Thomas van Kempen en "De Navolging van Christus" - Aflevering 3
Drieënzeventigste editie
Mystieke lectuur voor Radio Maria België
Je kan de uitzending via deze webpagina van Radio Maria herbeluisteren.
Je zal een keuze moeten maken voor een van de uitzendingen.
Op de pagina van je keuze vind je na een korte omschrijving onderaan op die pagina
de mogelijkheid om deze bijdrage via een podcast te herbeluisteren.
Welkom, beste luisteraars.
Het programma Mystieke Lectuur presenteert sterke en diepgaande teksten van heiligen en mystieke auteurs, voornamelijk over de intieme gebedsrelatie met God: pareltjes uit onze rijke schat aan christelijke spirituele traditie.
In de vorige edities van Mystieke Lectuur hebben we Thomas à Kempis aan het woord gelaten. Daarmee zijn we een nieuwe reeks afleveringen begonnen. Laten we nog even opfrissen wie hij was.
Thomas werd geboren in Kempen, ten noorden van Keulen (1379?–1471). Hij bracht zijn adolescentie door in Deventer, bij de Broeders van het Gemene Leven, rond Gerard Groote en Florens Radewijns. Dat was een kerncentrum van de Moderne Devotie. In de lijn van Ruusbroec de Wonderbare ( 1381) cultiveerden de Broeders daar de innerlijkheid die later verder tot bloei zou komen bij de Spaanse mystici. Ze gingen zich vooral toeleggen op de studie van de grote auteurs uit de traditie. Later zou dit bijvoorbeeld – via Erasmus en Ignatius van Loyola – verder uitgroeien tot een manier om het opkomende protestantisme het hoofd te bieden.
Rond 1400 trad Thomas in bij de reguliere kanunniken van de Sint-Agnietenberg, nabij Zwolle, een van de huizen van de zeer belangrijke Windesheimse congregatie. Ook deze gemeenschap situeert zich, binnen de Moderne Devotie, in de geestelijke afstamming van Ruusbroec.
Daar schreef Thomas als novicemeester duizenden bladzijden met meditaties voor de novicen die hij opleidde. Deze bladzijden munten uit door hun sterke innerlijke pedagogie.
Het werk De navolging van Christus is jarenlang een echte bestseller geweest, hoewel het alleen bedoeld was voor de novicen die Thomas onder zijn hoede had. Dat bevestigt dat hij met zijn werk heel veel mensen heeft geïnspireerd en geholpen om hun spirituele avontuur op het spoor te komen, het verder te ontdekken en het goed te beleven.
Lees het vervolg van de uitzending of Luister naar deze bijdrage
Over dit initiatief
De bijdragen van Mystieke Lectuur worden gebracht door priester Paul Van der Stuyft, moderator van de Vereniging zalige Jan van Ruusbroec. Het is een vzw die werd opgericht met het oog mensen te helpen leven zoals God het voorzien of gepland heeft.
Ze wil uiteraard heel in het bijzonder haar leden ondersteunen in hun innerlijk leven en apostolaat.
Dat doen we aan de hand van inzichten en raadgevingen die vele heiligen en mystiekers ons hebben nagelaten.
Zoals de naam van onze vereniging doet vermoeden, doen we dat onder andere met de zeer diepe en rijke teksten van de zalige Jan van Ruusbroec.
We willen geen grote theorieën rond de oren slaan, maar stellen ons met een ontvankelijk hart open voor het Woord van God. Dat Woord heeft gedurende meer dan 20 eeuwen zoekende mensen aangesproken en geraakt. Velen hebben zich er spiritueel aan gevoed, en hebben er met hun leven van getuigd.
De literatuur die we lezend proberen te begrijpen en te duiden, heeft generaties mensen geholpen om dichter te komen bij het mysterie van ons christelijk geloof.
De vereniging wil haar steentje bijdragen bij het bekendmaken van deze christelijke spirituele schat door sessies, retraites, recollecties, lezingen, enz.
Het Centrum zalige Jan van Ruusbroec is de zetel van onze vereniging, en is eveneens de plaats waar een deel van onze activiteiten doorgaan.
