De onuitsprekelijke zoetheid van het gelukzalige leven, het lezen zoekt het, de meditatie vindt het, het gebed vraagt het, de contemplatie smaakt het.


Guigo de Kartuizer, De ladder van het Paradijs.

Korte inleiding in teksten van Ruusbroec de Wonderbare

Mensen zochten Ruusbroec op om geestelijke raad

Mystiekers, ervaringsdeskundigen aan het woord

Even proeven van de Spirituele rijkdom van weleer


Kennismaking 1

Jan van Ruusbroec heeft vrij veel geschreven, maar hij schreef eigenlijk bijna uitsluitend op vraag van mensen om de dingen die in gesprekken met hem aangeraakt werden op schrift te stellen. De mensen die hem kwamen bezoeken om geestelijke raad, of die hem uitnodigden om bij hen langs te komen waren onder de indruk van zijn kennis, wijsheid en inzicht op vlak van onze relatie met God. Het meeste van zijn werken schreef hij op aandringen van zijn toehoorders, zodat ze het achteraf nog eens zouden kunnen herlezen en dieper tot zich laten doordringen.

Het was dus helemaal niet zijn bedoeling om het te gaan publiceren. Toch heeft hij niet kunnen tegengaan dat het werd gecopieerd, vertaald, doorgegeven en zelfs op grote schaal uitgegeven. Het vorige decennium werd er bijvoorbeeld weer een nieuwe kritische uitgave afgewerkt van al de werken van Ruusbroec de wonderbare met een goede vertaling in het Engels. Dit heeft ertoe bijgedragen dat de interesse voor zijn werken weer oplaaide, en verder uitdeinde.

Vorige Inhoud Volgende


Ende hier-ave comt ongheduer van minnen. Want dat uutvloyende gherinen Gods stoect ongheduer, ende eyscht ons werc, dat es : dat wij minnen die ewighe Minne. _-oOo-_ En hiervan komt het onstuimig ongeduld van minne. Het uitvloeiende aanroeren Gods verwekt ongedurigheid en vordert van ons werkzaamheid, nl. dat wij de eeuwige Minne beminnen.

Jan van Ruusbroec, VANDEN BLINCKENDEN STEEN, p.32, v13-16.

Onze website maakt geen gebruik van cookies, wij willen geen inbreuk doen op uw privacy.