Thomas van Kempen en "De Navolging van Christus" - Aflevering 2
Tweeënzeventigste editie
Mystieke lectuur voor Radio Maria België
Je kan de uitzending via deze webpagina van Radio Maria herbeluisteren.
Je zal een keuze moeten maken voor een van de uitzendingen.
Op de pagina van je keuze vind je na een korte omschrijving onderaan op die pagina
de mogelijkheid om deze bijdrage via een podcast te herbeluisteren.
Welkom, beste luisteraars.
Het programma "Mystieke Lectuur" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs, voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God: pareltjes uit onze rijke schat aan christelijke spirituele traditie.
In de vorige edities van Mystieke Lectuur hebben we Thomas à Kempis aan het woord gelaten en zijn daarmee een nieuwe reeks afleveringen begonnen. We willen toch nog even stilstaan bij wie hij was, voor de mensen die de vorige bijdrage niet hebben gehoord.
Thomas werd geboren te Kempen, ten noorden van Keulen (1379?–1471). Hij bracht zijn adolescentie door in Deventer, bij de Broeders van het Gemene Leven, rond Gérard Groote en Florens Radewijns. Dat was een kerncentrum van de Moderne Devotie. In de lijn van Ruusbroec de Wonderbare ( 1381) cultiveerden de Broeders daar de innerlijkheid die later verder tot bloei zou komen bij de Spaanse mystiekers. Ze gingen zich vooral toeleggen op de studie van de grote auteurs van de Traditie. Later zou dit bijvoorbeeld – via Erasmus en Ignatius van Loyola – verder ontpoppen tot een manier om het opkomende protestantisme het hoofd te bieden.
Rond 1400 trad Thomas binnen bij de reguliere kanunniken van de Sint-Agnietenberg, nabij Zwolle, een van de huizen van de zeer belangrijke Windesheim-congregatie. Ook deze realiteit situeert zich in de geestelijke afstamming van Ruusbroec binnen de Moderne Devotie.
Daar schreef Thomas, als novicemeester, duizenden bladzijden met meditaties voor de novicen die hij in opleiding had. Deze bladzijden munten uit door een sterke innerlijke pedagogie.
Het werk De Navolging van Christus is jarenlang een echte bestseller geweest, niettegenstaande het enkel bedoeld was voor de novicen die Thomas onder zijn hoede had. Dat bevestigt dan ook dat hij door zijn werk heel veel mensen heeft geïnspireerd en geholpen om hun spirituele avontuur op het spoor te komen, verder te ontdekken en het goed te beleven.
Dezer dagen wijzen velen zijn teksten af als te zeer gedateerd en niet meer de moeite waard om zich erin te verdiepen.
Onze aandacht gaat tegenwoordig vooral naar de buitenkant, daar waar die aandacht uiteraard niet onder de mat geveegd mag worden, maar wel gefundeerd moet zijn op onze innerlijkheid. Die innerlijkheid is de plaats waar Diegene die in het diepste van ons menszijn aanwezig is, in het hart van onze ziel. Daar, in die plaats van ontmoeting en intieme relatie met God, moet ons menselijk bestaan en bewustzijn gefundeerd zijn om stevig vast te staan en niet te wankelen of te vallen.
Over die ontmoeting lezen we in het boek van de Openbaring van Johannes, hoofdstuk 3, vers 20: "Zie, Ik sta voor de deur en klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij." Dat is aan de deur van ons hart! Van het maaltijd met ons houden krijgen we reeds een onvoorstelbaar voorproefje in de Eucharistie; een realiteit die elke verbeelding tart. Daar raakt de hemel de aarde, daar komt de Heer zelf tot ons, om ons te voeden met zijn eigen Lichaam en Bloed; zijn eigen Leven!
