De onuitsprekelijke zoetheid van het gelukzalige leven, het lezen zoekt het, de meditatie vindt het, het gebed vraagt het, de contemplatie smaakt het.


Guigo de Kartuizer, De ladder van het Paradijs.

Korte inleiding in teksten van Ruusbroec de Wonderbare

Ruusbroec over de klaarheid van God die ons optilt in onwijze

Mystiekers, ervaringsdeskundigen aan het woord

Een verborgen schat, opgediept door Jan van Ruusbroec


Juweeltje 2, uit de Blinkende Steen

Willen wij één worden met de klaarheid van de Zon, dan moeten wij de Minne volgen en uit onszelf treden in onwijze. Selen wij met der sonnen claerheyt één werden, soe moeten wij der minnen volghen, ende ons-selfs utegaen in onwisen. svgµ

Nu met wat meer context in het hedendaags Nederlands:

En voor wie het met het origineel in het Middelnederlands wil vergelijken:

Zolang wij immers in de schaduw wandelen, kunnen wij de Zon in haarzelf niet zien; ons kennen is integendeel in gelijkenissen en verborgenheden, zegt Sint Paulus (cf. 1 Kor. 13, 12). Nochtans wordt de schaduw zo door de Zon doorstraald, dat wij voldoende begrip voor het beoefenen der deugden ontvangen en elke waarheid kunnen kennen, die bij onze sterfelijke staat past. Maar willen wij één worden met de klaarheid van de Zon, dan moeten wij de Minne volgen en uit onszelf treden in onwijze. En met verblinde ogen zullen wij door de Zon getrokken worden in haar eigen klaarheid, waar wij dan de eenheid met God bezitten.

Blinckenden Steen, hertaling door Dr. Lod. Moereels, Deel 1, pag. 93

Want alsoe langhe alse wij wandelen in die scadue, soe en connen wij die Zonne in haer-selven niet ghesien, maer onse bekinnen es "in ghelijckenissen ende in verborghenheiden", spreect Sente Pauwels. Nochtan wert die scadue vanden scinen der Zonnen alsoe verlicht dat wij (III 34) moghen leeren ondersceet in alle duechden ende alle die waerheit die onsen sterfelijcken lichaem toebehoort. Maer selen wij met der Sonnen claerheyt één werden, soe moeten wij der minnen volghen, ende ons-selfs ute-gaen in 5 onwisen. Ende met verblentden oghen sal ons die Sonne trecken in haers selfs claerheit, daer wij eenicheit met Gode besitten.

Ruusbroec werken, Deel III, pag. 33, v.30 - pag. 34 v.7


Vorige Inhoud Volgende


Ende hier-ave comt ongheduer van minnen. Want dat uutvloyende gherinen Gods stoect ongheduer, ende eyscht ons werc, dat es : dat wij minnen die ewighe Minne. _-oOo-_ En hiervan komt het onstuimig ongeduld van minne. Het uitvloeiende aanroeren Gods verwekt ongedurigheid en vordert van ons werkzaamheid, nl. dat wij de eeuwige Minne beminnen.

Jan van Ruusbroec, VANDEN BLINCKENDEN STEEN, p.32, v13-16.

Hartelijk dank voor het bezoek aan onze webstek !

Wie het apostolaat van de vereniging op prijs stelt en wil steunen,
kan dit via een storting op haar bankrekening: BE63 0018 9649 6308

Onze website maakt geen gebruik van cookies, wij willen geen inbreuk doen op uw privacy.