vooral in het gebed. Maar wat is het gebed eigenlijk? Als we ons die vraag stellen, dan komt dit erop neer na te gaan: "hoe men het bovennatuurlijke cultiveert"?
Maar vooralleer we die vraag echt kunnen aanpakken, moeten we even de tijd nemen om de vrijheid even van naderbij te bekijken. Want, het u volledig overgeven in vrijheid aan de wil van God, geeft toch de indruk dat daarin een paradox aanwezig.
Wij denken altijd over vrijheid als in tegenstelling of in concurrentie tegen een andere vrijheid. Het is als een keuze tussen twee dingen. En dat doen we omdat we de vrijheid aanzien als een abstractie, nl. als iets dat geen acte is. Nochtans bestaat de vrijheid enkel uit een act. Het is op het ogenblik dat je een vrijheidsact stelt dat men vrij is. Anders is men niet vrij.
De vrijheid is geen mogelijkheid, het is een acte. Het is de grote filosoof Henri Bergson die dat bestudeerd en uitgewerkt heeft. Hij was de belangrijkste denkers van de levensfilosofie. De vrijheid bewijst zichzelf niet, ze ervaart (of beleeft) zichzelf zegt hij.
De vrijheid is geen gevoel! Een beweging komt bijvoorbeeld tot stand door te stappen. Want een beweging kan men niet waarnemen. Men kan maar dit moment en dat moment en een ander moment observeren. Maar de beweging is iets daarboven. De beweging is iets dat jij in je hoofd fabriceert. De muziekpartituur is nog geen muziek. Jij hebt het in je hoofd als je de partituur ziet (en je ze ten minste kan lezen).
Het is dus op het ogenblik waarop je de vrijheid beleeft dat je vrij bent. Niet eerder. De ware vrijheid is niet het doen wat men wilt, maw, geen beslissing nemen is in feite ook handelen.
We hebben veelal de gewoonte om datgene wat zijn verantwoordelijkheid ontvluchten is vrijheid te noemen. Als ik doe waar ik zin in heb, wil dat niet zeggen dat ik doe wat ik wil. Het is eigenlijk weigeren om echt vrij te zijn. Waar ik zin in heb, zijn doorgaans de dierlijke instinkten en zinnelijke aantrekking die me leiden, maar als ik daarnaar leef, leef ik als een slaaf en niet als een vrij mens. Op zich is het niet de zonde die ons van God scheidt, maar de zonde is een effect van een in vrijheid genomen beslissing om van God gescheiden te zijn.
Sint-Augustinus zegt ons: Eva zou niet bekoord (beproefd) geweest zijn als ze niet eerst had gezondigd. We denken vaak dat de zonde volgt op de bekoring. Neen, het gaat de bekoring vooraf. Als we dat hebben begrepen, dan hebben we alles begrepen.
De zonde is een slechte oplossing voor de zondaars, maar ze wordt genomen omdat zij zondaars zijn... We worden geboren in de zonde zegt ons Sint Paulus. Dus zondigen we, want we moeten ons toch bezig houden, niet? We worden geboren in de zonde! Onze wil is dus al ziek.
Het is een feit dat veel Christenen op zoek zijn naar geestelijke diepgang. Het oppervlakkige van het materialistische leven is voor niemand bevredigend. Die geestelijke diepgang vinden we namelijk in het Gebed. Het woord gebed (in het Latijn "Orare", en in het Frans "Oraison") is zeer rijk aan betekenis. In het Nederlands zouden we het woordje "oraison" vertalen als stil gebed, persoonlijk gebed of inwendig gebed.
Het woord Oraison, (bidden of gebed) duidt, voornamelijk vanaf de XVIe eeuw, een oefening of een praktijk aan. Bijvoorbeeld wat ze in abdijen of kloosters doen. We zien hen in stilte, ingetogen, allen samen bidden in de kapel. Goed, dat is het gebed zoals de Karmel dat in de XVIe, en vervolgens in de XVIIe eeuw over heel Europa hebben verspreid. En daarin waren ze afhankelijk van de meer noordelijke landen, en in het bijzonder van de "Devotio Moderna" die van uit onze streken ontstaan is, en door Ruusbroec de wonderbare zijn ontplooiing heeft gekend.