Niettegenstaande dat is dit sacrament niet zweverig; want wanneer we in de Eucharistie de communie ontvangen hebben, worden we vrij snel daarna gezegend en gezonden om als nieuwe mensen, zoals Jezus – of beter gezegd: omgevormd in Jezus – Zijn menswording in deze wereld verder te zetten.
Thomas van Kempen spitst zich voornamelijk toe op deze binnenkant, niet om van ons wereldvreemde mensen te maken, maar om ons juist op een echtere, menselijkere, spirituelere of godgelijke manier in de wereld te laten staan. In zekere zin kunnen we dit proces vergelijken met het bouwen van een goede fundering, een fundering op de Rots, om van daaruit een stevig huis te kunnen bouwen, een huis dat standhoudt bij storm en noodweer...
De tekst komt dus uit dat samengestelde werk en is grotendeels afkomstig uit Thomas' jeugd en doordrongen van een bijbelse en traditionele cultuur. De Navolging van Christus is een verzameling kernachtige, gemakkelijk te onthouden spreuken, bedoeld om het voortdurende "herkauwingswerk" van de geestelijke of godzoekende mens te voeden.
Het is volledig representatief voor de Devotio Moderna en het werk belicht haar belangrijkste thema's: Jezus als de trouwe Vriend; de liefde voor eenzaamheid en stilte tegenover een wereld in diepe crisis; de noodzaak van de ervaring van de ouden – meer dan uiterlijke praktijken – opdat het innerlijk leven tot bloei zou komen; de matigheid op alle gebieden, enzovoort.
Thomas van Kempen heeft niet alleen De Navolging van Christus geschreven. In deze bijdrage zullen we lezen uit een ander werk van hem, nl. De Vallei van de Lelies, waarvan we stukken uit hoofdstuk XXV nemen. De toon en de taal daarvan zijn volkomen die van De Navolging van Christus: dezelfde ontnuchterende wijsheid en dezelfde keuze voor innerlijkheid in een wereld waarvan de bewoners aanvoelen dat zij haar ondergang tegemoet gaat.
De tekst die we lezen zullen we betitelen als Het laatste uur.
Laten we niet langer wachten om de tekst voor deze bijdrage te lezen. We zullen hem deze keer in één stuk doorlezen en pas daarna bespreken en toelichten.
Lees het vervolg van de uitzending of Luister naar deze bijdrage
Over dit initiatief
De bijdragen van Mystieke Lectuur worden gebracht door priester Paul Van der Stuyft, moderator van de Vereniging zalige Jan van Ruusbroec. Het is een vzw die werd opgericht met het oog mensen te helpen leven zoals God het voorzien of gepland heeft.
Ze wil uiteraard heel in het bijzonder haar leden ondersteunen in hun innerlijk leven en apostolaat.
Dat doen we aan de hand van inzichten en raadgevingen die vele heiligen en mystiekers ons hebben nagelaten.
Zoals de naam van onze vereniging doet vermoeden, doen we dat onder andere met de zeer diepe en rijke teksten van de zalige Jan van Ruusbroec.
We willen geen grote theorieën rond de oren slaan, maar stellen ons met een ontvankelijk hart open voor het Woord van God. Dat Woord heeft gedurende meer dan 20 eeuwen zoekende mensen aangesproken en geraakt. Velen hebben zich er spiritueel aan gevoed, en hebben er met hun leven van getuigd.
De literatuur die we lezend proberen te begrijpen en te duiden, heeft generaties mensen geholpen om dichter te komen bij het mysterie van ons christelijk geloof.
De vereniging wil haar steentje bijdragen bij het bekendmaken van deze christelijke spirituele schat door sessies, retraites, recollecties, lezingen, enz.
Het Centrum zalige Jan van Ruusbroec is de zetel van onze vereniging, en is eveneens de plaats waar een deel van onze activiteiten doorgaan.