Vervolg van deze bijdrage van Mystieke Lectuur
Met deze reeks bijdragen willen we een nieuwe blik bieden op dit meesterwerk uit de wereldliteratuur. Net zoals een compositie van Mozart op heel verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd, blijft ook deze tekst, die miljoenen christenen heeft gevoed, onuitputtelijk rijk. We willen vooral de eigenlijke religieuze en mystieke betekenis ervan naar voren halen, terwijl bestaande vertalingen vaak de voorkeur hebben gegeven aan een morele, louter stichtelijke betekenis. Ook onze toelichting heeft datzelfde doel en staat rechtstreeks ten dienste van het geestelijk leven van de lezer. Daarin ligt immers de bestaansreden van de bijdragen van Mystieke Lectuur.
De kernachtige uitspraken waaruit De navolging van Christus bestaat, zouden elk afzonderlijk een uitvoerige toelichting verdienen. Maar dat zou ons te ver leiden. Daarom kiezen we de passages die het meest betekenisvol zijn en die sleutels aanreiken om het hele werk zelfstandig te durven benaderen. We groeperen ze rond een twintigtal thema’s. Daarmee volgen we slechts het voorbeeld van Thomas à Kempis zelf: De navolging is in feite een verzameling fragmenten die hij heeft gekozen en geordend. Zo’n verzameling noemde men destijds een rapiarium: een neerslag van zijn overwegingen, bedoeld om de meditatie te voeden van zijn medebroeders, de novicen van het klooster op de Sint-Agnietenberg (zie vorige bijdragen).
Ten slotte: omdat we zo dicht mogelijk bij de tekst willen blijven, zal de luisteraar in de loop van deze toelichtingen geleidelijk de elementen ontdekken die men gewoonlijk in een algemene inleiding aantreft. We zijn ons bewust van de geleerde discussies die de verspreiding van De navolging door de eeuwen heen hebben begeleid, te beginnen met de vraag of het werk wel aan Thomas à Kempis kan worden toegeschreven. Daaruit nemen we alleen mee wat nodig is voor een zorgvuldige én geestelijke lezing, zonder die te belasten met overbodige geleerdheid. Want zoals we kunnen lezen in hoofdstuk 3 van boek I:
| Wie door het eeuwige Woord wordt aangesproken, hoeft zich niet te verliezen in een veelheid van meningen. Het ene Woord zegt hem alles, en alles spreekt tot hem over het ene Woord. (De navolging van Christus, boek I, hoofdstuk 3) |
Wat de terminologie van bepaalde woorden betreft, moeten we rekening houden met het feit dat het Nederlands een levende taal is en dat de betekenis van woorden verschuift. We moeten dus heel voorzichtig zijn. In de vertalingen die door de eeuwen heen zijn gemaakt, maar ook door de gevoeligheid van de vertalers, zijn heel wat nuanceverschillen ontstaan. Het eerste hoofdstuk handelt bijvoorbeeld over de onverschilligheid tegenover wereldse zaken. Maar die onverschilligheid wordt soms ook vertaald als versmading of zelfs verachting van wereldse zaken. Laten we hier kiezen voor "versmading".
We lezen nu enkele passages uit De navolging van Thomas à Kempis en beginnen met een stukje uit het eerste hoofdstuk. We geven het nu deze thematische titel mee: "Over de navolging van Christus en de verachting van alle ijdelheden van de wereld".
Deze thematische titels die we aan de passages uit De navolging meegeven, zijn niet oorspronkelijk. We voegen ze toe om het de luisteraars gemakkelijker te maken. De titels van de boeken en hoofdstukken die je in De navolging zelf aantreft, zijn wellicht door kopiisten of uitgevers aangebracht en niet door de auteur.