Maar het woord Oraison (of gebed), vindt ge ook terug in de liturgie, als ge het missaal opent, zegt men u dat er na het Kyrië Eleison een tijd van gebed aanbreekt. Het is dus ook een liturgische term, maar ge moet zien dat het in realiteit elk soort dialoog dekt, of in het bijzonder de aanwezigheid van de mens tot God, en van God tot de mens. De wortel daarvan is reeds in het Oude Testament te vinden.
Het woordje Oraison komt van het Latijn, Os, Oris, de mond, en we zien dat Adam geschapen is door God in gebed, dat wil zeggen, "Os ad Ora". Wat in het Nederlands wil zeggen, mond op mond, zoals wanneer we iemand reanimeren die aan het stikken is. Mond op mond, of van aangezicht tot aangezicht. Os ad Ora, gaat Adorer geven, en uiteindelijk door de sleet van het woord, Adorer is Oraison geworden.
De mens is dus geschapen in gebed. De mens is geschapen in deze vitale uitwisseling tussen God en hem, die we (reeds) hebben geïdentificeerd als het geestelijk leven.
Laten we nog even een stukje uit de tekst van Moeder Teresa hernemen als een soort kompas:
| Ik kom met mijn genade om uw hart te raken en uw leven te transformeren (om te vormen). Ik kom met mijn vrede, die vrede en sereniteit gaat brengen tot uw ziel. Ik ken u van binnen en vanbuiten. Ik ken alles van u. Zelfs de haren op je hoofd, ik heb ze allen geteld. Niets van uw leven is zonder belang in mijn ogen. Ik heb u doorheen al die jaren gevolgd en ik heb je altijd bemind, zelfs toen je op dwaalwegen waart. Ik ken elk van uw problemen. Ik ken uw noden en zorgen. |
Jawel, ons evenwicht als mens bevindt zich juist in dat persoonlijk, inwendig gebed, in die verbondenheid met God, het is de kern van ons menszijn. We komen tot het leven in gebed (mond op mond), en opnieuw vinden we hierin terug de kern van de kern van elk menselijk bestaan. Wat maakt dat als we een paar edities geleden spraken van de man die door een grote glimlach op zijn gezicht verklapte dat de realiteit dat God hem liefheeft hem zelfs als ongelovige niet koud liet. Niet allen dit, maar alles wat we in onze vorige edities hebben besproken; alles vindt zijn uitleg in deze vitale uitwisseling die het diepst van ons menselijk bestaan is en raakt.
God neemt het initiatief van ons gebed zoals we zien. Het is niet de mens die plots het vreemde idee heeft om zich tot God te richten omdat hij niet weet wat doen, en dan... maar het is God die onvoelbaar, ondenkbaar, onhoorbaar en geurloos is, ... nooit zouden we het idee hebben om naar Hem toe te gaan mochten we niet ergens diepweg weten dat Hij er is. Het kan alleen maar Hij zijn die de eerste stap kan zetten. Deze eerste stap is God die zijn eigen leven geeft aan de mens, en vervolgens ontwaakt de mens tot God. En zoals de vitale ademhaling bestaat uit uitademen en inademen, zo is ook het gebed tegelijk in dezelfde act, niet de een na de ander, in dezelfde act, de uitwisseling in dewelke God (uitademend) zich verspreidt, en de mens (inademend) zich vult met God.