Vervolg van deze bijdrage van Mystieke Lectuur
Het laatste uur
| Gelukkig de ziel die vaak denkt aan het laatste uur: het ogenblik waarop alles zal ophouden wat vreugdevol of droevig is, waarop eerbewijzen en verwijten zullen eindigen! Gelukkig de eenvoudige ziel die, ter wille van God, hier op aarde slechts een pelgrim is geweest en geen aandacht heeft geschonken aan wat de wereld bewondert, hoe groot en mooi het ook mag zijn! |
| In dat laatste uur zal men geen kastelen of vestingen meer zien, geen zilveren en gouden vazen, geen kostbare schotels en bekers met geurige mengsels, geen lieren, fluiten of citers. |
| Voorbij zijn de spelen, de grappen en het lachen; voorbij de voorstellingen, het applaus, de gezangen en liederen, het geroep op de pleinen of in de huizen! Ja, want de harten van alle levenden zullen tot niets worden gereduceerd wanneer de gehele aarde beeft voor God. |
| Hoe wijs is hij die elke dag aan deze dingen denkt en zich onder tranen voorbereidt om de toekomstige goederen en de eeuwige vreugden te ontvangen! Gelukkig hij die zich vrijwillig afkeert van alles wat het vlees hier op aarde behaagt, waar alles vol gevaren en valstrikken is! Gelukkig hij die als een pelgrim leeft: vaak verkeert hij in zuchten en droefheid in deze ballingschap, zodat hij verlangt heen te gaan om bij Christus te zijn in het hemelse koninkrijk! (Fil. 1,23 e.v.) |
| [...] |
| Gelukkig hij die dag en nacht waakzaam is tegen de bekoringen en zich het gebed van Elia eigen maakt: ‘Ik heb er genoeg van, Heer! Neem mijn leven van mij weg!’ (1 Kon. 19,4) Want ik sterf liever in een gegronde hoop en vertrek in Gods genade dan dat ik al deze ellende aanschouw en te midden van zoveel gevaren blijf leven. |
| Zie daar iemand die opvalt onder de mensenkinderen en tot de koningen wordt gerekend: morgen zal hij voedsel zijn voor de wormen en een stank voor onze neus. Zoals hij naakt ter wereld kwam, zo zal hij als een arme balling in het graf eindigen. Immers, alle genoegens en pracht van deze wereld duren maar kort: de dood, de pijn, de rouw en de angst nemen alles in bezit. Of men nu heer, paus of kardinaal is: men sterft, en ook de opvolger zal sterven! |
| Absoluut niemand kan er zeker van zijn de dag van vandaag te voltooien. Niemand kan de paus om een bul vragen die hem van de dood zou vrijstellen, en niemand kan door betaling een prebende verkrijgen die voor altijd blijft bestaan. Dikwijls komt immers, zodra men gunst en een kerkelijke waardigheid heeft gevraagd, de dood en neemt zij alles mee! Zo keert men uit Rome even arm en naakt terug als men erheen is gegaan! |
| Dit is wat men in de boeken leest over al die vroegere vaders die zeer lang hebben geleefd: ‘Hij was dit, hij was dat, enzovoort’, en uiteindelijk luidt de conclusie dat hij gestorven is! |
| Inderdaad, wij zullen allemaal sterven en verdwijnen in de aarde waaruit wij zijn voortgekomen. Wat is de hele duur van ons leven anders dan het korte ogenblik van het heden? Een luchtstroom, de vluchtige dageraad van een morgen, het voorbijgaan van een gast die niet zal terugkeren. Alle koninkrijken en alle tijdperken van deze wereld verdwijnen in een oogwenk, als een bliksemflits aan de hemel. |
| Tel de dagen, uren, maanden en jaren van je leven: waar zijn ze nu? Ze zijn voorbijgegaan als een schaduw in de zon; ze zijn uiteengevallen als het web dat de spin weeft: één windvlaag vernietigt haar werk. Er is dus niets op aarde – de aarde waaruit Adam en zijn zonen zijn voortgekomen – dat vast en blijvend is. Alles wat voor de ogen van de wereld groot, mooi en aangenaam lijkt, is zonder blijvende betekenis en kwetsbaar. Laat je daarom niet misleiden door haar verlokkingen en laat je evenmin terneerslaan door haar onrechtvaardigheden. |
