De onuitsprekelijke zoetheid van het gelukzalige leven, het lezen zoekt het, de meditatie vindt het, het gebed vraagt het, de contemplatie smaakt het.


Guigo de Kartuizer, De ladder van het Paradijs.

Vasten, bij de heiligen in de leer

Aswoensdag tot en met de eerste zondag van de 40-dagentijd


Woensdag 14 februari 2024, Aswoensdag

(Vlees derven - in de bisdommen waar dit van toepassing is)

"Keert tot Mij terug, van ganser harte!"

Arm christenleven, hoe weinig ben je gekend, hoe slecht word je behandeld! Sommigen eren je met de lippen; maar heel weinigen geven je een plaats in het midden van hun hart. Ja, Jezus, ik wil van U zijn, ik zal U dienen, maar op de manier die U zal willen, hetzij door wat ik doe, hetzij door wat ik lijd, hetzij door U te schouwen: ik zal mij aan niets anders vastklampen dan aan U. Ik wil mij van alle schepselen onthechten, om U te vinden, en U alleen te bezitten.

Jean de Bernières-Louvigny, Le Chrétien intérieur (De innerlijke christen)

Zeker, wij zijn gedoopt, of wij zullen het zijn, maar wij zijn nog niet klaar met christen te worden! "God gaat met de mens verder op het ritme van de mens", zegt ons de heilige Johannes van het Kruis, en ieder jaar, van de ene vasten naar de andere, moeten wij opnieuw onze pelgrimstocht gaan op de weg van het Evangelie.

Laat ons vooraleer te spreken over inspanningen, verstervingen en andere boetedoeningen, spreken over de vasten als een hartsaangelegenheid: "Keert tot Mij terug, van ganser harte ... Scheurt uw hart en niet uw kleren ..."zegt ons de liturgie van deze Aswoensdag. Omdat het over liefde gaat, en helemaal niet over een tijd van droefheid, zal de vasten een tijd zijn die wij in stille overweging doorbrengen met Degene van wie wij houden en die bovenal van ons houdt, en het is met de frisheid van een vernieuwd hart dat wij binnen veertig dagen het paasmysterie zullen ingaan: de dood en de verrijzenis van Jezus worden alleen verklaard door de liefde waarmee Hij Zijn leven gaf om ons van de dood te verlossen.

Als Uw zijde doorboord werd, o Jezus, is het opdat wij er zouden kunnen binnengaan; als Uw hart gewond werd, is het opdat wij er zouden kunnen verblijven, in U verblijven beschut tegen de drukte van de wereld. En ook opdat wij niet alleen de zichtbare wonde, maar ook de onzichtbare wonde van de liefde zouden kunnen zien: hou zou dit liefdevolle vuur beter tot uiting komen dan door Uw hart door de lans te laten doorboren, zodat na het lichaam, de lichamelijke wonde de geestelijke openbaart?

Heilige Bernardus, Traité sur la Passion du Christ (Verhandeling over het Lijden van Christus)

"In U verblijven beschut tegen de drukte van de wereld":

Welnu, kleine mens, laat uw bezigheden een ogenblik achterwege, trek u even terug uit de onrust van uw gedachten, werp de last van uw zorgen van u af, verplaats uw moeizame verplichtingen naar later: houd u een beetje bezig met God, rust een beetje in Hem; ga de kamer van uw geest binnen, haal er alles uit wat God niet is of wat je niet helpt om Hem te zoeken, en eens de deur gesloten, luister dan naar Hem.

Heilige Anselmus, Proslogion

Laat ons op deze eerste vastendag beginnen met tijd te nemen voor deze intimiteit met Jezus, van hart tot hart. Vragen wij Hem Zijn licht en Zijn kracht om deze veertig dagen met Hem door te brengen, en om ook de geestdrift van ons doopsel terug te vinden.


Donderdag 15 februari 2024

"Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek."

Zouden wij kunnen zeggen welke engagementen wij op ons genomen hebben op de dag van ons doopsel? Nee? Dan moeten wij onze vasten daarmee beginnen, opdat de paasnacht ons niet bij verrassing zou overvallen, maar overeenstemmen met een ware vernieuwing van ons christenleven.