Ja, en daar stuiten we op een klein intellectueel probleem. We hebben de moeilijkheid om deze wederkerigheid te denken, want wij denken gemakkelijk dat, maandag, God zich tot mij richt, en dinsdag, dat ik me richt tot God om hem te antwoorden. Goed, daar is een probleem dat puur intellectueel is. Maar het is zeer belangrijk dat het in dezelfde act is dat, inademen en uitademen plaats vindt. In heel het Evangelie zegt men ons dat God ons roept, Jezus roept en zendt zijn discipelen. Het is niet dat hij hen eerst roept, en vervolgens leert hij ze dingen, en 's anderendaags gaan ze het uitdragen. Het is in dezelfde act van het roepen dat hij zendt. Ruusbroec zegt u: de eenheid tot God is altijd "wezelijk" en "werkelijk"; "wezelijk" (roep(ing), ontvangen), en "werkelijk" (doeltreffend, uitvoeren, werken). De twee zijn er altijd samen. Ze gaan altijd hand in hand.
Het goed begrijpen van dit samengaan van ontvangen en uitvoeren is vitaal om het pastoraal leven te bedenken. Waarom is het vitaal? Omdat men vaak denkt dat de abdijen een bank zijn, waar een schat aanwezig is. We gaan uit die schat een beetje geld afhalen om het buiten uit te geven. Of op een andere manier zou men aldus over het spiritueel leven in de Kerk kunnen spreken als: 's morgens moet men zich bezig houden met de goede God, we laden onze batterijen op, zoals we onze draagbare telefoon aanluiten aan de stroom, en in de namiddag gaan we aan anderen zeggen dat we verbruiken wat we hebben opgeslaan. Neen, het is in dezelfe act, en als je niet verenigd bent met God, de namiddag zoals 's morgens, verlies je je tijd zowel 's morgens als 's namiddags, want de liefde is openheid en tegelijk is het eenheid. En het is daarom dat de enige vraag werkelijk erin bestaat om te zien of men werkelijk is op de plaats waar God ons roept. Maar daar waar hij u roept, is het onderscheid tussen ontvangen en geven zeer secondair en artificieel. Dàt is vitaal, anders zal je van de Kerk, de abdijen of kloosters en van de nog bestaande parochies een bank maken, een stockageplaats, ipv een levendig iets. Wel lopen we het gevaar om te zeggen dat de pastores daar niet meer toe kunnen komen omdat ze werk hebben. Maar er is geen ander werk dan de eenheid met God.
Sint-Jan-van-het-Kruis neemt het beeld van een venster en niet van een spiegel om dat proces te verhelderen. Hij zegt dat degene die het Evanglie doorgeeft, het doorgeeft niet door reflectie, maar door transparantie. Met het voorbeeld van een venster, zegt hij dat als we het venster zien dan geven we slecht door. M.a.w. als we moeten evangeliseren, moeten we omgevormd worden in het licht van God, en niet het Woord van God weerkaatsen. En als we omgevormd worden door het licht van God, dan is het God die evangeliseert, en niet wij.
Dit kan ons echter als ontoelaatbaar overkomen, wanneer we louter vanuit een menselijke manier kijken naar het Evangelie. Er zijn jammer genoeg weinig christenen, laat staan pastores, die zullen toegeven dat dit werk van eenheid met God boven alles gaat. Want wij zijn geneigd om de vrijgevigheid met de caritas of naastenliefde te verwarren. We denken dat het Evangelie een product is dat we moeten exporteren en dat we moeten geven, daar waar het een boodschap is, (goed) nieuws, een openbaring. Er is geen andere manier van iets aan te kondigen, te openbaren dan ervan te leven.
Ziezo, deze bijdrage van Mystieke Lectuur is weer tot zijn einde gekomen. Volgende keer willen we verder op weg gaan om ons spiritueel leven in de aandacht te brengen.
| U luisterde naar het programma Mystieke Lectuur, waar we deze keer hebben gehandeld over ons spiritueel leven, met enkele sterke teksten uit de rijke schat van de Christelijke Spirituele Literatuur. |
Digitale bijdragen
Via YouTube worden regelmatig filmpjes beschikbaar gesteld. Daardoor wil de vereniging ook mensen te hulp komen met middelen die de moderne media tegenwoordig mogelijk maken.
Momenteel kunnen ze enkel via deze website gevonden worden, en worden ze niet voorgesteld aan mensen die op YouTube surfen of opzoekingen doen.