| Wanneer je de meest kostbare voorwerpen beschouwt, met hun schitterende kleuren, versierd met goud, zilver en edelstenen: dat alles zal beschadigd raken, verslijten, vergaan en verdwijnen. Denk daarom bij alles wat je onderneemt en overal waar je je bevindt, waarheen je ook gaat en waar je ook komt, aan het einde van je leven en aan je laatste uur, waarvan je het tijdstip niet kent. |
| Gelukkig hij die, samen met de heilige Paulus, verlangt heen te gaan om bij Christus te zijn (Fil. 1,23); dat is immers veel beter dan lang in dit lichaam te leven, als pelgrim ver van God te blijven en op de golven van deze wereld heen en weer te worden geslingerd en geschud. |
| Als je voortdurend aan Jezus denkt, als je Hem werkelijk liefhebt en elke dag tot Hem bidt, dan mag je vol vertrouwen rekenen op het koninkrijk van Hem die heeft gezegd: ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook mijn dienaar zal zijn.’ (Joh. 12,26) |
| Gelukkig die dienaar die aan het einde van zijn leven deze vriendelijke woorden van Christus heeft verdiend te horen: ‘Uitstekend! Goede en trouwe dienaar, over weinig ben je trouw geweest; treed binnen in de vreugde van je meester.’ (Mt. 25,21) |
Deze keer hebben wij dit hoofdstuk niet zozeer gekozen vanwege zijn mystieke betekenis, maar vanwege de actualiteit ervan voor de situatie waarin de hele wereld zich vandaag bevindt. Op een moment waarop wij allemaal nog niet zo heel lang geleden werden geconfronteerd met een epidemie die velen hebben aangevoeld als ‘het einde van de wereld’, of op zijn minst als het einde van een wereld. Met een veranderend klimaat dat wereldwijd van langs om meer heel veel mensen in de problemen brengt. Daarbij dachten we dat de wereld stilaan wijzer geworden was en dat er geen plaats meer was voor de waanzin van vernietigende oorlogen. Maar als we rondom ons kijken, zien we allesbehalve een rustige, evenwichtige vredespolitiek.
We hebben van langs om krachtigere instrumenten die ons moeten kunnen helpen om alle mensen wereldwijd als koningen door het leven te laten gaan, en toch worden die steeds gesofistikeerdere middelen voor twijfelachtige of zelfs slechte en mensonterende doeleinden gebruikt.
In deze situatie zou niemand beter dan de auteur van De Navolging van Christus ons kunnen helpen om de menselijke kwetsbaarheid juist te duiden en ons tegelijk uit te nodigen tot vertrouwen in God en tot de bovennatuurlijke hoop.
Nogmaals, wanneer Thomas ons de realiteit van de dingen relativeert, kan dat soms hard aankomen of ongeloofwaardig overkomen. Zoals het boek Prediker de bekende uitspraak "IJdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid" op alle toonaarden verkondigt, en daardoor zeer pessimistisch kan overkomen, moeten we goed opletten om deze woorden goed te begrijpen.
Met deze uitspraak wil echt niet gezegd worden dat alles zinloos zou zijn, maar dat het voorbijgaand is. We kunnen het niet vastnemen of vasthouden. Het is allemaal voorbijgaand, zoals damp, wind of rook. De wind is wel degelijk geen illusie, maar we kunnen die niet vastnemen, laat staan vasthouden.
De boodschap die hier doorgegeven wil worden, moet ons wel even door elkaar schudden, opdat we niet door valse schijn onze hoop zouden stellen op dingen die ons slechts tijdelijk een zekerheid geven, maar eigenlijk niet meer dan een rad voor de ogen draaien om ons uiteindelijk met lege handen, bedrogen en beroofd achter te laten.
