De onuitsprekelijke zoetheid van het gelukzalige leven, het lezen zoekt het, de meditatie vindt het, het gebed vraagt het, de contemplatie smaakt het.


Guigo de Kartuizer, De ladder van het Paradijs.

Korte inleiding in teksten van Ruusbroec de Wonderbare

Heel ons leven grondvesten op een grondeloze Afgrond: Gods liefde

Mystiekers, ervaringsdeskundigen aan het woord

Even proeven van de Spirituele rijkdom van weleer


Kennismaking 17

Het getrokken worden in de overvorming door de eenheid Gods, waarover Ruusbroec sprak in het vorige penseeltje, wordt in wat volgt de "intrekkende Eenheid" genoemd. In een voorgaand penseeltje spraken we reeds over het "het intrekkende aanroeren" of aanraken van God, dat hij naast "het uitvloeiende aanroeren Gods" plaatste. We staan nu verder stil bij de beschrijving van de liefde van God zoals Ruusbroec ze verder beschrijft. Let wel op de meestelijke manier waarop hij de taal onder spanning zet om het onzegbare toch te proberen verwoorden.

"Zo zult gij merken, dat de intrekkende Eenheid niets anders is dan de grondeloze Minne, die de Vader en de Zoon en al wie in Hem leeft minnelijk intrekt in een eeuwig genieten. In deze minne willen wij branden en verbranden zonder einde in eeuwigheid; want hierin is aller geesten zaligheid gelegen ! Daarom moeten wij heel ons leven grondvesten op een grondeloze Afgrond : dan kunnen wij eeuwig in Minne verzinken en aan onszelf ontzinken in de grondeloze Diepte. Met dezelfde Minne moeten wij opstijgen en aan onszelf ontstijgen in een onbegrijpelijke Hoogte; en in de wijzeloze Minne zullen wij ronddolen, maar zij zal ons geleiden in de ongemeten wijdte der Minne Gods. En daarin zullen wij vluchten en onszelf ontvluchten in de onbekende weelde van de rijkdom en de goedheid Gods. En daarin zullen wij eeuwiglijk smelten en versmelten, en in de glorie Gods als in een kolk verzwonden worden."

Maar we krijgen weerom een waarschuwing van Ruusbroec te horen: "Let wel", schrijft hij: "in al deze vergelijkingen, die voorafgaan verduidelijk ik aan de schouwende mens zijn toestand en zijn beleving. Maar niemand anders kan dit verstaan : want een schouwend leven vermag niemand anderen te leren. Waar echter de eeuwige Wijsheid zich aan de geest openbaart, daar wordt meteen alles geleerd wat nodig is."

Vorige Inhoud Volgende


Ende hier-ave comt ongheduer van minnen. Want dat uutvloyende gherinen Gods stoect ongheduer, ende eyscht ons werc, dat es : dat wij minnen die ewighe Minne. _-oOo-_ En hiervan komt het onstuimig ongeduld van minne. Het uitvloeiende aanroeren Gods verwekt ongedurigheid en vordert van ons werkzaamheid, nl. dat wij de eeuwige Minne beminnen.

Jan van Ruusbroec, VANDEN BLINCKENDEN STEEN, p.32, v13-16.

Hartelijk dank voor het bezoek aan onze webstek !

Wie het apostolaat van de vereniging op prijs stelt en wil steunen,
kan dit via een storting op haar bankrekening: BE63 0018 9649 6308

Onze website maakt geen gebruik van cookies, wij willen geen inbreuk doen op uw privacy.