Dit is de eerste vraag die ons gesteld werd: "Om te leven in de vrijheid van de kinderen Gods, verzaakt gij aan de zonde?" en wij hebben geantwoord: "ik verzaak". Het zal erom gaan veertig dagen lang de ware vrijheid terug te vinden:

De mensen van de wereld, die zich door hun verlangens laten leiden, die zich over niets schamen, lijken vrij te zijn en zijn het niet. Zij worden snel slaaf van hun hartstochten want wie aan zijn hartstochten overgeleverd is, wordt er veel verder door geleid dan hij zou willen, zij houden hem als het ware geketend en dwingen hem enigszins te doen wat hij niet wil: dat is het rijk van een verkeerde gewoonte.

Jean-Nicolas Grou, Manuel des âmes intérieures (Handleiding voor innerlijke zielen)

En dit is de tweede vraag die ons gesteld werd: "Om te weerstaan aan de zonde, verzaakt gij aan het kwaad?" en wij hebben geantwoord: "ik verzaak". Zoveel dingen leiden, zonder echt slecht te zijn, naar het kwaad: men is onrechtvaardig als men de aangifte van zijn inkomsten verdoezelt, men is gulzig onder het voorwendsel dat men zijn vrienden goed moet weten te ontvangen, men is lui onder het voorwendsel dat men rust nodig heeft! Veertig dagen zullen wij de wegen vermijden die naar het kwaad leiden door dadelijk de wegen in te slaan die ons naar het goede brengen:

De meesten van hen die oprecht christen zijn, doch zwak en laf in de beoefening van hun plicht, zijn evenmin vrij. De gelegenheden slepen hen mee; zij bezwijken voor de geringste bekoring; menselijk opzicht beheerst hen; zij willen het goede en duizend hindernissen leiden hen af; zij verafschuwen de zonde en hebben de kracht niet zich ervan te ontdoen. Het is echter geen vrijheid als men het goede dat men wil, niet doet, en het kwaad doet dat men niet wil.

Idem

En tenslotte de derde vraag: "Om Jezus, de Christus, te volgen, verwerp je satan die oorzaak is van de zonde?" en wij hebben geantwoord: "ik verwerp hem". Onze strijd is tegen iemand, satan, maar hij zou tegen ons niets kunnen ondernemen zonder onze medeplichtigheid:

Mijn grote vijand, degene door wie onze andere vijanden, de duivel en de wereld, alles tegen mij kunnen, ben ikzelf, het is deze oude mens, deze noodlottige afstammeling van de zondige Adam; het is zijn eigenliefde die met mij geboren werd, die in mij gegroeid is voordat ik mijn verstand gebruikte, gesterkt door mijn hartstochten, door mijn verduisterd begrip, door de zwakheid van mijn wil, door het misbruik dat ik van mijn vrijheid maakte, door mijn zonden en slechte gewoonten. Oh! Heer, moge de oude Adam geheel in mij vernietigd worden en moge de nieuwe Adam, Jezus Christus, in zijn plaats heersen!

Idem


Vrijdag 16 februari 2024

(Vlees derven - in de bisdommen waar dit van toepassing is)

"Het is niet door te vasten zoals gij het vandaag doet dat uw stem in de hemel gehoor zal vinden."

In de huidige praktijk van de Kerk is vasten nog amper symbolisch. Wij moeten ons er ook aan herinneren dat vasten niet beperkt is tot het achterwege laten van voedsel: het behoort tot een evenwicht dat op alle vlakken moet teruggevonden worden en waartoe de vasten ons uitnodigt. Laten wij op deze eerste vrijdag van de vasten tijd nemen om het overbodige in ons leven te zien: wat wij kopen "voor ons genoegen", zonder het echt nodig te hebben; de uren die wij op Internet doorbrengen met als enige reden, de vage nieuwsgierigheid "om te weten wat er gebeurt"; de aankoop van een voertuig dat boven onze behoeften ligt, maar die in het oog van onze buren springt ...

O gelukzalige vasten, waarbij heel de ziel vast en alle zintuigen vasthoudt door afstand te doen van het overbodige! O heilige onthouding, waarbij de ziel die verzadigd is door de wil van God, zich nooit voedt met haar eigenwil!