De hele schepping die God gemaakt heeft, is weliswaar helemaal niet slecht; waarom zou God die anders gemaakt hebben? De vraag is eerder naar de manier waarop we ermee omgaan. Zoeken we die mooie geschenken die God ons geeft – geschenken die Hij geeft om zijn liefde voor ons te tonen en ons alles te geven wat we nodig hebben – om er buiten God van te genieten en er daardoor afgoden van te maken? Of geven we God de eerste plaats in ons leven om "in Hem, door Hem en met Hem" van deze mooie dingen te genieten?
In het eerste geval beroven we Hem van onze erkentelijkheid en liefde, maar in het laatste geval brengen we Hem de lof, de eer en de glorie die Hem toekomt; met andere woorden, de plaats die Hem toekomt in ons hart.
Om dit laatste te bewerken, beukt Thomas soms vrij hevig op de grondvesten die ons stevig vast lijken te staan, om ons de weg te tonen naar de ware grondvesten, deze namelijk die enkel God zelf voor ons kan geven, en ja, die grondvesten kan alleen God zelf voor ons zijn.
Thomas schreef in een tijd waarin de Honderdjarige Oorlog, het Westers Schisma en de pest Europa op de knieën brachten. Hij herinnert ons eraan dat ‘alles ijdelheid is behalve God liefhebben en Hem alleen dienen; de hoogste wijsheid bestaat erin te streven naar het hemelse koninkrijk’ (De Navolging van Christus, I, 1). En nogmaals, dat woordje ijdelheid betekent niet dat het allemaal zinloos is, maar voorbijgaand, en dat enkel God ons enig ware houvast is.
Zijn woorden blijven bijzonder actueel, maar om hem goed te begrijpen, moeten we misschien enkele accenten verschuiven. De overweging over de dood mag zeker niet leiden tot angst, wereldverachting, fatalisme of een vlucht uit het concrete leven, maar naar een vertrouwvolle overgave aan Gods wil. Een leven dat in de voetsporen van Jezus in gehoorzaam vertrouwen leeft en geen schrik heeft van de dood. Want de dood heeft geen macht meer over ons sinds Jezus de dood heeft overwonnen. We moeten ze uiteraard niet zoeken, maar ze ook niet vluchten.
In onze huidige maatschappij bannen we de dood zoveel mogelijk uit de zichtbare realiteit van ons leven. Mensen sterven zelden nog thuis, en van de ziekenhuiskamer wordt het lichaam snel naar een mortuarium gebracht, waar men meestal slechts gedurende een korte tijd de overledene kan begroeten. Vroeger werd het lichaam van de dierbare overledene opgebaard in huis, meestal in de mooie leefkamer, en werd er bij gewaakt en gebeden...
In het "Wees Gegroet Maria" vragen we dat ze voor ons bidden, nu én in het uur van de dood.
De kleine Teresia had eerst schrik van de dood omdat men haar gezegd had dat de Dood, of beter bekend bij ons als Pietje de Dood, zou komen, maar ze begreep uiteindelijk dat het niet de dood was die haar kwam halen, maar Jezus. Dat is een heel andere zaak. Daar kan je naar uitkijken in geloof en vertrouwen. Hij heeft beloofd om voor ons een plaats te bereiden, en op Zijn Woord kunnen we rekenen!
Hij heeft ook beloofd dat we de dood die Hij moest ondergaan, niet zouden ondergaan. Dat Hij die voor ons op zich neemt, onze dood is dus niet diezelfde dood waardat Hij van spreekt.
Toch hebben mensen vandaag de dag nog steeds schrik van het lijden en de dood, en om die schrik te temperen of weg te moffelen, krijgen we een holle belofte die de goede dood genoemd wordt, in het Grieks "Euthanasie". Maar daardoor verhaasten we alleen maar de dood. Ze stoelt dat eigenlijk alleen maar op het geloof dat er na dit leven niets meer is, en dus dat we enkel bevrijd worden van dit zogezegd zinloos lijden dat tot niets zou dienen...