Het eerste hoofdstuk begint met een citaat uit het Johannesevangelie, hoofdstuk 8, vers 12. Luister maar:
| "Wie Mij volgt, wandelt niet in de duisternis" (Joh. 8, 12), zegt de Heer. Dit zijn de woorden van Christus, waarmee wij worden aangespoord om zijn leven en levenswandel na te volgen, als we werkelijk in het licht willen zijn en bevrijd willen worden van elke blindheid van hart. Daarom moet onze voornaamste bezigheid zijn dat we het leven van Jezus Christus overwegen. | |
| De leer van Christus gaat boven alle leringen van de heiligen uit. Wie de Geest van Christus bezit, vindt daarin het verborgen manna (Openb. 2, 17). Toch verlangen velen daar maar weinig naar, ook al horen zij vaak het Evangelie, omdat zij de Geest van Christus niet bezitten (Rom. 8, 9). Wie de woorden van Christus ten volle wil begrijpen en er innerlijk van wil genieten, moet ernaar streven zijn hele leven naar dat van Hem te vormen. [...] |
Zoals we al vermeld hebben, begint De navolging met een overweging van de Bijbel. Niet alleen zijn er in dat werk meer dan achthonderd herkenbare, expliciete citaten terug te vinden. De tekst wijkt trouwens nooit af van het monastieke "herkauwen" van Gods Woord. Om Gods Woord – dat niet altijd even gemakkelijk te begrijpen is – goed te verstaan, moeten we het vaak herlezen, liefst zelfs in kleine stukjes. Vandaar dat we met herkauwers worden vergeleken. Herkauwers hebben zelfs meerdere magen. Het voedsel wordt soms meerdere keren heen en weer gestuurd om er zoveel mogelijk voedingsstoffen uit te halen. Hetzelfde geldt voor de manier waarop we Gods Woord eigenlijk moeten lezen en ons eigen moeten maken. Ook het Woord dat ons door grote spirituele auteurs al een stukje voorverteerd wordt aangeboden, moeten we in ons verstand en in ons hart laten binnendringen.
Wij hebben het Latijnse woord studium vertaald met "bezigheid". Het woord komt ongeveer twaalf keer voor in De navolging en duidt op een activiteit die men volhardend en toegewijd beoefent. Het wordt hier gebruikt in de zin: "Daarom moet onze voornaamste bezigheid zijn dat we het leven van Jezus Christus overwegen."
We lezen nu verder in het eerste hoofdstuk, maar slaan een stukje over. We beginnen waar de auteur vervolgt met een kort citaat uit het boek Prediker:
| IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid (Pred. 1, 2), behalve God liefhebben en Hem alleen dienen. De hoogste wijsheid bestaat erin naar het hemelse koninkrijk te streven door de wereld te verachten. [...] |
De verachting van de wereld is een fundamenteel kenmerk van De navolging. Het overeenkomstige Latijnse woord, contemptus, komt ongeveer 35 keer voor. Zeker is dat De navolging een uitgesproken negatieve blik werpt op de omgeving van zijn tijd, toen het Westen werd geteisterd door onder meer de pest, de Honderdjarige Oorlog en het Grote Schisma in de Kerk. Toch gaat deze verachting eerder over onverschilligheid tegenover gebeurtenissen dan over een waardeoordeel over de wereld. "Loslaten" zou als vertaling bijna volstaan.
In het zevende hoofdstuk van dat eerste boek van De navolging wordt eveneens verder ingegaan op de ijdelheid. De titel kondigt aan dat het hoofdstuk handelt "Over ijdele hoop en het ontvluchten van hoogmoed".
| Tevergeefs stelt men zijn hoop op mensen of op schepselen. | |
| Schaam je er niet voor anderen uit liefde voor Jezus Christus te dienen en in deze wereld arm te lijken. Steun niet op jezelf, maar stel je hoop op God. | |
| Doe wat binnen je vermogen ligt; God zal je goede wil tegemoetkomen. | |
| Vertrouw niet op je eigen kennis, noch op de slimheid van wie dan ook, maar op Gods genade, die de nederigen helpt en de aanmatigenden vernedert. [...] |
De afstand die men neemt van aardse zaken nodigt uit om hun fundamentele ijdelheid te erkennen. Ook dat thema krijgt in De navolging veel aandacht. Vertalingen benaderen het vaak in de zin van de dwaasheid van wereldse mensen en de zinloosheid van wat hen bezighoudt. Hier zou men bijvoorbeeld eerder vertalen: "Dwaas is hij die zijn hoop op mensen stelt..." Maar De navolging blijft eigenlijk steeds gematigd in haar oordeel en veroordeelt niemand. Ze stelt alleen vast dat schepselen teleurstellen wanneer men op hen steunt. Het woordje "dwaas" nemen we dus liever niet in de mond. We formuleren het eerder zo: "Tevergeefs stelt men zijn hoop op mensen of op schepselen."