François de La Mothe-Fénelon, Entretien pour le carême (Gesprek voor de vasten)

Laten we niet bang zijn om in detail te treden:

Het betekent niets, vette spijzen te laten die het lichaam voeden, als men ook niet vast in alles wat tot voedsel dient voor de eigenliefde. O heilige onthouding, waarbij de ziel die verzadigd is met de wil van God, zich nooit voedt met haar eigenwil! Moge mijn ziel zich in de stilte voeden door alle zinloze gesprekken te vermijden! In onschuldige en noodzakelijke gesprekken zal ik eruit halen wat U mij innerlijk laat aanvoelen als datgene wat slechts het zoeken is van mijzelf. Als ik mij daarenboven geneigd voel tot enig offer, zal ik het met blijdschap doen.

Trouwens, mijn God! Ik weet dat U een hart wil dat U grenzeloos bemint. Verre van die trieste en angstvallige wijsheid die altijd aan zichzelf knaagt, die altijd de weegschaal in handen houdt om atomen af te wegen, uit angst de innerlijke vasten te verbreken! Het is voor U een belediging niet met U en meer eenvoud te handelen: die striktheid is Uw vaderhart onwaardig. U wil dat men U alleen bemint: daarop is Uw jaloezie gericht; als men U bemint, laat U de liefde vrij haar gang gaan en U ziet goed wat echt van haar komt. Ik zal dus vasten, o mijn God! aan elke wil die helemaal niet de Uwe is, maar ik zal vasten uit liefde in de vrijheid en de overvloed van mijn hart. Helaas de bekrompen en uitgedroogde ziel, die alles vreest en die omdat ze wil vrezen, de tijd niet heeft om lief te hebben en edelmoedig de Bruidegom achterna te lopen!

Oh! hoe juist is de vasten die U de ziel geeft zonder haar in verlegenheid te brengen! Alleen de Welbeminde rest dan de ziel. Dat, Heer, is het offer van hen die U aanbidden in geest en waarheid: door die blijken wordt men U waardig.

François de La Mothe-Fénelon, Méditations tirées de l’Écriture Sainte (Overwegingen uit de Heilige Schrift)


Zaterdag 17 februari 2024

"Wanneer gij de mistroostige verzadigt, dan straalt uw licht in de duisternis."

Het orde op zaken stellen in ons leven, dat wij ons gisteren hebben voorgenomen, gaat ook over onze relaties met de naaste, dat wil zeggen over ons broederlijk leven. Zodanig dat in de Traditie van de Kerk, naast gebed en vasten, de aalmoes of het delen met anderen, het derde wezenlijke element van de Vasten uitmaakt, dat uit de eerste twee volgt:

Wij mogen ons niet tevreden stellen met vasten, gebed moet met ons vasten samengaan en zelfs op de eerste plaats komen. Wie bidt en vast heeft geen behoefte meer aan alle misleidende goederen van de aarde, en wie deze goederen niet meer nodig heeft, is er gewoonlijk zeer van onthecht en altijd bereid tot aalmoezen.

Heilige Johannes Chrysostomus, Homelie LVIII over de heilige Matteüs

Naast een gebaar van edelmoedigheid en menselijkheid, is delen met anderen een gebaar van geloof en liefde, want:

Het is niet zozeer om het verlichten van een tekort, dat God de aalmoes aanbevolen heeft, dan ten voordele van degene die ze geeft. Geef "zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever" (2 Kor 9,7); niet alleen wie geeft, maar wie gelukkig is dat hij kan geven. De aard van de aalmoes bestaat erin met blijdschap te geven, en te geloven dat men meer ontvangt dan geeft.

Heilige Johannes Chrysostomus, Homelie over de aalmoes

Delen met anderen is de edelmoedigheid nadoen van God voor ons. Beter nog, de liefde die in God zelf is, beleven; Hem op die manier met ons hart laten beminnen en met onze handen laten geven:

Als men goed in het hart van Jezus Christus binnengegaan is, laat de genade ontdekken hoezeer deze goddelijke liefde belangloos, edelmoedig en prachtig was. Welnu, Hij wil dat onze liefde voor de naaste volgens dit goddelijk model zou geordend worden, en wij hem in hoge mate zouden liefhebben, dat wil zeggen omwille van redenen die geheel goddelijk zijn en om God genoegen te doen die ons tot deze broederliefde aangemaand heeft. Hij wil dat wij onze naaste even edelmoedig zouden liefhebben als Hij, dat wil zeggen zonder rekening te houden met natuurlijke afkeer en antipathie, onvolmaaktheden die ons choqueren, kwaad en onrecht dat de anderen ons kunnen aandoen, of deze broeder goed of slecht gehumeurd is, of hij onze vriendschap al of niet beantwoordt. Hij wil dat wij de volmaaktheid van onze hemelse Vader tot uiting brengen, die het laat regenen over goeden en slechten, en de volmaaktheid van Jezus Christus die tijdens Zijn sterfelijk leven, alle mensen, zelfs Zijn grootste vijanden, in Zijn heilig Hart heeft ingesloten.

Jean de Bernières-Louvigny, Le Chrétien intérieur

Laten wij vanaf nu beslissen een wezenlijk gebaar te stellen in het delen met de naaste, om onze vasten goed te eindigen en in overeenstemming te brengen met het op orde stellen van ons leven. Bijvoorbeeld, waarom de nood dicht bij ons, niet helpen verlichten; besparen op de overbodige uitgaven waarvan wij ons bewust geworden zijn, zoals wij ons gisteren voorgenomen hebben?


Zondag 18 februari 2024

"Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap."

De eerste dagen van de vasten zullen ons bewust gemaakt hebben van de kloof die wij hebben laten graven tussen ons doopsel en ons concrete leven. Maar laten wij ons niet misleiden: men bekeert zich niet tot iets, doch tot iemand. Het gaat minder om de inspanning deugdzamer te zijn dan om ons nederig afhankelijk te maken van Hem die Zijn eeuwig leven met ons komt delen. Nederigheid, deze kinderlijke beschikbaarheid tegenover God onze Vader, is het vertrekpunt van elke ware deugd:

Er waren heidenen die een streng leven leidden, die een verrassend zwijgen onderhielden, en die voorbeelden nalieten van een rechtvaardigheid die heel wat christenen deed versteld staan. Maar, zegt de heilige Augustinus, heidenen hadden het nooit over de deugd van nederigheid: zij was bij hen niet bekend; alleen de Heilige Geest leert ze aan.

Gewoonlijk zijn wij niet echt boosaardig! Maar christen zijn, is geen kwestie van vriendelijk zijn, maar kind van God te zijn:

Een echt vernederde geest is in de puur menselijke geest helemaal niet te vinden: de geest van Jezus Christus die zich ontledigd heeft, moet zich daar bevinden, als men die wil. Het is de deugd van de ware christen en een leerling van Jezus Christus kan er zich niet van ontdoen. Deze deugd is dus een absolute noodzaak. Onze hemelse Meester heeft er ons over onderricht in bewoordingen die niet duidelijker en expressiever zijn dan deze: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als ge u niet bekeert en niet wordt als kinderen, zult ge het rijk der hemelen niet binnengaan".

"Worden als kinderen!" Dat kunnen wij allemaal; het is zelfs het enige dat wij allemaal kunnen, en toch is het wat wij het minst willen, zozeer heeft de erfzonde ons in de hoogmoed vastgepind om onze Vader over het hoofd te willen zien. Deze bekering vraagt echter heel weinig:

Om christen te zijn, moet men de eenvoud van een kind hebben, klein zijn zoals een kind, klein zijn in eigen ogen, en in de ogen van de anderen, en nooit groot worden door enige verheffing van zichzelf. Nochtans, wat doen wij? Iedereen zegt dat hij zich wil redden, iedereen zegt dat hij in het rijk der hemelen wil komen, en men denkt er helemaal niet aan in het christelijk kindschap te willen zijn, dat wil zeggen in ware eenvoud en ware nederigheid, want zonder dat, wordt iedere hoop op het eeuwig geluk waarnaar wij streven, ons ontnomen.

Laten wij ons bij dit begin van de vasten niet van strijd vergissen, of eerder, laten wij ons niet van inspanning vergissen:

Zonder de grote lichamelijke gestrengheden, waar niet iedereen toe in staat is, en enkele andere gelijkaardige deugden, kan men toch naar de hemel gaan, maar niet zonder de nederigheid.

Henri-Marie Boudon, Le triomphe de la Croix (De overwinning van het Kruis)