We mogen de dood niet zien als een bedreiging, maar als een nieuw begin. Jezus spreekt ons van het stervend graan, dat pas dan kan omgevormd worden en veel vruchten dragen. Maar het graan kan dat uiteraard niet voorzien of bedenken, het kan het enkel ondergaan door zich te laten gaan. Zo ook wij: we kunnen dat moment van sterven eigenlijk alleen maar in Gods handen laten. We hebben ook zelf niets anders kunnen doen toen Hij ons de levensadem heeft gegeven en het levenslicht doen aanschouwen...
De tekst spreekt indringend over het laatste uur en over de vergankelijkheid van eer, rijkdom en menselijke macht. Dat blijft eveneens noodzakelijk. Onze samenleving wordt gemakkelijk beheerst door de illusie van controle, gezondheid, planning, bezit en voortdurende zelfbeschikking. De pandemie en vele andere gebeurtenissen hebben echter opnieuw zichtbaar gemaakt hoe kwetsbaar het menselijk leven is: angst voor het onbekende, verlies van controle en het sterven van geliefden hebben diepe psychologische wonden veroorzaakt.
Het doel van ons leven is niet dat we voortdurend angstig naar het einde van ons leven kijken, maar dat we leren leven in waarheid, verzoening en hoop. Het "laatste uur" is voor de christen niet alleen het ogenblik van oordeel, maar ook het uur waarin we Christus tegemoetgaan. Paus Franciscus verbond dit expliciet met het vertrouwen op Gods barmhartige liefde: "Het is het vertrouwen dat ons dagelijks draagt en ons in staat zal stellen voor de Heer te verschijnen op de dag waarop Hij ons tot zich roept."
Wij verschijnen niet voor God met de verdienste van onze zelfverzekerdheid of zelfzekerheid, maar met lege handen die door zijn genade mogen worden gevuld. Dat betekent weliswaar niet dat onze daden onbelangrijk zijn; het betekent wel dat onze redding een gave is die wij ontvangen, niet een prestatie waarop wij aanspraak kunnen maken.
Het accent van ons christelijk bewustzijn mag dus niet enkel zijn: "Denk aan het einde van je leven." Maar zoals Teresia van Lisieux het begrepen heeft: "Denk aan Christus, die in het uur van je sterven er zal zijn en je mee zal nemen."
De herinnering aan de dood moet leiden tot waakzaamheid en vertrouwen, niet tot verlammende angst. Dat laatste is niet het werk van God, maar van iemand die ons uit evenwicht wil halen. Maar als we gegrondvest zijn in Gods liefde en met Hem verbonden zijn in doen en laten, dan kan die angst ons eigenlijk niet overweldigen.
Het is daarom belangrijk om ons leven op God te funderen en te bouwen, zoals Jezus aangeeft met zijn beeld van het huis dat gebouwd is op de rots en daardoor het beuken van de storm overleeft. Die overleeft het omdat het gebouwd en gefundeerd is op het Woord van God dat Jezus ons geeft en voor ons is.
Het "laatste uur" begint ook in de dagelijkse bekering van ons hart. We moeten vooral niet wachten op het laatste ogenblik van ons leven. Het christelijke "laatste uur" is eigenlijk ook een dagelijkse geestelijke houding van waakzaamheid. Daartoe dringt Jezus ook sterk aan in zijn onderrichtingen.
Elke dag is een gelegenheid om: vergeving te vragen; verzoening te zoeken; een onrecht recht te zetten; een naaste te bezoeken; bezit en macht beter te ordenen; opnieuw op God te vertrouwen; Christus te ontvangen in gebed en sacramenten.
We zouden deze opsomming nog verder kunnen uitbreiden, maar vermoedelijk hebben jullie goed begrepen dat we het hier niet hebben over een fatalistisch wachten op het moment van ons heengaan.