Een volgende passage die we nu lezen, komt uit het tiende hoofdstuk van het derde boek. Onze auteur schrijft daar over "Hoe zoet het is God te dienen wanneer men de wereld heeft losgelaten".
| O Heer, hoe overvloedig zijn de vreugden die U hebt verborgen voor wie U vrezen! (Ps. 30, 20) Maar wat zult U betekenen voor wie U liefhebben? Voor wie U met heel hun hart dienen? Ja, U aanschouwen is een onuitsprekelijke vreugde, en U schenkt die aan wie U liefhebben. | |
| Hierin hebt U mij op de hoogste wijze de zoetheid van uw liefde laten zien: U hebt mij geschapen toen ik nog niet bestond, en U hebt mij naar U teruggebracht opdat ik U zou dienen, toen ik ver van U afdwaalde. U hebt mij opgedragen U lief te hebben. [...] | |
| Zou het iets groots zijn als ik U diende, U die door ieder schepsel gediend behoort te worden? Nee, het is niet mijn dienst aan U die mij groot moet lijken. Wat mij veeleer groot en wonderbaarlijk voorkomt, is dat U de dienst aanvaardt van iemand die zo arm en onwaardig is, en hem rekent tot uw geliefde dienaren. [...] | |
| Het is een grote eer en een grote glorie U te dienen en omwille van U alles te verachten. Want wie zich uit eigen beweging aan uw allerheiligste dienst wijden, zullen grote genade ontvangen. En wie uit liefde voor U elk lichamelijk genot afwijzen, zullen de allerzoetste troost van de Heilige Geest vinden. Wie omwille van uw naam de smalle weg gaan en alle wereldse zorgen achter zich laten, zullen een grote vrijheid van geest ontvangen. [...] |
We hebben de tekst hier en daar wat ingekort, maar wel een duidelijke lijn bewaard. Laten we toch even stilstaan bij enkele specifieke elementen.
De navolging maakt steeds onderscheid tussen twee niveaus van christelijk leven. God vrezen – in Bijbelse zin: Hem met een vertrouwensvolle eerbied benaderen – is noodzakelijk en voldoende om gered te worden. Maar degene tot wie De navolging zich richt, is de vriend van Jezus. Het Latijnse woord amans ligt dicht bij het Franse amant ("geliefde" of "minnaar") en roept de intimiteit en vertrouwelijkheid op die daarmee gepaard gaan, zoals uit het vervolg van de tekst blijkt. Onder de dienaren zijn er namelijk sommigen die dilecti zijn – geliefden – omdat zij electi zijn, dat wil zeggen: omdat zij persoonlijk zijn uitverkoren. Die keuze bepaalt hun roeping. Tot hen richt De navolging zich. Het woord dilectus komt ongeveer overeen met het woord amans dat we zojuist hebben toegelicht.
Het telkens terugkerende thema van het aardse leven als ballingschap schemert in deze passage sterk door, en wel in bewoordingen die aan de heilige Augustinus zijn ontleend, uit zijn Belijdenissen, boek X, hoofdstuk 27: "Laat heb ik U liefgehad, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb ik U liefgehad. U was binnen en ik was buiten; en daar zocht ik U, en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door U gemaakt zijn. U was bij mij, maar ik niet bij U. Ik werd ver van U gehouden door dingen die niet hadden bestaan als ze niet in U hadden bestaan." In het vervolg schrijft de heilige Augustinus dat zijn leven vol rampspoed is en dat hij, zolang hij niet volledig met God verenigd is, een last voor zichzelf is. Hij verzucht dat de menselijke ambivalenties en verleidingen het leven op aarde tot een voortdurende strijd of beproeving maken.
