De onuitsprekelijke zoetheid van het gelukzalige leven, het lezen zoekt het, de meditatie vindt het, het gebed vraagt het, de contemplatie smaakt het.


Guigo de Kartuizer, De ladder van het Paradijs.

Korte inleiding in teksten van Ruusbroec de Wonderbare

Kernwoorden bij Ruusbroec de Wonderbare: eenvuldig en menigvuldig

Mystiekers, ervaringsdeskundigen aan het woord

Even proeven van de Spirituele rijkdom van weleer


Kennismaking 11

Het woord "eenvuldig" in al zijn vormen komt meer dan 290 keer voor in de geschriften van Ruusbroec. Het tegenovergestelde ervan is "menigvuldig", en onderstreept het belang van de eenvoud die we dienen te bezitten. Het wordt meer dan 100 keer gebruikt. Als ons hart menigvuldige dingen nastreeft, dan is het verdeeld. Er is slechts één verlangen dat de moeite loont om ons leven op te richten, en dat is het verlangen naar God zelf. Al de rest waar we ons hart aan zouden hechten is van voorbijgaande aard, en het komt ons vroeg of laat te ontvallen. Enkel wat in God is gefundeerd kan de tijd trotseren. Als we God en diens wil in ons leven terdege behartigen, dan zijn wij eenvoudig en niet verdeeld. Het is in die eenvoud dat God zich geheel aan ons kan geven en wij ons geheel aan Hem.

Ziehier een voorbeeldje van hoe die eenvoud en dat éné doel door Ruusbroec begrepen wordt door zijn uitleg van de passage van Lucas 10, 38-42. "Dat soort grove, uitgekeerde mensen oordelen en beknibbelen vaak de ingekeerde : hun dunkt dat die werkeloos zijn. Dat was ook de reden, waarom Martha bij ons Heer klaagde over haar zuster Maria, dat deze haar niet hielp dienen. Zij dacht dat zij zich zeer verdienstelijk maakte en dat haar zuster daar maar werkeloos voor niet bijzat. Maar onze Heer sprak over beide zijn mening en oordeel uit. Hij berispte Martha, niet om haar dienst, want die was goed en nuttig; maar Hij berispte ze om haar bekommerdheid, en omdat ze bedrukt en bedroefd was door de menigvuldigheid van haar uitwendige werk. En Maria prees Hij om haar inwendige bezigheid en zei, dat één ding nodig was, en dat zij het beste deel had verkozen, dat haar niet ontnomen zou worden."

Vorige Inhoud Volgende


Ende hier-ave comt ongheduer van minnen. Want dat uutvloyende gherinen Gods stoect ongheduer, ende eyscht ons werc, dat es : dat wij minnen die ewighe Minne. _-oOo-_ En hiervan komt het onstuimig ongeduld van minne. Het uitvloeiende aanroeren Gods verwekt ongedurigheid en vordert van ons werkzaamheid, nl. dat wij de eeuwige Minne beminnen.

Jan van Ruusbroec, VANDEN BLINCKENDEN STEEN, p.32, v13-16.

Hartelijk dank voor het bezoek aan onze webstek !

Wie het apostolaat van de vereniging op prijs stelt en wil steunen,
kan dit via een storting op haar bankrekening: BE63 0018 9649 6308

Onze website maakt geen gebruik van cookies, wij willen geen inbreuk doen op uw privacy.