Het gaat dus niet alleen om de vraag: "Ben ik klaar om te sterven?" maar ook om de vraag: "Leef ik vandaag op een wijze die ik in het uur van mijn dood niet zou hoeven te verloochenen?"
De pandemie heeft ons laten zien hoe snel plannen, routines en zekerheden kunnen instorten. Volgens Fratelli tutti werden daardoor "valse en overbodige zekerheden" zichtbaar waarrond mensen hun agenda’s, projecten, gewoonten en prioriteiten hadden gebouwd. De juiste reactie is dus zeker niet de passiviteit, maar een bezinning die ons leidt tot de herordening of bijsturing van ons leven.
De tekst noemt de mens een pelgrim en vreemdeling op aarde. Dat beeld is zeer bijbels en waardevol, maar opgelet: het betekent niet zich uit de wereld terugtrekken of onverschillig worden voor haar concrete noden. Het betekent dat we de wereld niet als ons absoluut bezit behandelen. We hebben er geen vat op; het kan ons op elk moment ontvallen.
Jezus heeft ons in de wereld gelaten, maar als christenen zijn we niet van de wereld. Toch zijn we ermee verbonden als gist in het deeg, als licht van een kandelaar in een ruimte. We worden uitgenodigd om haar juist zo trouw en verantwoordelijk mogelijk te dienen. Maar dat dienen kan op velerlei wijzen gebeuren. We denken daarbij meestal aan actieve handelingen, maar een contemplatief leven is ook bedoeld om weliswaar op een andere manier ten dienste te staan.
Ons handelen moet altijd gedragen worden vanuit de gedrevenheid die de Heer ons ingeeft; gedragen door het luisteren naar het waaien van de Heilige Geest.
De pandemie heeft het belang daarvan scherp onthuld. Fysieke afstand en isolatie konden tijdelijk noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven, maar blijvende eenzaamheid en individualisme verdiepen vaak alleen maar het lijden. Het Dicasterie voor de Bevordering van de Integrale Menselijke Ontwikkeling merkt op dat isolatie en individualisme psychisch lijden kunnen versterken, terwijl gemeenschapsleven troost en vreugde kan brengen, zelfs midden in verdriet.
Velen denken dat een contemplatief leven iemand isoleert, maar in de Gulden brief van Willem van Sint-Thierry laat hij ons begrijpen dat de kluis van een kluizenaar of de cel van een monnik geen isolatie is of mag zijn. Het is een hemel, waarin de monnik of de kluizenaar in sterke verbondenheid met God en de wereld leeft. En mocht diens terugtrekken een vlucht zijn uit de realiteit van de wereld en zich daarvan isoleren, dan zegt Willem dat de cel die vluchteling zal uitbraken. Die zal het niet uithouden om in dat isolement te blijven zitten...
Deze bijzondere manier van leven slaat de brug tussen God en de mensen en draagt op een bovennatuurlijke manier bij tot het gemeenschapsleven en de uitbouw van Gods Rijk hier op aarde.
Jammer genoeg worden deze mensen (contemplatieven) in onze moderne of postmoderne maatschappij scheef bekeken, alsof ze hun tijd verliezen. "Time is money" duwt ons in een eenzijdige houding van materiële productiviteit, daar waar we als christenen gezonden worden om te cultiveren en niet in de eerste plaats te produceren. De boer cultiveert zijn land, maar God geeft het zijn vruchtbaarheid en zijn opbrengst. Cultiveren heeft ook te maken met relatie, relatie met God en met elkaar, het opbouwen in, met en van een christelijke cultuur.