Aan het einde van de passage uit De navolging die we hebben gelezen, speelt de tekst met woorden en met een evenwichtige zinsbouw: subjacere ("zich onderwerpen") tegenover abjicere ("verwerpen"), net zoals delectatio ("genot") tegenover consolatio ("troost") staat. De navolging besteedt steeds aandacht aan de klank en het ritme van formuleringen die bedoeld zijn om gehoord te worden, eerder dan om in een boek gelezen te worden. In die tijd konden de meeste mensen niet lezen of schrijven, en teksten werden dus ook vaak hardop voorgelezen. Het spel met klanken was dan ook iets waaraan onze auteur aandacht schonk.
Teksten als deze kunnen voor hedendaagse lezers of toehoorders weliswaar vreemd of oubollig overkomen. Het gevaar bestaat erin dat we daarom de woorden van Thomas à Kempis vervangen of hun scherpe geestelijke oproep afzwakken. Het helpt wel om een onderscheid te maken tussen de historische formulering, de geestelijke betekenis en de toepassing vandaag. Vooral woorden als wereld, verachting, ijdelheid, vrezen en lichamelijk genot vragen om een korte toelichting: ze kunnen in modern Nederlands iets anders oproepen dan wat er in de tekst mee bedoeld wordt.
Het woord "wereld" is hier het meest vatbaar voor misverstanden. Het kan klinken alsof de schepping, het dagelijks leven of de mensen op zichzelf slecht zijn. Maar de christelijke traditie gebruikt het woord "wereld" in verschillende betekenissen.
De heilige Paus Paulus VI onderscheidt de wereld die zich tegen het Evangelie keert van de geschapen kosmos en van de mensheid die God liefheeft. Bij die verschillende betekenissen horen ook verschillende houdingen: waakzaamheid tegenover wat van God afkeert, verwondering en waardering voor de schepping, en dienstbaarheid en liefde jegens mensen.
Met "wereld" wordt hier niet de schepping bedoeld, noch de mensheid die God liefheeft. Het gaat vooral om een manier van leven die zich afsluit voor God en de naaste en zich laat beheersen door zelfzucht, begeerte, macht, bezit of aanzien.
Het woord "verachting" kan hard klinken. Het kan de indruk wekken dat de gelovige alles wat aards is, moet afwijzen of onverschillig mag worden voor het lijden van anderen.
Het gaat hier echter veeleer om innerlijke vrijheid tegenover zaken die gemakkelijk het hart in beslag nemen. De oudere ascetisch-spirituele traditie spreekt niet alleen over mensen die daadwerkelijk alles achterlaten. Voor veel gelovigen betekent afstand doen in de eerste plaats de bereidheid om God boven bezit, aanzien of comfort te plaatsen, zonder daarom hun gezin, werk of maatschappelijke verantwoordelijkheden te verwaarlozen.
Dat onderscheid is belangrijk wanneer we spreken over "de wereld verachten"! We mogen de wereld die God geschapen heeft, of de mensen om ons heen, niet verachten. Wel moeten we vrij zijn van de gebondenheid aan bezit, status en eigenbelang wanneer die ons afhouden van de liefde tot God en de naaste. Nergens in het Evangelie lezen we dat Jezus zijn vriend Lazarus verweet dat hij bezittingen had. Het feit dat Lazarus in een rotsgraf werd begraven dat met een grote steen werd afgesloten, doet zeker vermoeden dat hij welgesteld was. Maar wie veel heeft, kan ook meer tot stand brengen en dus meer goed doen. De parabels over de talenten die werden toevertrouwd en daarna door de trouwe dienaren verdubbeld werden teruggegeven, laten ook aanvoelen dat we de talenten die God ons gegeven heeft, niet mogen begraven. Als het verachten van de wereld ons daartoe zou aanzetten, zitten we beslist verkeerd.
Daarbij moeten we er ook voor zorgen dat we onze schatten niet op aarde vergaren, waar mot en roest ze kunnen verteren... We moeten de juiste houding van hart aannemen: de houding die Jezus ons heeft voorgeleefd en voorgesteld. Zijn Woord aanhoren en het, met de hulp van de Heilige Geest, als fundament van ons leven vestigen, is van kapitaal belang.