De tekst somt met nadruk aardse pracht, rijkdom, eer en macht op. Dat is een noodzakelijke kritiek op hebzucht en ijdelheid. Toch vraagt dit thema in onze tijd om een belangrijke verduidelijking. De goederen zijn gaven en middelen, geen goden of afgoden. Zij moeten ten dienste staan van menselijke waardigheid, gezin, gemeenschap en het algemeen welzijn. Maar wanneer ze een doel op zich worden, dan worden ze afgoden die onze aandacht afleiden en ons weghouden van God.
Het is daarom dat deze teksten ons waarschuwen om er ons niet door te laten afhouden van de eigenlijke bedoeling ervan. Ook hier zijn ze pas nuttig en op hun plaats als we ons leven op God richten en Hem alleen beogen in ons leven.
Jezus roept ons op om alles achter te laten als we Hem willen volgen. Als we dat doen, krijgen we alles honderdvoudig terug, zegt Hij. Waar we die aardse schepselen van nature uit krampachtig voor onszelf willen houden, maar onvoldoende handen en middelen hebben om alles veilig te stellen wat we hebben kunnen bemachtigen, daar bevrijdt ons het loslaten ervan. Dan kunnen we vertrouwvol, met open handen, al deze mooie en waardevolle dingen uit Gods hand ontvangen en, Hem erend en lovend, gemeenschappelijk maken, zodat ook anderen God ermee kunnen ontdekken en danken voor al dat moois.
De vraag is dus niet alleen: "Hoe kan ik mij van de wereld losmaken?" maar ook: "Hoe kan ik wat mij is toevertrouwd zo gebruiken dat het leven van anderen wordt beschermd en bevorderd?"
De christelijke hoop op het eeuwige leven is geen aansporing om het aardse leven voortijdig te beëindigen. Het leven blijft een gave van God, ook wanneer het zwaar en pijnlijk is. Christus nodigt ons ook uit om ons kruis op te nemen en Hem te volgen, die voor ons het kruis op zich heeft genomen. Als we ons kruis met het Zijne verbinden, dan weegt het een stuk minder zwaar. Het is wanneer we het alleen dragen en vergeten dat God ons bijstaat dat het onmenselijk kan worden.
In dit alles moeten we een juist evenwicht bewaren, want ons leven is wel vergankelijk, maar helemaal niet zinloos; het is zelfs heel waardevol. Wij zijn pelgrims, maar niet aan ons lot overgelaten. Aardse goederen zijn tijdelijk, maar zij kunnen worden gebruikt voor liefde en gerechtigheid. Om schatten in de Hemel te verwerven, maar niet om ze hier te laten verrotten en met roest te laten bedekken.
De dood is werkelijk, maar Christus is sterker dan de dood. Beproevingen zijn onvermijdelijk, maar zij hoeven ons niet te overwinnen. Niemand wordt alléén gered: God draagt ons door de gemeenschap van zijn Kerk en roept ons op elkaar te dragen.
Ziezo, het wordt weer tijd dat we deze bijdrage afsluiten. We moeten dit alles zo goed mogelijk proberen te begrijpen en te beleven. Moge de Heer ons daarin bijstaan. Er is inderdaad nog heel veel dat we hierover zouden kunnen zeggen om het niet verkeerd te verstaan, maar met de hulp van de Heilige Geest en een goede wil zal dat wel lukken.
Volgende keer gaan we verder met andere teksten van deze inspirerende auteur, die zoveel mensen in het diepst van hun hart en ziel geraakt hebben en geholpen hebben om die universele roeping van God te beantwoorden.
U luisterde naar het programma Mystieke Lectuur, waar we deze keer hebben gehandeld over ons spiritueel leven met enkele sterke teksten uit onze rijke schat van de christelijke spirituele literatuur.
__________
Digitale bijdragen
Via YouTube worden regelmatig filmpjes beschikbaar gesteld. Daardoor wil de vereniging ook mensen te hulp komen met middelen die de moderne media tegenwoordig mogelijk maken.
Momenteel kunnen ze enkel via deze website gevonden worden, en worden ze niet voorgesteld aan mensen die op YouTube surfen of opzoekingen doen.