Veracht niet de wereld die God geschapen heeft, of de mensen om je heen, maar veracht de afgod die je van de wereld kunt maken. Want door dat laatste te doen, verlies je God – je enige en ware houvast – uit het oog. Wees vrij van de aanspraken van bezit, status en eigenbelang wanneer die je afhouden van de liefde tot God en de naaste.
In de vorige bijdrage zijn we al uitgebreid blijven stilstaan bij het woordje "ijdelheid" in de uitspraak "IJdelheid der ijdelheden". Het gaat daar dus niet simpelweg over ijdel gedrag. In de Bijbelse uitdrukking "IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid" is de betekenis ruimer. De term die bij Qohelet hoort, betekent letterlijk zoiets als damp of adem en verwijst naar wat vergankelijk, vluchtig of moeilijk te doorgronden is. De Bijbelse Commissie benadrukt dat Qohelet daarmee kijkt naar het menselijke leven, waarin mensen niet alles beheersen en waarin zelfs wijsheid, rijkdom, arbeid en leven niet blijvend zijn, maar tijdelijk en voorbijgaand.
"IJdelheid" wijst hier op de vergankelijkheid en ongrijpbaarheid van aardse zaken: ze kunnen waardevol zijn, maar geven geen blijvende zekerheid en zijn niet volledig te beheersen. God is de enige zekerheid, omdat Hij niet vergankelijk is, maar eeuwig.
De auteur van deze tekst wil dus helemaal niet zeggen dat niets betekenis heeft of dat vreugde verdacht is. De Bijbelse Commissie merkt op dat Qohelet in de betreffende passage mensen juist aanspoort om de tijdelijke vreugden van het leven eenvoudig en dankbaar te ontvangen, zonder er een levenshouding van ongeremde genotzucht op na te houden.
We moeten ook de aanbeveling om onze hoop niet op mensen of schepselen te stellen, op een juiste manier begrijpen. Deze zin kan de indruk wekken dat alle mensen onbetrouwbaar zijn en dat je maar beter op niemand kunt rekenen. Dat zou van ons achterdochtige mensen maken, die nog individualistischer gaan leven dan onze maatschappij ons al probeert in te prenten. Je mag mensen wel vertrouwen, hulp ontvangen en op elkaar rekenen. De waarschuwing die hier wordt geuit, is dat geen mens en geen bezit de plaats van God kan innemen. Zoals we al gezegd hebben, kan buiten God niets ons absolute zekerheid bieden.
"De vreze Gods" betekent eigenlijk eerder dat we eerbiedig leven voor Gods aangezicht. Tegenwoordig klinkt het alsof het geloof vooral berust op angst voor straf. In de Bijbelse wijsheidstraditie betekent het echter ook dat we eerbiedig erkennen dat God God is, in zijn aanwezigheid leven en ons tegenover Hem verantwoordelijk weten. Het drukt ook eerbied voor de Schepper, vertrouwen op Gods bescherming en gehoorzaamheid aan zijn geboden uit.
"God vrezen" betekent hier dus zeker niet bang zijn voor God, maar Hem met eerbied en vertrouwen erkennen als fundament, bron en bestemming van je leven.
De oproep om "elk lichamelijk genot af te wijzen" kan, zonder toelichting, klinken alsof het lichaam slecht is of alsof plezier op zichzelf zondig is. Dat is een onzorgvuldige gevolgtrekking. De katholieke traditie spreekt over het ordenen van verlangens, niet over de verwerping van het lichaam. Hartstochten en verlangens behoren tot het menselijke leven, maar kunnen in goede of verkeerde banen worden geleid.
De tekst roept niet op om het lichaam te verachten. Hij spoort aan om niet ieder genot na te jagen en om verlangens te beteugelen wanneer die de vrijheid, de deugd of de liefde tot God en de naaste ondermijnen.
De zalige Jan van Ruusbroec schrijft dat we ons lichaam als onze knecht moeten beschouwen. Als je die knecht verwaarloost of tekortdoet, kan hij je niet meer naar behoren dienen. Maar ook overdaad schaadt die knecht. De meeste welvaartsziekten zijn ziekten die te maken hebben met een overdadig gebruik van goede dingen, waardoor ons lichaam gaandeweg wordt ondermijnd.
We kunnen het "dienen van God" en "de smalle weg" verbinden met het gewone dagelijkse leven. Trouw zorgen voor iemand die op je aangewezen is, eerlijk handelen wanneer oneerlijkheid voordeel zou opleveren, je werk zorgvuldig doen en mensen niet als middel voor je eigen succes gebruiken: het zijn voorbeelden van hoe geestelijke toewijding gestalte kan krijgen. Ze vervangen het gebed of de uitdrukkelijke dienst aan God helemaal niet, maar helpen ons de verbinding tussen geloof en dagelijks handelen te zien.
De "smalle weg" is eigenlijk niets anders dan de weg waarop je leert loslaten wat je van God en de zuivere liefde verwijdert. Dat kan voor verschillende mensen, in uiteenlopende levenssituaties, andere concrete vormen aannemen. Daarom is het goed om niet over anderen te oordelen, maar zelf goed uit onze ogen te kijken om te zien of we niet verdwalen en of we wel op de goede weg zijn.
We moeten diep in ons hart kijken en het stil maken om te zien of we inderdaad niet van het rechte pad afwijken. Passages uit spirituele teksten moeten we anders lezen dan een moderne handleiding met directe instructies voor iedere situatie. Paus Benedictus XVI beschrijft de monastieke lectio divina als biddend lezen: aandacht voor de precieze woorden en hun betekenis, met de vraag hoe de Schrift de lezer tot God en tot een veranderd leven leidt. Dat biedt een goede leesaanwijzing wanneer we teksten van grote spirituele auteurs lezen. We mogen niet elke krachtige uitspraak meteen toepassen alsof ze een algemene regel is. We moeten ons eerst afvragen wat die uitspraak bestrijdt, welke geestelijke houding ze wil helpen vormen en hoe die houding in onze eigen situatie en roeping gestalte kan krijgen.
Een belangrijk aspect is dat we moeten leren kijken met ons innerlijk oog, om te zien wat belangrijk is. Uiteraard mogen we onze uitwendige blik niet verliezen of verguizen, maar we moeten proberen het diepere te zien. Het gaat om datgene wat belangrijk is om de reden van ons bestaan niet uit het oog te verliezen en uiteindelijk niet in verlegenheid te moeten toegeven dat het kostbare wat God ons gegeven heeft, zijn doel heeft gemist.
Ziezo, het wordt weer tijd om deze bijdrage af te sluiten. We moeten dit alles zo goed mogelijk proberen te begrijpen en te beleven. Moge de Heer ons daarin bijstaan. Er is inderdaad nog heel veel dat we hierover zouden kunnen zeggen om te vermijden dat we het verkeerd verstaan. Maar met de hulp van de Heilige Geest en een goede wil zal dat wel lukken.
Volgende keer gaan we verder met andere teksten van deze inspirerende auteur, die zoveel mensen in het diepst van hun hart en ziel geraakt hebben en geholpen hebben om die universele roeping van God te beantwoorden.
Deze bijdrage putte uit het maandblaadje nr. 170 van Oraison en liet zich erdoor inspireren. Dat blaadje wordt uitgegeven door de vereniging van gelovigen Sint-Jan-van-het-Kruis van het bisdom Bourges in Frankrijk.
U luisterde naar het programma Mystieke Lectuur, waarin we het deze keer hebben gehad over ons spirituele leven aan de hand van enkele sterke teksten uit onze rijke schat aan christelijke spirituele literatuur.
Digitale bijdragen
Via YouTube worden regelmatig filmpjes beschikbaar gesteld. Daardoor wil de vereniging ook mensen te hulp komen met middelen die de moderne media tegenwoordig mogelijk maken.
Momenteel kunnen ze enkel via deze website gevonden worden, en worden ze niet voorgesteld aan mensen die op YouTube surfen of opzoekingen doen.

